WANDELEN: Harsloërpad

De sneeuw is een mooie gelegenheid om een lange wandeling in de buurt vanuit huis te maken nu de auto beter op stal kan blijven: het Klompen Harsloërpad. Maar doe het vooral niet op klompen!

Dinsdag, 9 februari 2021. Het sneeuwen is gestopt, maar het blijft wit dankzij de vorst. Ik start de route niet op het aanbevolen startpunt in De Kraats, maar op de Egelsteeg, net buiten de bebouwde kom van Wageningen. Op mijn aanlooproute vanuit huis kom ik in Noordwest langs de beroemde uilenboom. Een familie van zesentwintig ransuilen – als ze allemaal thuis zijn – heeft enkele bomen in een ruime tuin van een Dierenkliniek uitgekozen om te roesten. Slim om bij de dokter op de stoep te gaan zitten voor het geval je last krijgt van je uilenballen. Helaas… de uil van Minerva was niet meer te redden.

De route loopt een stukje over Landgoed De Lieskamp met boomgaarden, hakbosjes, besneeuwde kruidenweiden, bevroren vijvers en bibberend kleinvee. Waterhoentjes staan onwennig op het ijs, gemengde groepen watervogels verzamelen zich rond de wakken, enkele meerkoeten hebben zich een privé badje toegeëigend, een merel heeft in de sloot een ijsvrij drinkplekje ontdekt.

Langs de Nieuwesteeg passeer ik een vogelaar met een lange telelens. Hij heeft een groepje ringmussen in het vizier, die door mij op de vlucht slaan. Iets verderop tuur ik met mijn verrekijker naar enkele hazen die ineengedoken in de sneeuw liggen. “Heb je het bokje gezien?”, vraagt een tweede vogelaar die aan komt fietsen. “Nee, ik keek naar twee hazen, geen reebokje.” “Aha, je weet niet wat een bokje is. Het is een kleine uitvoering van de watersnip. Hij is hier langs de sloot gezien, maar ik vrees dat het al wat te veel dichtgevroren is.”    

Ik druip af. De watersnip ken ik wel, maar het bokje niet. Misschien heb ik wel tien keer een bokje voor een watersnip versleten.

Met zicht op de Grebbeberg, steek ik de Binnenveldse Hooilanden over, die de laatste jaren gigantisch op de schop zijn gegaan, om nieuwe natuur te creëren.

Na het bruggetje over het Valleikanaal volgt de route een lang eind het water. Het Valleikanaal is hier de grens tussen de provincies Gelderland en Utrecht. Prachtige foto’s van de wintertaferelen kan ik maken (zoals iedereen!). Ik zie een achttal reeën grazen, nu eens niet in de hooilanden, maar aan de Utrechtse kant (De Meent). Tientallen hazen laten zich het ‘rammelen’ niet ontzeggen door de sneeuw. In de buurt van de stuw met vistrap is het water open en duiken enkele schuwe dodaars onder om zich aan mijn blikken te onttrekken. Rond de wakken is het een bonte verzameling van watervogels: knobbelzwanen, een blauwe reiger, wilde eenden, meerkoeten, waterhoentjes. Het lijkt allemaal pais en vree, maar het is een gewapende vrede. Het is ieder voor zich als het erop aankomt. Rietkragen en lisdoddes buigen door, maar pronken met hun sneeuwlast.

Langs de Werftweg staat een kleine uitkijktoren. Boven op het platform lijken vier informatieborden te staan in alle windrichtingen. Ik klim naar boven om te ontdekken dat drie nog leeg zijn, de vierde viert de nieuwe natuur van de hooilanden.

Van afstand kun je bij een boerderij langs de Werftweg een paalnest voor ooievaars zien staan. Eén ooievaar is thuis, de ander zie ik langs het Valleikanaal loeren naar een hapje. Hij vliegt op en even later staan ze beide op het paalnest. Ze zijn waarschijnlijk het product van project Stork, hier opgegroeid en niet gewend om weg te trekken en de sneeuwgrens te volgen.

Ik wijk even een eindje van de route af, omdat het pad langs het Valleikanaal zo mooi is. In de Utrechtse weilanden verblijft een grote groep kolganzen, en ik zie nog een dozijn reeën, nu wel in de hooilanden, de reebok met gewei voorop. 

Dan kom ik in De Kraats, het westelijke buitengebied van Bennekom. Voor het eerst moet ik het asfalt verlaten, over een smal bruggetje en door een maagdelijk besneeuwd weiland ploeteren. Ik kom uit bij het voormalige poortgebouw van Kasteel Harslo (Harsselo), waar dit klompenpad naar vernoemd is. De dichtgemetselde poortboog is nog duidelijk te onderscheiden in de buitenmuur, maar verder zijn er geen overblijfselen van het kasteel. In de zeventiende eeuw kwam het kasteel in handen van de Heren van Rosendael (bij Velp), en zodoende door vererving in handen van Lubbert Adolph Torck (1698–1764), een beroemde inwoner van Wageningen. Burgemeester Torck liet als Heer van Rosendael in Wageningen de zogenaamde Rosendaelse Huizen bouwen.

Aan de Langesteeg passeer ik boerderij Nergena, een verwijzing naar nog een landgoed en kasteel, verwoest in de vijftiende eeuw. Gebouw 112 van Wageningen Universiteit ligt in deze contreien en is ook al ‘Nergena’ gedoopt. Ik loop via dit terrein, langs uitgebreide aanplanten van olifantsgras (en door een afrastering), naar de doorgaande weg van Wageningen naar Ede (Dr. W. Dreeslaan) voor een blik op de statige gebouwen Groot-Nergena rond de ‘grote vijver’ van het voormalige landgoed. Ook deze gebouwen, in 1952 gebouwd voor het RIVRO, zijn recentelijk aangekocht door Wageningen Universiteit. Bij de vijver staat een bescheiden zonnewijzer uit de inboedel van kasteel Nergena.

Conflicten tussen de Hertog van Gelre en de Bisschop van Utrecht werden tijdens de late Middeleeuwen vaak uitgevochten in de Gelderse Vallei. De kastelen Harslo en Nergena maakten deel uit van een aantal Gelderse versterkingen, waartoe ook Tarthorst in Wageningen (al bestond Wageningen nog niet!), Hoekelum in Bennekom en Kernhem in Ede behoorden.        

Op de proefvelden van Wageningen Universiteit bij de Campus zie ik vijf patrijzen lopen, bij gebrek aan schutkleur in de sneeuw. 

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/448430734]

 

Gepost: 12 Februari 2021  

 

Klompenpad  Harsloërpad (13 km) met aan/terugloop (23 km)