WANDELEN: Easterskar

Sint Nicolaasga en Sintjohannesga liggen beide op ongeveer twintig kilometer van mijn geboorteplaats Sneek. Beide dorpen liggen hemelsbreed nog geen tien kilometer van elkaar. Terwijl Sint Nicolaasga gesneden koek voor me is, ben ik nog nooit in Sintjohannesga geweest. Toch heeft Sintjohannesga heel wat meer met ‘gesneden koek’ te maken dan Sint Nicolaasga. Sintjohannesga was van oudsher een bakkerijdorp. Door vererving en specialisatie kwamen er steeds meer warme bakkers. In de jaren vijftig waren het er wel tien in het kleine dorp: de een ging voor Fryske sûkerbôle, de ander voor Fryske dúmkes en oranjekoeke, een derde voor Frysk roggebrea, een volgende voor Fryske pipernuten. Wieger Ketellapper ging uiteindelijk voor Fryske krûdkoeke in handige meeneemverpakking, en na Slanke Sjoukje, Fitte Femke, Stoere Sipke en Fruitige Froukje kwam hij uit bij Snelle Jelle. Het zou me overigens niet verbazen als Vlugge Japie van een concurrerende supermarkt uit dezelfde fabriek van de band loopt. Inmiddels hebben die bakkerijen schaalvergroting ondergaan of zijn opgekocht door andere bedrijven. Maar het is heerlijk om in de hoofdstraat – Streek – op en neer te lopen en de geuren van Ketellapper’s kruidkoek (inmiddels Peijnenburg), Van Dijk’s roggebrood en Modderman’s pepernoten op te snuiven. Dan kun je een flinke wandeling door het Easterskar met gemak aan.

Easterskar (Oosterschar) is een natuurgebied van It Fryske Gea ten zuiden van het tweelingdorp Sintjohannesga en Rotsterhaule, grofweg tussen het Tjeukemeer en Heerenveen. ‘Skar’ is een open gebied met heideachtige begroeiing voor gemeenschappelijk gebruik. Het laagveengebied werd verveend in de tweede helft van de negentiende eeuw. Terwijl in de twintigste eeuw het Westerskar werd ontgonnen voor de landbouw, bleef dit het Easterskar maar ternauwernood bespaard. 

Op vrijdag, 22 januari 2021, wandel ik vanuit Sintjohannesga richting veengebied. Ik vind het knap hoe bepaalde bomen hun natuurlijke groeiwijze wordt ontnomen en hoe ze om verkeerstechnische redenen in een onnatuurlijke vorm worden gedwongen: de eiken langs het Streek zijn bijna tot Italiaanse populieren gemuteerd.

Het veengebied wordt gekenmerkt door lange rechte paden, gedwongen door de richting van de petgaten en legakkers. Het begint met een prachtig laantje waar het moeras in verre staat van verlanding verkeert, dat wil zeggen met struiken en kleine bomen. Berken dragen heksenbezems. Prachtige mostapijten op de bodem, waaronder haarmos overheerst.

Ik zie weinig verschillende watervogels in de petgaten en het open water, afgezien van ontelbare grauwe ganzen in de omliggende weilanden, die zeer alert zijn. Het is erg winderig en daardoor vermoed ik dat ik qua watervogels op het verkeerde moment op de goeie plaats ben. Een enkele zilverreiger vliegt kirrend op. De kleine vogeltjes in het elzenbroekbos zijn me te vlug af. Op sommige plekken lijken rietsnijders actief te zijn geweest, of It Fryske Gea heeft wat frisse lucht in de rietkragen gemaaid.

Het Waterschap heeft op de zuidelijkste punt een natuurlijk helofytenfilter aangelegd, rietkragen dus om het water te zuiveren, maar het hele gebied is één en al helofytenfilter, met rietkragen alom.

Ik laat het verste punt achter mij en heb nu eindelijk de zon in de rug met mooie paadjes door het riet waar ik af en toe een aalscholver of een reiger laat schrikken.

Bij de grotere plassen bidt een torenvalk boven een groepje langharige geiten die de oevers begrazen. Verderop vliegt een buizerd; of is het een bruine kiekendief? Ik verheug me op de vogelhut ‘De skiere goes’ (grauwe gans), maar daar aangekomen blijkt er een Corona-slot op de deur te zitten. De bever heeft zich hier nog niet gevestigd, wel de otter volgens het informatiebord. Ik trek verder langs het open water waar de grauwe gans heerst. Het is echt gakkenwerk.

Ik verlaat het veengebied en moet tot mijn chagrijn lange stukken verharde weg volgen, al zijn ze mooi beplant met knotwilgen zoals de Hoge Dijk. Met de wind in de rug vlieg ik over de Kadijk. Een amazone komt me tegemoet. “Mooi Fries paard”, laat ik me ontvallen; ik hoop niet dat de amazone beledigd is.

Vervolgens een bospad en dan het Peter Tazelaarpad door open terrein. Zelfs de maan is zichtbaar in de strakblauwe lucht boven de grazige groene weilanden. Een beeldje van Peter Tazelaar, een van de Soldaten van Oranje, kwam ik eerder tegen in Hindeloopen. Daar woonde hij de laatste jaren van zijn leven. Maar hier werd hij eind 1944 gedropt en hield hij zich schuil in een kleine kajuitboot tussen de rietkragen van het Lytse Wiid (Kleine Wijd), een kleine plas in de buurt van het veel grotere Nannenwijd.

Het is druk op het Peter Tazelaarpad, blijkbaar het standaard ommetje voor de inwoners van Sintjohannesga. Om één of andere reden loopt het eind van mijn route een klein stukje over het Kerkhof van Sintjohannesga. Blijkbaar wil men mij de naastgelegen ijsbaan laten zien. Inderdaad een aanzienlijke baan voor zo’n klein dorp. Nu het ijs nog.              

Ik ben benieuwd hoe het Easterskar in het voorjaar is, maar grote delen zijn dan afgesloten tijdens het vogelbroedseizoen van 15 maart tot 1 juli.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/448275104

 

Gepost: 2 Februari 2021  

 

Mooisteroutes.nl: Easterskar (20 km)