WANDELEN: Bernisse

Het Spui – tussen de Oude Maas en het Haringvliet – vormt de grens tussen de Hoeksche Waard en het eiland Voorne-Putten. De dubbele naam van Voorne-Putten geeft al aan dat het oorspronkelijk afzonderlijke eilanden zijn geweest. De Bernisse was de rivier die de twee eilanden scheidde (en niet het Kanaal door Voorne, meer naar het westen bij Hellevoetsluis). In de late Middeleeuwen verzandde de Bernisse, verloor zijn functie als belangrijke waterweg en werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw omgevormd tot natuur- en recreatiegebied. De woonkernen langs de Bernisse stammen uit de late Middeleeuwen en hebben deels een beschermd dorpsgezicht.

Op vrijdag, 8 januari 2021, ga ik samen met collega Roel een kijkje nemen. We starten op de parkeerplaats Bernisse-Oost en lopen eerst de lus Bernisse-Midden en dan de lus Bernisse-Noord.

Het weer is prima. Joggers, wandelaars, fietsers maken van de ‘lockdown’ een deugd en houden hier hun conditie op peil. De dijken zijn nou niet bepaald een paradijs voor winterbloeiers, maar we zijn hier vooral voor de vogels. Jammer dat enkele skiffeurs onrust veroorzaken onder de watervogels. Al snel hebben we groepen grauwe gans en brandganzen gezien, enkele koppeltjes Nijlganzen en Canadese ganzen bij het elektriciteitsstation. In het water, naast de alom aanwezige meerkoeten, futen en wilde eenden, vooral krakeenden, zowel de grijze woerden met hun zwarte staartveren als de eenden met het mooie bruine gemarmerde verenkleed.

We steken de houten brug over van Putten naar Voorne en komen langs het dorp Zuidland. Aalscholvers hebben elkaar opgezocht in een hoge boom. Langs het wandelpad een prachtig rijtje Italiaanse populieren. Daar zien we eerst een boomkruiper, vervolgens enkele staartmezen en achter de bomen een groepje koperwieken samen met een grote lijster.

Twee Nijlganzen op de oever hebben het niet op ons en maken lawaai voor tien. Ook kolganzen houden zich hier op. Een grote bonte specht vliegt weg vanuit een oude verwaarloosde boomgaard in zijn karakteristieke golvende vlucht. Bij een bosschage een gemengde groep van puttertjes, gewone vinken en een enkele groenling.

We bereiken Abbenbroek met een aantrekkelijk centrum. Opvallend is de muziektent in de gracht, omringd door huizen met zeventiende-eeuwse geveltjes. Ik maak een foto van een creatieve zinken regenpijp, die aan het uiteinde is omgevormd tot een manneke pis. Het water stroomt aan de bovenkant via zijn hoed naar binnen en wordt uitgeplast in een zinken wastobbe. Een sloot aan de rand van het dorp is verstopt met de drijvende bleke wortelstokken van gele plomp. We steken weer over naar Putten en lunchen uit de kofferbak, met zicht op enkele vissers in de Forellenvijver.

De tweede lus – Bernisse-Noord – doet twee leuke stadjes aan, Heenvliet in Voorne, en Geervliet in Putten. Kleine woonkernen nu, maar ooit zeer strategisch gelegen langs deze verbinding met het Haringvliet, en dus met open zee.

De bever waagt zich al dicht bij de bewoonde wereld. Door de rietkragen lopen zijn paden en aan de boompjes op de oever is flink geknaagd. Halsbandparkieten schreeuwen in de hoge bomen aan de overkant. Enkele struiken rode kornoelje tonen heel voorzichtig een beetje bloei aan de uiteinden van de takken. Aan een boom hangt een theepot als vogelhuisje, maar ik vraag me af of vogels van porselein houden.

Heenvliet kreeg stadsrechten in de vijftiende eeuw. Het heeft een  gezellig centrum met een historisch marktplein – er vindt een trouwerij plaats in het stadhuis – en is eigenaar van de ruïne van Kasteel Ravesteijn (Slot Heenvliet). Het kasteel dateert uit de dertiende eeuw, maar werd in de zestiende eeuw vernield door de watergeuzen (Den Briel is niet ver weg!). De ruïne is geconsolideerd en te bezichtigen, maar alleen op zaterdagen.

We wandelen Heenvliet uit, over de Bernisse naar Geervliet, eveneens met een beschermd dorpsgezicht. Geervliet profiteerde van tolheffing op de Bernisse. Het kreeg stadsrechten in de veertiende eeuw en werd beschermd door stadsmuren. In het watertje voor het Stadhuis een Middeleeuws tafereeltje met kippen en een blauwe reiger op de oever en bijzondere eenden in het water, waaronder de Carolina eend. Gebouwd op de restanten van de stadsmuur staat de Bernisse Molen.

Niet alleen de bever waagt zich steeds dichter bij de bebouwde kom, ook enkele hazen voelen zich veilig op het eerste de beste weilandje.

Op de terugweg graast een groepje Canadese ganzen langs de Bernisse. We kunnen ze akelig dicht naderen. Het blijkt een kunstwerk: kop-hals-romp ganzen van Canadees triplex met een bolle buikballon. Het geheel op een stokje waardoor de ganzen allemaal grazen met de kop in de wind. Levensecht op gepaste afstand. Eveneens op gepaste afstand houdt de kunstenaar het geheel in de gaten om vandalen neer te schieten en de gedomesticeerde ganzen op te hokken vóór het donker wordt.              

 

[Beeldverhaal:  https://www.jansiemonsma.nl/448227263]

 

Gepost: 22 Januari 2021  

 

Wandeling Bernisse-Noord en Bernisse-Midden (15 km)