FIETSEN: Bernheze

Bernheze is een gemeente in Oost-Brabant, ruwweg tussen Heesch, Nistelrode, Uden, Veghel, en Heeswijk-Dinther. Er is geen verband met Rowwan Hèze, want die groep komt uit America… in Limburg. Maar de naam heeft alles te maken met de Norbertijner Abdij van Berne die nu in Heeswijk-Dinther is gelegen, maar zijn oorsprong heeft in Buurtschap Bern in de Bommelerwaard, op het ‘Eiland Nederhemert’ (tussen Afgedamde Maas, Bergsche Maas en Heusdensch Kanaal). Gesticht in 1134 is het de oudste nog bestaande kloostergemeenschap van Nederland.

Er begint bij mij een kloosterbelletje te rinkelen. En jawel, tijdens mijn allereerste gedocumenteerde wandeling (‘Ammersoyen’. In: Tjiftjaffen, 2014) liep ik op het ‘Eiland Nederhemert’ een lang stuk op de onverharde Bernse Dijk. Daar haalde ik mijn hand lelijk open aan prikkeldraad en kreeg ik een flinke schok van ‘paardenlint’. Maar toen had ik geen benul van de Abdij van Berne, anders had ik de Heilige Norbertus wel de schuld gegeven van die ongelukjes. Overigens is Buurtschap Bern me toen ook niet speciaal opgevallen. Er schijnt van de abdij – het zal ook niet waar zijn! – alleen maar een oud brouwershuis te zijn overgebleven. In elk geval is een nieuwe Abdij van Berne in 1857 gebouwd in Heeswijk-Dinther en werd ‘Bern’ in 1995(!) onderdeel van de naam van de gemeente Bernheze die eerst gemeente Heesch heette.

Maar een nog belangrijkere reden om op dinsdag, 5 januari 2021, een rondje Bernheze te fietsen is dat ik getuige wil zijn van het transport onder politiebegeleiding van de eerste doosjes Corona vaccin uit de diepgevroren opslagplaats in Oss (iets ten noorden van Bernheze) naar de koelkast in Veghel iets ten zuiden van Bernheze, een afstand van nog geen twintig kilometer. Morgen is immers de aftrap van Prikjaar 2021 (geen Schrikkelprikjaar). Ik kom al snel tot de conclusie dat het te koud is om langs de kant van de weg te gaan staan wachten op het konvooi.

Ik start de fietstocht in Nistelrode op het Raadhuisplein. Daar valt meteen Piet Mondriaan (1872–1944) op, althans één van zijn abstracte schilderijen. Mondriaan woonde in 1904 tijdens een crisisperiode in zijn leven in Uden, maar kwam vaak in Café Tramstation in Nistelrode om een goede vriend te ontmoeten. Zo wordt overal elke voetstap van de kunstenaar misbruikt voor toeristische promotie.

In zuidelijke richting kom ik langs Natuurgebied ‘De Meuwel’, met een flinke visvijver. Vervolgens een mooi fietspad door de Bedafse Bergen, een stuifzandgebied, grotendeels beplant met naaldbomen. De brandtoren komt nauwelijks boven de bomen uit.

Vele knotwilgen langs wegen en sloten. Bij Vorstenbosch steek ik drie keer de Leijgraaf over, een beek (‘geleide gegraven loop’) die zijn water krijgt uit de Aa bij Boekel (iets ten oosten van Bernheze) en weer uitstroomt op de Aa tussen Heeswijk en Berlicum (aan de westzijde van Bernheze).  

In Vorstenbosch staat beltmolen Windlust (een veelgebruikte naam voor molens; in Nistelrode staat ook een Windlust). Maar hier staat vóór de molen een beeld van molenaar Smolenaers. Hij stierf in het harnas in 1936, door een klap van de molenwiek!

Bij de derde brug met stuw over de Leijgraaf ligt een soort Ufo met zonnepanelen ingegraven in het talud: een Smart vislift! De vissen worden in een soort draaikolk naar boven geholpen. De snelheid van de draaikolk kan worden aangepast aan de vissoort die op dat moment in de migratieperiode zit. Heel snel voor vissen die van draaimolens houden, en langzaam voor vissen die last hebben van zeeziekte.     

Ik kom bij Dinther langs Landgoed Zwanenburg, een versterkt huis uit de late Middeleeuwen, en vervolgens bij de Kilsdonkse Molen aan de Aa, oorspronkelijk uit de dertiende eeuw. Deze molen bestaat uit twee onderdelen: een korenmolen op de ene oever, aangedreven door wind of water (watervluchtmolen) en een oliemolen op de andere oever die draait op waterkracht. Twee waterraderen naast elkaar in het water. Het geheel prachtig gerestaureerd.

In Heeswijk maak ik even een zijsprongetje naar het grote complex van de Abdij van Berne. Het proeflokaal van de Abdijwinkel is opgesierd met een foto van een bourgondische Norbertijn die zichtbaar geniet van het heerlijke Berne Abdijbier.

Via een mooi fietspad langs de Aa – waar op enkele plekken de griendcultuur in ere wordt hersteld – bereik ik Kasteel Heeswijk uit de twaalfde eeuw. Eerder kwam ik al eens op enige afstand langs deze waterburcht, maar nu kom ik tot bij de poort. Wat een fantastische burcht is dit, door water omgeven, waaraan een aantal zwarte zwanen extra cachet geven. Kasteel Heeswijk speelde een aardig deuntje mee in de vaderlandse geschiedenis. Prins Frederik Hendrik moest in 1629 tijdens de Tachtigjarige Oorlog eerst deze burcht veroveren op de Spanjaarden voor hij het beleg van Den Bosch kon slaan. In het Rampjaar 1672 kwam Lodewijk XIV onverwacht op bezoek. En in 1795 gebruikte Napoleon’s generaal Pichegru het kasteel als hoofdkwartier bij de verovering van de Republiek. De route leidt me opnieuw over de Leijgraaf en dan een heel eind door de Heeswijkse Bossen.

Ik stop bij een paar iele bloeiende plantjes van fluitenkruid. In de recente telling van winterbloeiers van Floron staat fluitenkruid op de zestiende plaats qua frequentie uit een totaal van zeshonderdvierentwintig verschillende soorten. Steeds meer planten durven het aan om niet te wachten tot het voorjaar, maar al tijdens de winterperiode even een proefballonnetje op te laten, of door te gaan met waar ze in de herfst al mee bezig waren.  

Recreatiegebied Engelenstede herken ik van een eerdere fietstocht op Kerstavond 2018 (‘Rondje om de St. Jan’. In: 1000110, 2019). Toen hoorde ik hier tijdens mijn picknick de engelenschare een gerucht verspreiden onder de herders bij nachte dat er een kindeke geboren zou worden op aard, in de St. Jan. Vandaag hoor ik niks, de engelen zijn terug in hun hok tot volgend jaar. De echte oorsprong van de naam Engelenstede is overigens prozaïscher: een boerderij vernoemd naar de eigenaar, meneer Van Engelen.

Een buizerd op een lantaarnpaal wordt fanatiek aangevallen met duikvluchten door een roek of een kraai. Net zo lang tot de roofvogel er genoeg van heeft en de benen neemt, nog even hinderlijk achtervolgd door de zwarte vogel.

Langs de Grote Wetering bereik ik Vinkel, gelegen net over de grens in gemeente ’s-Hertogenbosch. In dit dorp word ik getriggerd door de Van Rijckevorselweg. Van Rijckevorsel is een roemrucht geslacht in het Brabantse, waar best een straat naar vernoemd mag worden. Maar ik moet natuurlijk denken aan de kleine Thom van Rijckevorsel, jaargenoot in 1967 op de Landbouwhogeschool in Wageningen. Hij is zelfverklaard van de arme tak (niet-genobiliteerd), maar woont desalniettemin in het mooie ‘wit kasteeltje’ op Landgoed Dennenboom in Schijndel (iets ten zuiden van Bernheze).

Ik maak nog een grote noordelijke lus langs het zestiende-eeuwse Huize De Berkt en dan een zuidelijke vrij saaie lus naar Loosbroek, om terug te keren naar mijn uitgangspunt in Nistelrode.

Regelmatig zag ik bij gebouwen de rood-wit geblokte vlag hangen die ze gebruiken bij de start van sportwedstrijden. Is dat misschien de gemeentevlag van Bernheze? Maar oei, het is ‘Brabants Bont’, de provincievlag van Noord-Brabant (deze onwetendheid is mij als Fries toch wel vergeven?). Snel van onderwerp veranderen. Bij een boerderij lopen enkele gedomesticeerde brandganzen.     

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/448178139]

        

Gepost: 17 Januari 2021

 

Mooisteroutes.nl: Kilsdonkse Molen (60 km).