WANDELEN: Waal 1

Ik heb niet de pretentie op één dag de hele Waal – van Pannerden tot Gorinchem – te kunnen bewandelen, en al helemaal niet vice versa. Op dinsdag, 23 juli 2019, dus slechts een etappe, tussen Druten en Echteld.

Vanwege de tropische temperaturen ga ik over op een tropenrooster. Om kwart over zeven begin ik de wandeling van ongeveer twintig kilometer bij cafetaria ’t Veerstoepje in Ochten. In de verte de Prins Willem-Alexanderbrug bij Echteld, waar ik de Waal zal oversteken van de Betuwe naar het Land van Maas en Waal.

Ik wandel op de oever van de Waal stroomafwaarts, maar moet al snel terug naar de Waalbandijk vanwege de grote Overnachtingshaven IJzendoorn. Op regelmatige afstand van elkaar liggen dergelijke veilige havens voor de binnenvaart zodat de schippers kunnen voldoen aan de vaar- en rusttijden, voorgeschreven in de Binnenvaartwet. Veel wilde planten op de oevers van de haven. Tot nu toe miste ik de wilde bertram, maar nu hij volop bloeit zie ik dat hij het verwante gewone duizendblad gewoon vergezelt. Hazen schieten her en der weg.

Het kerkje van IJzendoorn slaat acht uur. Twee ooievaars staan geduldig te wachten op een steenhoop bij enkele dienstwoningen, in de hoop bijgevoerd te worden. Verder is het dorp in diepe rust, al wordt er deze week (20–25 juli) de VBWIJ gehouden: Vakantie Bijbel Week IJzendoorn.

Ik begin te twijfelen of ik de gewone bereklauw en de gewone engelwortel niet regelmatig door elkaar heb gehaald, beide met een buikige bladschede. In elk geval kan ik vanaf nu de bloeiende bereklauw goed herkennen aan de V-vormige insnijding van de buitenste kroonblaadjes.

Een binnendijkse poel is helemaal drooggevallen en alle waterlelies verschrompeld. Een tweede poel heeft nog volop water en is bedekt met bloeiende watergentiaan.

Het lukt me warempel om weer eens een vogeltje voor de lens te krijgen: de roodborsttapuit met z’n zwarte koppie en rode borst. En een mooie vlinder, maar dat is de algemene dagpauwoog.

Ik struin weer langs de Waal; de zandige oevers met kleine rivierduintjes kleuren wit tot lila van bloeiend zeepkruid. Op andere plekken is de echte kruisdistel dominant, en er zijn vele haarden van de giftige doornappel met zijn lange trompetbloemen. Een torenvalk vliegt langzaam langs de randen van een manshoog maisveld, biddend dat een veldmuisje het moge wagen om het open veld te betreden.      

Ik loop heerlijk in de schaduw ónder de zeshonderd-meter lange PWA tuibrug, de brug van ‘niks naar nergens’ (al zal Prins Willem-Alexander dat niet leuk vinden). Ik zoek een snelle manier om óp de brug te komen, maar ik loop vast op een brede sloot en moet een flink eind terug. Haas nummer tien zit onder de brug achter een kraai aan. Vanaf de brug mooie vergezichten over de Waal, met zijn drukke scheepvaart over het glinsterende water. Alle koeien in de uiterwaarden maken er een stranddagje van.

Gelukkig zit er aan het eind van de brug een trap naar beneden naar Beneden-Leeuwen. De uiterwaarden vlak bij de brug vormen een wildpark met heel veel wilde bertram en duizendblad, guldenroede, Sint-Janskruid, kattendoorn, vogelwikke, gele honingklaver, Engelse alant. De Engelse alant – een mooie geelbloemige composiet – komt overigens niet in Engeland voor. En zou Boris hem toch willen hebben, dan moet hij binnenkort invoerrechten betalen. Een kolk is het jachtterrein van H.S.V. Dobbertje Onder.

Langs de dijk staat onder twee enorme lindebomen een bijzonder monument uit 1874, een zuil met een kroon op de top. Op 1 februari 1861 brak hier de Waaldijk door, en verdronken zevenendertig inwoners van Beneden-Leeuwen. Oorzaak was damvorming door kruiend ijs, eerst in het Pannerdensch Kanaal, vervolgens bij een versmalling van de Waal ter hoogte van Varik. Leeuwen bedankt met dit monument ‘Koning Willem den Derde en Hoogstdeszelfs Broeder Prins Hendrik’.

                              

                               Een traan in ’t manlijk oog

                               Een troostwoord in den mond

                               Stond Neerlands Vorst ons bij

                               In dezen bangen stond. 

 

Het monument vermeldt ook nog dat een achtjarig meisje zes dagen ronddobberde in het Land van Maas en Waal, maar uiteindelijk werd gered.

In een strang in de uiterwaarden liggen vele luxe woonboten. De omhoog stekende palen langs de zijkanten zijn geen ventilatiepijpen, maar geleidingspalen zodat de woonboten niet op hol slaan wanneer het water gaat stijgen. De palen zijn net zo hoog als de top van de winterdijk.

De Leeuwense en Drutense uiterwaarden (Kaliwaal), waar veel zand is gewonnen, worden herschapen tot natuur. Dit wordt gedaan door de zandputten op te vullen met verontreinigd baggerslib. Dit is nogal uniek omdat dit baggerdepot in open verbinding met de rivier staat. We gaan er maar vanuit dat iedereen zich goed aan de afgesproken voorwaarden houdt. 

In Boven-Leeuwen staat een soort iglo langs de dijk, waar je ’n Dijk van ’n IJsje kunt kopen. In een strang in de uiterwaarden houdt H.S.V. Dobbertje Onder een viswedstrijd. Oh nee, dit is weer een andere visclub: H.S.V. Steeds Actief. Gelukkig laten de strangen ook nog mooie waterplanten toe: het twee-meter hoge moeraskruiskruid staat langs de oever met zijn voeten in het water en watergentiaan bedekt het wateroppervlak. Een fuut leert haar twee kinderen duiken. Dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. Wanneer één van de twee pubers niet actief genoeg is, wordt-ie door moeders in de kop gepikt en hardhandig kopje onder geduwd.

Er staat nog wel wat industriëel zwerfgoed langs de dijk, meestal met een bordje ‘Verboden toegang. Gevaarlijk terrein’. Konijntjes hebben daar geen boodschap aan. Ik zie ze onder de muur door naar binnen kruipen.

Het Drutens Voetveer ‘D’n Overkant’ is een pittig bootje dat je in een mum van tijd naar d’n overkant brengt. Die snelheid komt goed van pas, tussen het drukke scheepvaartverkeer door. De bejaarde kaartjesknipster heeft het liefst dat je het veergeld pint, dan hoeft ze ’s avonds al dat kleingeld niet te tellen.

Vanaf het veer loop ik tot aan de dorpskern van Ochten door de uiterwaarden. Nog maar eens een lijstje van opvallende bloeiende planten in de bermen en akkerranden: wouw, teunisbloem, bijvoet, echte kruisdistel, boerenwormkruid, kamille, bereklauw, Jacobskruiskruid, afrijpende zwarte mosterd, akkerwinde, knoopkruid, vogelwikke, een enorme wegdistel, verschraalde mais, muskuskaasjeskruid, grote klis, haagwinde, smeerwortel.

Vijfenveertig jaar geleden (1973), tijdens de studie in Wageningen, wandelde ik hier regelmatig met studievriend Paul en de teckels Spits en Snuffel vanuit ons dijkhuisje aan de Waalbandijk. Maar er is hier veel veranderd. Na de bijna-ramp in 1995, toen de dijk bij Ochten op springen stond, is de dijk verzwaard ten koste van het idyllische dijkhuisje (met bedstee).

Op de dijkhelling bij het dorp loopt nu een smal wandelpad. De helling staat vol met afrijpende wede, vlasbekje en wit vetkruid. Café-Restaurant de Waal is dicht op dinsdag. En Cafetaria ’t Veerstoepje heeft geen tapvergunning. Dan maar snel naar huis om de keel en andere ingewanden te smeren.   

 

Gepost: 1 Augustus 2019

 

Struinen langs de Waal. Traject B p.p.: Ochten–Echteld–Beneden-Leeuwen–Druten–Ochten (23 km)