FIETSEN: Lek

Dinsdag, 2 juli 2019. Het is prettig om bij zonnig weer in de buurt van water te fietsen. Alleen het zien van water geeft al verkoeling. Nog maar een keer ‘Lekker langs de Lek’.

De Lek is het verlengde van de Rijn vanaf Wijk bij Duurstede. De Lek begon aan het begin van onze jaartelling als een zijrivier van de Rijn, die toen nog noordelijker stroomde (Kromme Rijn, Leidse Rijn, Oude Rijn). Ongeveer duizend jaar later wordt de Kromme Rijn afgedamd en wordt de Lek de hoofdstroom van de Rijn. 

Ik heb een route langs de rivier uitgestippeld, te beginnen aan de noordkant ter hoogte van Culemborg. Ik ga westwaards tot aan het fietsveer van Ameide en dan aan de zuidkant van de Lek weer terug naar Culemborg om daar met de gierpont over te steken naar mijn auto die geparkeerd staat bij de Steenwaard aan de voet van de Kuilenburgse Spoorbrug.

Ik heb me niet gerealiseerd dat ik op deze route een ‘hindernis’ moet nemen: de Nieuwe Hollandse Waterlinie (negentiende eeuw). Er liggen een vijftiental Forten en ‘Werken’ langs de Lek die de zwakke plekken van de linie – de dijken van de grote rivieren – moesten verdedigen. Het begint al snel met het ‘Werk aan de Groene Weg’, vanwaar het voetveer Liniepont je de verdediging aan beide zijden van de Lek kan laten zien. “Schipper mag ik overvaren?”Meestal niet, maar bel even voor een excursie.”    

Rond het ‘Werk’ liggen een aantal kazematten in de weilanden, maar die stammen uit de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

De inhammen in de rivier tussen de kribben zijn gedeeltelijk afgesloten met houten palen, hetgeen het bezinken van slib bevordert en kleine kweldertjes vormt. Goed voor het foerageren van watervogels.

De belangrijkste ‘Wachter aan de Lek’ is Fort Honswijk uit 1846 (samen met Fort Everdingen aan de overkant). Maar er liggen allerlei hulpstukken in de buurt: Lunet aan de Snel, Werk aan de Korte Uitweg en Werk aan de Waalse Wetering. Na bewoning door militairen, politieke vluchtelingen, oorlogsmisdadigers zijn nu de vleermuizen en vogels aan de beurt. Het zal de alpaca’s op een nabijgelegen hobbyboerderij een zorg zijn. Die zorg gaat uit naar de pasgeboren alpacaatjes.

Een groot herinrichtingsproject betreft de Honswijkerplas in de Honswijkerwaard bij Tull en’t Waal. De oevers van de natuurlijke en kunstmatige kreken in de uiterwaarden kleuren uniform paars door een gordel van bloeiende kattenstaart, een prachtig gezicht. Het stuw & sluizencomplex bij Hagestein is identiek aan de complexen bij Amerongen en Driel, met boogvormige stuwen die men in het water kan laten zakken. Ze zijn zeer belangrijk voor de regeling van de waterhuishouding van grote delen van Nederland.

Ik passeer het korte Lekkanaal (1938) – tussen de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal – met de Prinses Beatrixsluizen in Nieuwegein. Er wordt driftig gewerkt om de sluizen en het kanaal te vergroten voor een betere doorvaart. Tijdens een wandeling door de Amsterdamse Waterleidingduinen leerde ik dat water uit het Lekkanaal via een buizenstelsel helemaal naar de duinen wordt geleid om na bezinking te dienen voor de watervoorziening van Amsterdam. Dan moet het water van het Lekkanaal toch wel bijzonder ‘lekker’ zijn!

Ik word een beetje omgeleid en kom door ‘toeristisch Vreeswijk’. Vreeswijk (Friezenwijk!) was de oorspronkelijke nederzetting aan de Lek, maar is inmiddels samen met Jutphaas opgegaan in Nieuwegein. In de wijk Vreeswijk ligt Fort Vreeswijk uit 1855.

Bij de aloude Sluis van Vreeswijk – de oudste verbinding van Utrecht met de Lek – hangt een bordje aan een paal met een Dijkverbod: ‘Het is verboden voor VOC-leden de dijk te betreden. Art. nr. 3162676’. Ik neem aan dat het niet gaat om de Verenigde Oost-Indische Compagnie, maar om de Vreeswijkse Ouwelullen Club, of iets dergelijks.

Even verderop de sluis van het Merwedekanaal. Het Merwedekanaal uit 1892 komt uit de Merwede bij Gorinchem, kruist hier de Lek, en stroomt door tot aan het Amsterdam-Rijnkanaal.

Met zicht op de zendmast van Lopik kom ik op de Lekdijk leuke plantjes tegen, zoals de twee-meter hoge witte honingklaver. Jacobskruiskruid wordt begeleid door boerenwormkruid. De bijvoet begint te bloeien evenals een rijtje kompassla en een pluk Sint-Janskruid. Een aantal bijenkasten staan in een veld met koolzaad. Een win-win-win situatie: goede vruchtzetting van het koolzaad, honing als bijproduct, en reproductie van de bijen. Tussen het afrijpend koolzaad begint het onkruid melganzenvoet te bloeien. 

Bij Jaarsveld staat een bijzonder monument op de dijk. Een motorblok van een bommenwerper die tijdens de Tweede Wereldoorlog neerstortte in de Lek: twee overlevenden, vijf vermisten.

Met het voetveer De Overkant vaar ik de Lek over naar Ameide op de grens van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Bij het nabijgelegen Sluis ligt de Zouweboezem met uitgestrekte rietvelden. Ik heb nog geprobeerd een purperreiger te spotten, op de grond of in de lucht, maar zonder resultaat.

Bij Achthoven kom ik langs het Kersbergsrak in de uiterwaarden. In het water scharrelen ganzen of eenden die mij eerst onbekend voorkomen, maar het blijken jonge bergeenden te zijn die nog geen bruine band om de borst hebben. Verder één enkele lepelaar die in een snel tempo de bodem van de plas stofzuigt. Binnendijks, op een steunpaaltje van een vruchtboom, rust een buizerd uit in de schaduw van het gebladerte. Een in kleur contrasterend hoekje onderaan de dijk blijkt een monocultuur valeriaan te zijn.

Vianen is vooral bekend van de file-berichten, maar heeft een mooi centrum (stadhuis, Lekpoort) en een bijzondere geschiedenis. Vianen noemt zichzelf een verrassende Vrijstad. Dat heeft alles te maken met het geslacht van Brederode. Hendrik van Brederode (1531–1568), de Grote Geus, die bij de kerk met een beeld wordt geëerd, was één van de eerste opstandelingen tegen de Spanjaarden. In de kerk bevindt zich de grafkelder van de familie met een bijzonder grafmonument. De familie van Brederode verkreeg absolute zeggenschap over sommige plaatsen zoals Vianen. Vianen was tot 1725 geen onderdeel van de Republiek, maar een Vrijstad en Vrijstaat. Was je eenmaal in Vianen toegelaten (onder strikte voorwaarden), dan kon je niet uitgeleverd worden voor je ‘misdaden’, maar had je een vrijgeleide. ‘Naar Vianen gaan’ werd synoniem aan ‘failliet gaan’.

Ik kruis opnieuw het Merwedekanaal, nu ten zuiden van de Lek. Bij Everdingen liggen de Everdinger Waarden met draaipontje De Goudhaeck. Dat lijkt me een mooi wandelgebied voor volgende week. Tegen een achtergrond van paarse kattenstaart staan een vijftiental lepelaars.

Hier ligt de andere ‘Wachter aan de Lek’, Fort Everdingen. Bovendien begint hier de Diefdijk. Oorspronkelijk werd de Diefdijk tussen de grote rivieren Lek en Waal in de Middeleeuwen aangelegd door de Vijf Heeren van de Vijfheerenlanden om het water uit het oosten – de Gelderse Betuwe – buiten de deur te houden. Maar in de negentiende eeuw werd de Diefdijk een belangrijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Diefdijk linie loopt van Everdingen tot Gorinchem. Ook hier zijn tijdens de dreiging van de Tweede Wereldoorlog vele kazematten toegevoegd.

Als hulpstuk van Fort Everdingen passeer ik nog het Werk aan de Spoel, aantrekkelijk gemaakt door een horeca gelegenheid. Bij Culemborg tot slot een monument ter herinnering aan de bijna-ramp en de evacuatie van 1995, en de daarop volgende dijkverzwaring. Een grote schop (werk aan de dijk) met een vogel op het handvat (nieuwe natuur) en een moeder met kind en paraplu (bescherming). Weer drie keer win.

Met het gierpontje steek ik de Lek over. Ik heb de zon weer eens onderschat en begin te merken dat ik behoorlijk verbrand ben op deze tocht van zes uurtjes.

 

Gepost: 17 Juli 2019

 

Knooppunten: 52, 51, 18, 16, 15, 17, 19, 20, 25, 09, 86, 14, 64, 20, 21, 05, 06, 02, 10, 11, 12, 40, 41, 42, 52 (55 km)