FIETSEN: Dommel

De Dommel ontspringt op het Kempisch Plateau in België en is ongeveer honderdtwintig kilometer lang: vijfendertig kilometer in Belgisch Limburg (van Peer naar Schaft) en vijfentachtig kilometer in Noord-Brabant (van Schaft naar Den Bosch). Eerder wandelde ik al eens in het grensoverschrijdende natuurgebied Hageven–Plateaux, waar de Dommel doorheen stroomt (‘Grenzeloze Dommel’. In: Lustrum, 2017).

Vandaag, donderdag 24 september 2020, staat het benedenstroomse gebied tussen Eindhoven en Den Bosch op de fietskalender. Vriend Jan uit Breda heeft een zeer doordachte, nauwgezette operatie voorbereid, waar ik in mijn eentje niet aan begonnen zou zijn. Maar het pakt fantastisch uit.

Om negen uur komen we gelijktijdig met eigen vervoer aan bij de P+R Deutersestraat in Den Bosch, een gemeentelijke voorziening waar je goedkoop kunt parkeren. In plaats van de gratis bus te nemen, fietsen we naar het station, waar we met fiets en al op de trein stappen en – tegen de wind en de zon in – naar Eindhoven glijden. Vervolgens fietsen we – met de wind en de zon in de rug – terug naar Den Bosch. Zo kom ik nog eens in het OV en maak ik weer eens een lijntocht in plaats van een rondtocht. En de hele route gaat het voor de wind.

Dat de Dommel leidend is op deze fietstocht moge blijken uit het feit dat we op deze tocht van zeventig kilometer negentien keer de Dommel oversteken!   

Het begint al meteen op de Campus van de TU Eindhoven, waar de Dommel rustiek doorheen loopt en vervolgens Eindhoven aan de oostzijde omzeilt. De plaatsen die we onderweg (noemenswaardig) passeren zijn Son & Breugel, Nijnsel, Sint-Oedenrode, Liempde, Boxtel, Sint-Michielsgestel en Den Bosch.

Bij Son & Breugel wijken we even af van de route, naar de duiker die de Dommel onder het Wilhelminakanaal door leidt. “Zit u nog op de route?”, roept een stem uit de binnenzak van mijn fietsmaat. Vriend Jan heeft de knooppunten ingevoerd in de fietsrouteplanner en wordt vriendelijk tot de orde geroepen. “U bent er weer!”, krijgen we te horen nadat we op onze schreden zijn teruggekeerd.

In dorp Nijnsel (nergens een bordje bebouwde kom) houden ze kamelen. ‘Bende van Nijnsel’ schiet door mijn hoofd, maar ik ben in de war met ‘Bende van Nijvel’ bij onze zuiderburen.

Ons tempo is wat te hoog om aandacht te kunnen schenken aan plantjes in de berm, maar een grote struik zegekruid (Nicandra) in een verwilderde tuin laat zich niet ongemerkt passeren. Bijzondere bloemen en lampionnetjes waarin de vrucht zit verborgen. Het is pas de tweede keer dat ik deze plant verwilderd tegenkom. Wel een giftige plant uit de Nachtschade familie.

Natuurlijk houden we de waterplanten in de Dommel wel in de gaten door op iedere brug even te stoppen. Een alom aanwezige waterplant, die grote matten vormt langs de oevers, begint op te vallen. Het blijkt waternavel te zijn. Niet de inheemse gewone waternavel, maar de invasieve grote waternavel. Je hoeft maar even te googelen op ‘Dommel’ en je krijgt allerlei artikelen over de moeizame bestrijding van deze exoot.

We bereiken Sint-Oedenrode, ‘Rooi’ in de volksmond (niet te verwarren met ‘Rooj’, want dat is Stramproy). ‘Rode’ staat voor ‘gerooide plek’. Het rooien (ontginnen) van de plek door mevrouw Oda rond het jaar 700 resulteerde in Oda’s Rode ofwel Oedenrode. En na haar heiligverklaring: Sint-Oedenrode.

We fietsen een rondje om de Knoptoren in het oudste deel van Sint-Oedenrode. De koperen knop op de toren is ooit gesneuveld in een storm en vervangen door een open lantaarn. De naam is gebleven. In de muur van de toren is een jaartal aangebracht in een mij vreemd voorkomende notatie van Romeinse cijfers: CIƆIƆCLVI. CIƆ blijkt te staan voor M (1000), IƆ voor D (500), zodat het jaartal MDCLVI (1656) is.

Vlakbij de Knoptoren staat langs de Dommel een soort lemen hut genaamd ‘Oda’s Eksterkapel’, een kunstwerk uit 2010. De heilige Oda had blijkbaar altijd eksters om zich heen. ‘Klop op de deur om de eksters te ontwaken (sic).’ Helaas werkt de apparatuur niet en horen we geen eksterdialogen afgewisseld met hemels gezang.

Voor mij is Sint-Oedenrode immer verbonden met Monseigneur Bekkers, van 1960 tot 1966 bisschop van Den Bosch, precies de periode dat ik op het kleinseminarie van het bisdom Groningen zat. Ik zie nog voor me de langzame stoet van rouwwagens van de St. Jan in Den Bosch naar zijn geboorteplaats Sint-Oedenrode, onder begeleiding van het Adagio in G Mineur van Albinoni als ultieme tranentrekker. De beeltenis van Bekkers staat voor de katholieke Martinuskerk en hij is begraven op het kerkhof bij Oda’s Kapel (niet bij Oda’s Eksterkapel!).

We fietsen even naar Kasteel Henkenshage, een versterkt landhuis met een mooi park eromheen. Vooral voor de foto’s, want de geschiedenis is me te ingewikkeld.

Bij een stroomversnelling in de Dommel zijn hindernissen aangebracht om ‘keerwater’ te creëren en er hangen paaltjes aan touwtjes vlak boven het water: een slalomparcours, Eddy Rode genaamd. De secretaris van de Hooidonkse Kano Club legt me per e-mail uit dat ‘eddy’ het Engelse woord voor ‘keerwater’ (draaikolk, werveling) is en ‘rode’ verwijst uiteraard naar Sint-Oedenrode.

We maken buiten het dorp even een uitstapje naar het Jukebox Museum, maar dat is alleen op zondag geopend, of op afspraak (we hebben geen afspraak). “Klopt uw route nog?

Bij Liempde beklimmen we een uitkijktoren in het Dommeldal, maar de Dommel is hier nou net niet te zien. Het lijkt alsof de wind in kracht toeneemt, maar dat hoort alleen maar zo. We zitten hier namelijk midden in het Meierijse Peppellandschap met luidruchtig peppelgeruis. De populier is hier in grote aantallen aangeplant om de klompenindustrie van Liempde en omgeving te bedienen.

Het is opvallend hoe twee gebiedsnamen in deze streek – de driehoek tussen Eindhoven, Den Bosch en Tilburg – vechten om voorrang: Meierij en Groene Woud. De naam ‘Meierij’ heeft een historische oorsprong, de naam ‘Groene Woud’ is kunstmatig, bedacht vanachter een bureau. Nu blijkt het nog veel erger te zijn! De naam refereert aan café ‘Het Groene Woud’ hier in Liempde, waar de eerste vergadering over de inrichting van het groene hart van Brabant plaatsvond. Eerder suggereerde ik al eens dat de naam ‘Groene Meierij’ meer recht gedaan zou hebben aan de geschiedenis en aan de natuur, want een woud kom je hier ook niet tegen (‘Groene Woud’. In: Tureluren, 2015).

De Dommel is op vele plaatsen gekanaliseerd of zelfs omgeleid, zoals door het Dommelkanaal langs Boxtel. Maar men probeert de oude situatie te herstellen en dus meanderen wij mee met de Dommel helemaal om en door Boxtel heen, met groepen witte soepganzen en Canadese ganzen op de oevers.

De ‘Blikvanger’ langs het fietspad lijkt een beetje uit de mode te zijn. Hij is hier vervangen door de ‘Binswinger’, en dat is natuurlijk veel spannender.

Ook de geschiedenis van Kasteel Stapelen bij Boxtel en Kasteel Nieuw Herlaer bij Sint-Michielsgestel is ingewikkeld, maar mijn foto’s zijn mooi. Het is opvallend dat dergelijke pronkstukken langs de Dommel lange tijd in handen zijn geweest van de katholieke kerk of kloosterordes.

Een bordje ‘Linie 1629 Route’ herinnert aan het Beleg van Den Bosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Met het geld van de Zilvervloot kon Frederik Hendrik in 1629 een ingenieus beleg slaan rond de stad. De inname van Den Bosch was een keerpunt in de lange oorlog met Spanje.  

Aan de buitenrand van Den Bosch fietsen we over het terrein van de Isabella Kazerne, met enkele overblijfselen van het Spaanse Fort Isabella dat de zuidkant van de stad moest verdedigen. De naam verwijst naar Isabel, dochter van Filips II en destijds landvoogdes van de Zuidelijke (Spaanse) Nederlanden.

We fietsen naar het centrum van Den Bosch om de Dommel te zien uitmonden in de Dieze. Dat is dan het einde van de Dommel. Wij sluiten af met warme chocolademelk en een Bossche Bol op de Markt. Ik moet even denken aan de CityGoose speurtocht ‘Flikken Den Bosch’, met de opdracht om de moordenaar te vinden van de kampioen Bossche Bol bakker (‘Moord bij de St. Jan’. In: Tureluren, 2015). Het recept is in elk geval bewaard gebleven.    

 

[Beeldverslag:  https://www.jansiemonsma.nl/441792535]

 

Gepost: 11 Oktober 2020

 

Fietsknooppunten: 97, 98, 08, 09, 43, 40, 51, 52, 31, 68, 67, 66, 33, 34, 55, 54, 53, 52, 51, 02, 01, 71, 68, 70, 43, 75, 65, 36, 64, 63, 14, 23, 22, 21, 55 (70 km)