WANDELEN: Haarzuilens

Ik was nog nooit op Landgoed Haarzuilens geweest. Het ligt onder de rook van Utrecht (je kunt de koffie van D.E. bijna ruiken), iets ten noorden van de Utrechtse wijk Leidsche Rijn. Knooppunt Oudenrijn, wijk Leidsche Rijn, hoe zat het ook alweer met die Rijn? De Rijn liep vroeger vanaf Wijk bij Duurstede een stuk noordelijker om bij Katwijk uit te monden in de Noordzee. Het eerste stuk, van Wijk bij Duurstede tot Utrecht heet nu Kromme Rijn. Vanaf Utrecht tot Harmelen is het de Leidse Rijn, en van Harmelen tot Katwijk de Oude Rijn. En dan heb je nog dode Rijn-armen die onder andere reiken tot in Landgoed Haarzuilens.

Op donderdag, 6 juni 2019, wandel ik op Landgoed Haarzuilens de uitgezette fietsroute van dertien kilometer en als toegift het Waterbeleefpad van drie kilometer. Het weer is dreigend, maar het blijft droog. De naweeën van de storm van afgelopen dinsdag. 

Het Landgoed is zo’n zeshonderd jaar oud, maar een nieuw sprookje ontstaat begin twintigste eeuw. Je heet Etienne van Zuylen (1860–1934), bent een Belgische Baron en erft een Landgoed van je vader met een ruïne van een kasteel. Wat nu? Je neemt een verstandig besluit en trouwt met de stinkend rijke Franse Barones Hélène de Rothschild (1863–1947). Jullie kennen elkaar van de autosport. Samen besluiten jullie op de ruïnes een nieuw sprookjeskasteel te bouwen met mooie tuinen. Je zoekt een goede architect – Pierre Cuypers! – en de mooiste plek op het Landgoed voor het kasteelpark. Echter daar ligt het kleine dorp Haarzuilens. Helaas, pindakaas! Het dorp Haarzuilens wordt een kilometertje verplaatst. Kasteel De Haar verschijnt, het jongste maar grootste kasteel van Nederland, met een aantal bijgebouwen waaronder een kerk. Het duurt erg lang voor een nieuw aangeplant bos een bos van stand is, dus worden er duizenden volwassen bomen met de Mallejan naar het Landgoed versleept. Dit alles vond plaats een dikke honderd jaar geleden; inmiddels is het oerbos tot golfterrein gemuteerd.

Ziedaar de ‘setting’ van deze wandeling, die begint in een nat gedeelte van het Landgoed met kleurrijke hooilanden langs de Haarrijnseplas (daar heb je de Rijn weer), gegraven voor de aanleg van de Utrechtse wijk Leidsche Rijn.

Nu het raapzaad is uitgebloeid en zijn hauwen rijpen, wordt de gele kleur in de bermen verzorgd door de verwante zwarte mosterd. Ertussen walstro, margriet en in mindere mate kamille. De gewone bereklauw neemt het stokje over van het uitgebloeide fluitenkruid. De hooilanden worden lichtgeel gekleurd door grote populaties van de ratelaar. In de sloten bloeit de gele plomp, op de oevers de gele lis, echte koekoeksbloem en valeriaan. In een verwaarloosd hoekje van een voormalige groentetuin staan hoge doorgeschoten planten van de artisjok, met de kaardenbol als lijfwacht.

Langs de plas is een betonnen wand met gaten aangebracht. Oeverzwaluwen vliegen af en aan, geen holletje onbenut latend. Een Nijlgans staat op een weilandhek op de uitkijk. Zijn ega zit waarschijnlijk ergens in de buurt te broeden. Fazanten roepen. Volop hazen in de weilanden. Een haas loopt me slaapwandelend tegemoet op het fietspad. Tot-ie zijn ogen opendoet, verschrikt omdraait en er als een haas vandoor gaat. Jonge puberende meerkoeten zijn vervelende schooiers. Maar de ouders willen er snel van af, want de volgende bevalling kondigt zich alweer aan.

Ik passeer de boomgaard van het Landgoed, die de naam De Boswachter kreeg omdat de boswachter in de buurt woonde. Volop vlinderbloemigen in de bermen: veldlathyrus, vogelwikke en een enkele ringelwikke.

Sloten worden met een grijper schoongemaakt. Een ooievaar denkt dat er wat te halen is. Verderop is een boer is aan het gieren. Ook dat vinden ooievaars interessant.

Langs de paden geknotte populieren en wilgen door elkaar. Een ondergroei van kleefkruid en heermoes. Een wandelpad door de weilanden is afgesloten van 1 april tot 8 juni. De einddatum is variabel, de ‘8’ is handgeschreven. Overmorgen is het 8 juni en begint het Pinksterweekend: dan mogen we weer de wei in.

Ik bereik de dubbele watergang de Bijleveld in de buurt van Kockengen. Net als Koekange in Drenthe kreeg het veengebied hier een uitnodigende naam (afgeleid van Cocagne, Luilekkerland) om arbeiders te trekken. Ik loop over een mooie grasdijk langs het water dat vol zit met witte waterlelie en gele plomp.

De storm heeft huisgehouden op de Rodendijk, die beplant is met essen, zieke essen. Hele takken zijn vijftig meter ver de weilanden ingeblazen. De Rodendijk is een van de weinige stiltegebieden in de provincie Utrecht, maar tijdens de storm heeft het hier gedonderd. 

Ik bereik het Parkbos rond Kasteel De Haar. Eerst een open gedeelte met een zee van margriet, met ertussen duizendblad, beemdkroon, knoopkruid, streepzaad, korenbloem en beemdooievaarsbek. Langs een vijverpartij enkele sierstruiken van rode peterselievlier. Voor de verandering eens geen Nijlgans op een hek, maar een fazant op de uitkijk.

In november 2015 zijn hier op de boomplantdagen door vijftienduizend mensen zevenduizend bomen en struiken geplant om een nieuw kasteelbos te creëren. Veel van die bomen hebben een verhaal te vertellen, vooral om het leven te vieren.

Een stroomrug vlak langs Kasteel De Haar heet de Rijndijk, getuige van een dode arm van de (Oude) Rijn. Ik betreed De Haar door de kasteelpoort. Alleen het achterliggende stalplein is al gigantisch, laat staan het kasteel en de kerk, waar momenteel een bruiloft plaatsvindt.

Op de hoogste toren van het kasteel staat een beeld van ‘Ridder’ van Zuylen, met een lans in zijn hand, die dient als vlaggenmast en bliksemafleider.

De smalle Bochtdijk is een laantje met oude witte abelen. Ze hebben de laatste storm overleefd, maar velen zijn zodanig verzakt dat ze binnenkort gaan sneuvelen. Tot slot een Eikenlaan waar de eikenprocessierups zich heeft genesteld.

Akkers worden hier ingezaaid met traditionele gewassen zoals boekweit. Er ligt een veld met een prachtige mix van kamille en klaproos, en een tweede veld met kamille en korenbloem. Ik ben terug op mijn startplaats.  

Het Waterbeleefpad voegt voor mij niet zoveel toe, maar wel voor de jeugd. Balanceren op smalle bruggetjes, springen van houtblok naar houtblok in het water, zelfs even ‘fierljeppen’ over een smal slootje.

De hooilanden worden gefaseerd gemaaid. Vandaar dat de hazen zich goed kunnen verstoppen. Een torenvalk heeft een stel jongen in een nestkast in de naburige boomgaard. Ze moeten af en toe even dekking zoeken in een hoekje, want de watersproeiers staan aan.  

 

Gepost: 29 Juni 2019

 

Fietsroute Landgoed Haarzuilens (13 km) en Wandelroute Waterbeleefpad (3 km)