FIETSEN: Weteringen

Woensdag, 19 juni 2019. Fietsen in de westerse IJsselvallei tussen Apeldoorn, Deventer en Zwolle. Het is het gebied van een aantal weteringen tussen de IJssel en het Apeldoorns Kanaal. Met z’n allen stromen ze min of meer parallel uit op de IJssel in de buurt van Hattem,

Bij Vaassen zit ik meteen langs de Nieuwe Wetering, maar die is nauwelijks breder dan een normale boerensloot. Veel valeriaan op de oevers.

Het is hier heerlijk landelijk, met de geur van hooi, zwermen spreeuwen in de weilanden, een rietdekker die een nieuw dak dekt, en dekrammen te koop (nee, geen dakramen!). Alles gaat hier gemoedelijk en langzaam, en dan kun je je bedrijfje best ‘Schildpad Coaching’ noemen. Boerderijtje te koop, evenals honing en scharreleieren, en een bordje: ‘Pas op! Spelende kinderen’. Hoe lang nog, want de problemen op het platteland zijn evident: ‘Laat de Zuukerschool voortbestaan, meld nu ook jullie kinderen aan’. Maar het doek is gevallen voor de school in Buurtschap Zuuk in Epe, net nu het Zuukerfeest staat te beginnen (niet het Suikerfeest, want dat was begin juni).

Ik bereik Oene, met een rustiek centrum rond de kerk en café Dorpszicht. Bij de kerk twee gereserveerde parkeerplaatsen: één voor de predikant en één voor de EHBO, ook al een aanwijzing voor de vergrijzing van het dorp… of voor een hele oude, krakkemikkige predikant.

Van heel andere orde is het protest tegen Vliegveld Lelystad. Spandoeken met de tekst: ‘Laag bij de grond’. Je kunt er alles over lezen op www.liegveld.nl.

Ik zit opnieuw langs de Nieuwe Wetering. Ik stop bij een grote pluk witte bloemen in de berm. Het blijkt muskuskaasjeskruid te zijn.

Iets meer oostelijk ligt de Grote Wetering. Die heeft tenminste ‘body’. Langs de oostkant van deze wetering zit ik op een hoge nieuwe dijk. Niet om deze afwateringssloot in toom te houden, maar de IJssel die hier meer ruimte heeft gekregen. De dijk moet nog verder begroeid raken, maar er staan al margrieten en vele vlinderbloemigen zoals de vogelwikke, veldlathyrus en gewone rolklaver. Nieuw voor mij is de inkarnaatklaver, opvallend door zijn bloedrode hoofdjes; een mediterrane plant die als veevoer is geïntroduceerd. Een afdak op de dijk geeft zicht op een oeverzwaluwwand, waar het spitsuur is.

Ik zie een donker front met prachtige wolkenpartijen achter mij onheilspellend snel naderen. Ik heb gerekend op onweer ná mijn fietstocht, om een uur of vier.

Nu de IJssel hier meer ruimte heeft gekregen, vraag ik me af wat het lot is van de dorpen en buurtschappen Veessen, Vorchten, Marle en Werven, die voorheen binnendijks lagen en nu ogenschijnlijk buitendijks. Een informatiepaneel bij Gemaal Veluwe in Wapenveld geeft uitsluitsel. Er is niet één nieuwe dijk aangelegd, maar twee parallelle dijken: een hoogwatergeul van acht kilometer tussen Veessen en Wapenveld, evenwijdig aan de IJssel. De breedte varieert van een halve tot anderhalve kilometer. Hierdoor zijn de genoemde dorpen juist veiliger geworden. Ze liggen bij extreme omstandigheden op een eiland. De bereikbaarheid wordt hier bij Wapenveld gewaarborgd door de Fratersbrug over de hoogwatergeul.

Ik raak ten noorden van Wapenveld even aan het Apeldoorns Kanaal met de antieke Hezenbergersluis. Op het verste punt van mijn fietstocht, in de buurt van Hattem, heeft het onaangekondigde front mij ingehaald: regen en onweer. Gelukkig kan ik schuilen bij een klein poldergemaal op een pilaar, rijkelijk versierd met kunstzinnige graffiti. Een half uur later is het front gepasseerd en keert de zon terug.  

De terugtocht gaat grotendeels over de oude IJsseldijk. Ik kom nog een keer een pluk muskuskaasjeskruid tegen, maar nu met lila bloemen. De wilde cichorei begint te bloeien in de bermen.

Ik fiets nu via de Fratersbrug over het einde van de hoogwatergeul, maar bewonder even de futuristische lantaarnpalen op de nieuwe IJsseldijk van het bedrijf ‘Spirit Solar Lighting’. Het bliksemt nog steeds in de verte. Dat is andere ‘lighting’: Lighting through lightning.

Ik passeer op de oude IJsseldijk het pontje Vorchten–Wijhe. In Veessen kun je ook de IJssel oversteken, met het Kozakkenveer. Deze naam heeft alles te maken met de achtervolging van Napoleon door de geallieerden – waaronder vele kozakken – na de Slag bij Leipzig in 1813. Vele kozakken met hun paardjes staken hier bij Veessen de IJssel over.

Ook indrukwekkend bij Veessen is de zeer lange Tolbrug, het begin van de hoogwatergeul. Onder het wegdek zitten schuiven die de hoogwatergeul kunnen afsluiten en openen. Bij normaal waterpeil stroomt er alleen water door de zomerbedding van de IJssel. Bij verhoogd waterpeil stroomt het water door de IJssel en de uiterwaarden, maar wordt het landbouwgebied in de hoogwatergeul gevrijwaard door de afgesloten Tolbrug. Bij extreme waterstanden worden de kleppen geopend en helpt de hoogwatergeul mee om het waterpeil te verlagen.

Ik fiets weer terug naar Oene en verder naar Vaassen. Wilde peen begint te bloeien. Bermen met heel veel knoopkruid (bijna uitgebloeid), avondkoekoeksbloem, margriet en ratelaar. Plus enkele nieuwe plantjes voor mij. Een bijzondere, vrij zeldzame vlinderbloemige: kroonkruid of kroonwikke. Een vetkruid (Sedum) met vrij lange bloemstengels: tripmadam. En een toorts, namelijk mottenkruid.       

 

Gepost: 5 Juli 2019

 

Knooppunten: 79, 80, 67, 69, 43, 93, 28, 96, 92, 86, 74, 33, 71, 36, 74, 27, 31, 51, 58, 97, 08, 43, 69, 67, 68, 55, 81, 79 (55 km)