WANDELEN: Krimpenerwaard

Een wandeling op vrijdag, 24 mei 2019, die begint op Toeristisch Overstappunt (TOP) Loetbos, langs het veenriviertje de Loet nabij Lekkerkerk.

Het Loetbos is aangeplant ter vervanging van de oerbossen die gekapt zijn toen de Krimpenerwaard werd ontgonnen. Een magere compensatie, maar het is in elk geval iets.

Ik krijg voor het eerst een bevestiging uit onverdachte bron – namelijk de routebeschrijving van het Zuid-Hollands Landschap – dat de dominante geel-bloeiende kruisbloemige bermplant voornamelijk raapzaad is (en niet koolzaad). Het geel is overigens momenteel aan het vervagen, want het raapzaad is zo goed als uitgebloeid.

Vandaag is het de dag van de gele lis. Het is hier de meest voorkomende en opvallendste oeverplant langs de sloten. De blauwe lis zag ik slechts in een tuintje.

De koekoek roept en de tjiftjaf scheldt. De Gelderse roos bloeit en de roze bloemetjes in de tuilen van de valeriaan staan op springen. De valeriaan heeft veel last van bladluis.

Enkele bomen met een lichtgrijze stam zijn kaal gevreten door de rupsen van een stippelmot. Pas dan zie ik dat de stam niet lichtgrijs is van zichzelf maar van het spinsel, helemaal ingepakt van onder tot boven.         

Ik kom langs een veldje met heel veel dagkoekoeksbloem tussen de boterbloemen en de rode klaver. En ertussen enkele orchideeën. Moeilijk te zien of het de rietorchis of de gevlekte orchis is.

Op de grens van bos en weilanden cirkelt een buizerd rond. Dat moest even, want deze wandeling is door het Zuid-Hollands Landschap de Buizerdroute genoemd.

Ik verras in de sloot een eend met vijf kuikens. Moeders is in alle staten; luid kwakend fladdert ze voor me in de sloot heen en weer om me te verjagen, terwijl de jonge eendjes zich uit de voeten maken. Moeder moet haar jongen dus even in de steek laten, en dat is veel gevaarlijker dan de fotograaf die ik ben. Ik heb ooit zien gebeuren dat snoeken zo’n moment aangrepen om de jonge eendjes te grazen te nemen. Eén voor één zag ik ze onder water verdwijnen, een traumatische ervaring uit mijn jeugd. Hier gaat het gelukkig vooralsnog goed.   

Steeds meer echte koekoeksbloem met zijn warrige kroonbladeren groeit langs de slootkanten. De parallelle struinroute door Polder Oudeland is helaas niet toegankelijk vanwege het broedseizoen. Een Nijlgans staat boven op het weilandhek om me zo nodig tegen te houden. Een kakofonie van vogelgeluiden klinkt op uit de polder. Vier eierschalen – zo te zien eendeneieren – liggen vlakbij elkaar langs het fietspad. Hier heeft een rover recentelijk de maaltijd gebruikt.

Bij Gemaal Hillekade een verbreding van de Loet. Er zwemt een fuut met twee jongen, waarvan één zich laat varen op het achterdek. De Loet maakt een grote lus, verborgen achter bosschages. Aan de andere kant van de weg weilanden, waar een kievit zenuwachtig enkele pullen beschermt. Een kraai en een blauwe reiger staan op de loer.

De Loet stroomt uit op andere wateren bij een volgend recreatiebos, het Krimpenerhout. Ik doorkruis het rustige deel. Veel kleefkruid langs het pad. Wanneer ik een bruggetje passeer, zie ik een flinke schildpad in het water. Hij duikt snel onder, hapt een eindje verder even naar lucht, en duikt weer verder om aan mijn spiedende camera te ontsnappen. Waarschijnlijk gedumpt toen zijn baasje genoeg van hem had of op vakantie ging.

De watertoren van Krimpen aan de Lek komt in zicht en dan al snel de Lek zelf. Aan de overkant van de Lek pronken de molens van Kinderdijk in de Alblasserwaard. De bermen van de Lekdijk zijn verrijkt met bloemenmengsels: margriet, knoopkruid, walstro, duizendblad, streepzaad.

De grote kolk Bakkerswaal, ontstaan door een middeleeuwse dijkdoorbraak, is in gebruik als Eendenkooi. Via een kijkscherm kun je een blik slaan op het water, momenteel bezet door enkele ganzen.

Ik verlaat de Lekdijk weer voor de polder en mag een paar kilometer het Paddenpad volgen, een ecologische verbindingszone tussen riviertje de Loet en de eendenkooi. Het bestaat uit een graspad voor de wandelaar en een ruigtestrook ernaast voor de overige levende wezens.

Er zijn vele soorten boterbloem die ik moeilijk uit elkaar kan houden. Deze is echter wel heel opvallend en daar neem ik een stukje van mee. Thuis uitgezocht zonder me te bezeren: de blaartrekkende boterbloem!

In de sloot een populatie van krabbenscheer, nog een beetje groengelig omdat de rozetten net zijn opgedoken naar het oppervlak. Verschillende soorten zuring kleuren de verbindingszone roestbruin, in mooie combinatie met gele boterbloemen.

Op mijn pad ligt een leeggeslurpt pantser van een rode kreeft, hoogstwaarschijnlijk van een volwassen Amerikaanse rivierkreeft die te grazen is genomen door een reiger.

Jammer dat de terugweg langs de Loet identiek is aan de heenweg. Toch zie je dan weer andere dingen: een herik in plaats van al dat raapzaad, en look-zonder-look. En houd de bijvoet in de gaten, die nog niet bloeit maar overal komt opzetten.

Vijftien kilometer in vijf uur wandelen, dat is uiterst traag. Kun je nagaan dat het genieten was op deze warme lentedag.     

 

Gepost: 17 Juni 2019

 

Zuid-Hollands Landschap: Buizerdroute (15 km)