WANDELEN: Stippelberg

De Stippelberg is een beboste oase in een intensief akkerbouw gebied. Het vormt samen met de Nederheide ten zuiden en het Beestenveld ten noorden het grootste aaneengesloten bosgebied in Noord-Brabant.

De term ‘stippel’ duidt op zandduinen die stammen uit de  tijd dat het gebied nog een heidegebied in de Peel was dat door overexploitatie muteerde naar zandverstuiving. Laat negentiende, begin twintigste eeuw werd het gebied ontgonnen en beplant met vooral grove den en Amerikaanse eik. Ten zuiden van de Nederheide vindt op grote schaal zandwinning plaats, met een aantal waterplassen tot gevolg.   

Na een eerste kennismaking met het gebied tijdens een Rondje Gemert op de fiets, vandaag op maandag, 27 juli 2020, een wandeling. Startplaats is Natuurpoort Nederheide. Hotel Nederheide heeft zich het recreatieve deel van de zandwinningsplassen al toegeëigend (toegang tegen betaling). De buienradar heeft de motregen bewolking over het hoofd gezien, maar de druppels blijven binnen de perken.

Het eerste deel van de wandeling loopt door de Nederheide met een mooi kronkelend wandelpad door redelijk chaotische bossen. Ik beklim de eerste ‘stippel’. Op open plekken, waar de naaldbomen het loodje hebben gelegd, wordt wat aan herbebossing gedaan met zomereik. Maar wat zien ze er beroerd uit ondanks alle beschermende maatregelen.

Een hondje met zijn begeleider komen me tegemoet. Iets verderop ligt drie keer met tussenruimte van zo’n honderd meter een vieze hatseflats midden op het pad. Ofwel de hond, ofwel zijn baas is aan de schijt.   

Het is niet alleen maar grove den wat de klok slaat. De afmetingen van de kegels verraden de aanwezigheid van zwarte den en zeeden. De loofbomen bestaan vooral uit Amerikaanse eik. De kleur in het bos wordt verzorgd door vingerhoedskruid, lijsterbes, rankende helmbloem en de rode bosmier. En niet te vergeten de groene, rode en zwarte bessen van sporkehout, dat hier de voornaamste ondergroei vormt. Op één plek staan sporkehout en Amerikaanse vogelkers in innige omstrengeling en kan ik de verschillen nog eens goed in me opnemen.

Een open plek wordt gemarkeerd door een bord met de tekst: ‘Boomfeestdagen, 15–18 maart 2016’. Ik weet niet wat ze hier geprobeerd hebben te planten tijdens dat feest, maar het is een en al opslag van grove den en sporkehout.

Bij het eerste de beste piepkleine heideveldje op de Nederheide staat warempel al wat struikheide in bloei. En het eerste bankje om hiervan te genieten. De bodem van een andere open plek is bedekt met grote plukken grijsgroen rendiermos onder jonge naaldbomen.

Het bos gaat over van grove den naar lariks en vervolgens naar de majestueuze douglasspar. De bodem onder één van de sparren is volledig bedekt met de kleverige dekschubben van gedesintegreerde kegels. Geen enkele andere boom toont dit verschijnsel. Is dit de favoriete boom van de familie eekhoorn of van de gebroeders specht die op zoek naar zaden de kegels uit elkaar peuteren?

Na het mooie kronkelige bospad over de Nederheide kom ik geleidelijk in de productiebossen van de Stippelberg met lange rechte paden, brede brandgangen en uniforme beplanting.

Langs de bosrand natuurlijk veel meer diversiteit in de bodembedekking: vlasbekje, boerenwormkruid, distels, zeepkruid, zelfs zandblauwtje. Afstrepen op de ‘bucket list’: vies ruikende valse salie en liggend walstro.      

De Proefveldweg is beplant met indrukwekkende Amerikaanse eiken. Op één vermolmde boom na, want die laat op een prachtige manier zien hoe al het organische op deze aarde tot stof zal wederkeren. Plots schiet achter mij een forse ree het pad over. Regelmatig wroetsporen van wilde zwijnen.

Ik zit weer volop tussen de ‘stippels’, steek een heideveld over en beklim de ‘uitkijkstippel’. Het is niet de hoogste ‘stippel’, want daarop staat een lange paal met ‘D’n blikken emmer’. Dit hoogste punt is gebruikt door Napoleon voor zijn driehoeksmetingen. Later werd de paal beklommen door de boswachter om brand op te sporen. De emmer (zonder bodem, anders blijft er water in staan) was bedoeld om de boswachter bij zijn bluswerkzaamheden van dienst te zijn.

Als de bodem begroeid is met schapenzuring, dan nader ik weer de bewoonde wereld. Ik steek de Ripseweg over die Milheeze met De Rips verbindt, naar het meer geciviliseerde deel van Landgoed Stippelberg, met landhuis, rododendrons en grindpaden.

Toevallig gister nog eens de verschillen tussen de drie helmkruiden nagekeken: het staminodium is anders van vorm. Na eerder geoord helmkruid te zijn tegengekomen in wegbermen en gevleugeld helmkruid met zijn voeten in het water, staat hier in het bos knopig helmkruid.

Vóór het landhuis langs de Ledeboerlaan een open terrein bijna volledig bedekt met Jacobskruiskruid (ongetwijfeld een paradijs voor de zebrarups), maar omzoomd door een brede rand van Japanse duizendknoop. Las net in het Wagenings Universiteitsblad dat de bestrijding van deze exoot veel te wensen overlaat, helemaal nu duidelijk is geworden dat hij zich ook kan verspreiden via zaad door bastaardering met de Chinese bruidssluier (een Chinees–Japans complot!).

‘Het zit erop’ zegt een bankje, maar ik bekijk nog even een laan beplant met ‘levensbomen’ (Chamaecyparis). Kijk, dat vind ik dan wel weer origineel, om de Begrafenislaan te beplanten met ‘levensbomen’.

Trouwens, het zit er nog lang niet op, want ik wil nog om de waterplassen heen. In eerste instantie levert dat niet zo veel nieuws op. Ik raak zelfs door onduidelijke aanduidingen verzeild tussen de zandheuvels en de transportbanden van de zandzuiger, en loop tegen een groot afsluithek aan, waar ik me gelukkig langs kan wurmen.

Maar aan de westkant wordt het weer interessant tussen de jonge begroeiing: hazenpootje, wilde peen, zomerfijnstraal. En aan de noordkant helemaal, want daar ligt heide, verrijkt met een snoer van ondiepe poelen om reptielen en amfibieën van dienst te zijn. Rond de poelen groeit bovenaan struikheide, verder naar beneden dopheide en nog lager een zone met heel veel kleine zonnedauw in bloei en moeraswolfsklauw.

Op het heideveld zie ik één koppeltje jeneverbes (gezinsuitbreiding kunnen ze vergeten) en opvallende struiken brem, niet met zwarte maar met grijze peulen. Het zouden wel eens schimmeldraden kunnen zijn. Een galmug gebruikt de peulen als larvekamer, bekleed met grijze schimmeldraden (‘ambrosiagallen’). De volgende keer beter kijken!

Dan toch nog een perceeltje dooie bomen, en ik zoek meteen naar de letterzetter. Maar dit perceeltje is ‘gewoon’ dood omdat het in de fik heeft gestaan.   

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/442806123]

 

Gepost: 8 Augustus 2020  

 

Route.nl: Stippelberg (14 km) met extra lus om de zandwinningsplassen (6 km)