FIETSEN: Hunze

De Hondsrug (Hunze-rug), tussen Emmen en Groningen, is ontstaan in de voorlaatste ijstijd (honderdvijftigduizend jaar geleden), maar is geen stuwwal – dwars op de stroomrichting van het landijs – maar een complex van ‘megaflutes’, parallel aan de stroomrichting. Deze ‘flutes’ konden ontstaan door hindernissen, bijvoorbeeld grote zwerfkeien die klem kwamen te zitten. Op een of andere manier was het voor de hunebedbouwers vijfduizend jaar geleden een ‘fluutje’ van een cent om die enorme zwerfkeien te stapelen voor hun grafkelders. En de meeste van de Drentse hunebedden hebben ze slim genoeg gebouwd langs de N34, de ‘Hunebed Highway’, die grotendeels op de Hondsrug ligt. Ik heb me voorgenomen vandaag geen aandacht aan hunebedden te besteden om niet in herhaling te vallen.

De Hondsrug wordt aan beide zijden door beken begeleid, aan de westzijde door de Drentsche Aa en aan de oostzijde door de Hunze. Met een gemiddelde hoogte van slechts twintig meter is de Hondsrug nou niet bepaald een opvallende verschijning in het landschap, maar hij is wel aan de oostzijde het steilst begrensd en daarom het beste zichtbaar vanuit het Hunzedal.

Vandaag, dinsdag 9 juni 2020, staat dus het Hunzedal op mijn programma. Ik start mijn fietstocht in Gasselternijveen bij korenmolen De Juffer, aan natuur- en waterbergingsgebied de Oude Weer. Hier komen het Voorste en Achterste Diepje bij elkaar om samen de Hunze te vormen. Deze stroomt noordelijk naar het Zuidlaardermeer. De Hunze verlaat aan de noordkant het Zuidlaardermeer als Drentsche Diep en stroomde ooit uit op de Waddenzee, maar wordt tegenwoordig onderschept door het Winschoterdiep.

De ‘bron’ van de Hunze is inmiddels in gebruik genomen door een Roompot Vakantiepark. Ik word meteen vanuit het dal de Hondsrug op geleid door buurtschap Kostvlies. De naam zou afgeleid zijn van ‘Kost Vleesch’, een verwijzing naar de moeizame ontginningsgeschiedenis. Maar het is wel gelukt om een mooie golfbaan aan te leggen. Het is knap druk op Golfclub Semslanden.       

Witte en gele kwikstaarten spelen op de lege wegen en groepen spreeuwen rommelen op de enorme akkers met aardappelen en bieten, vanboven gadegeslagen door rondcirkelende buizerds. Zwaluwen scheren laag over de grond om een hoopje insecten op te vegen voor hun kroost. Af en toe nemen ze zelf een hapje om dit uren lang vol te kunnen houden.

Midden in een aardappelveld  liggen enkele zwerfkeien onder een groepje bomen. Er ligt geen pad naar toe, dus het is niet één van de ‘officiële’ hunebedden. Terwijl ik dit tafereeltje vastleg op de gevoelige plaat, cirkelt een buizerd zenuwachtig en piauwend boven mij. Als ik de laanbomen om mij heen naspeur zie ik een buizerdnest in de kruin. Ik kan niet in het nest kijken, maar er ligt ongetwijfeld iets in wat het piauwen waard is.

Ik daal weer af naar het dal en passeer de Hunze die hier mooi meandert in deelgebied Torenveen-Bonnerklap. De Hunze lijkt kunstmatig begrensd door een lage kade met aan de buitenzijde een afvoersloot. Groene kikkers met hun kwaakblazen blaaskwaken tussen het sterrenkroos. Bruine Hereford runderen met hun witte kop, witte buik en witte aalstreep in de nek begrazen de hooilanden. Het hoogste woord is aan de veldleeuwerik. Ik kruis weer de Hunze die bedekt is met krabbenscheer.

Viaduct Scheiding leidt me onder de N33 door. Veel lupine in de berm en af en toe een bolderik. Het dorp Eexterzandvoort getuigt niet van heimwee naar zee, maar een ‘zandvoort’ was een zandige rug in het veen, van groot belang voor bewoning en vervoer.

Tussen de abelen door heb ik weer een mooi en duidelijk zicht op de Hondsrug. Door de Duunsche landen – een verwijzing naar rivierduintjes – mooie paden door ruigtes met veel ratelaar en dagkoekoeksbloem. Jacobskruiskruid begint zich eindelijk te strekken en te bloeien. Fazanten roepen.

Via Nieuw Annerveen bereik ik dorp Spijkerboor. Dat klinkt bekend. Er ligt ook een dorp Spijkerboor in Noord-Holland, op een kruising van verschillende droogmakerijen en waterwegen (en met het belangrijke Fort Spijkerboor van de Stelling van Amsterdam). In beide gevallen blijkt de naam ontleend aan de vorm van de waterwegen – in dit geval van de kronkelende Hunze – gelijkend op een ouderwetse timmermansboor. Café ’t Keerpunt langs de Hunze verwijst naar de zwaaikom bij de sluis waar vroeger schippers hun boot konden keren. Het café heeft een lange historie die teruggaat tot 1737.    

Vóór ik het Hunzedal verlaat om via de Hondsrug terug te keren nog langs deelgebied het Annermoeras. Het gebied ligt erg laag en staat regelmatig onder water. Wulpen vinden het prima en jodelen er lustig op los. Ik steek voor de laatste keer de Hunze over.

De eerste aardappelvelden beginnen te bloeien en ik  kom langs een enorme wietplantage: vezelhennep, zeer dicht gezaaid voor lange onvertakte stengels. Reuzenbalsemien manifesteert zich steeds nadrukkelijker in de bermen, maar bloeit nog niet.

Ik raak even aan het zuiden van Zuidlaren en betreed dan het Nationaal Park en Landschap ‘De Drentsche Aa’ met een beboste Hondsrug. De laatste tijd ben ik meermalen bosdelen met dode fijnsparren tegengekomen, vermoedend dat de droogte de boosdoener is. Hier meldt een bordje dat de droogte inderdaad de fijnsparren heeft verzwakt, maar dat de Letterzetter de genadeslag geeft. De Letterzetter (Ips typographus) is een kevertje van nog geen halve centimeter dat een gang graaft onder de bast van verzwakte sparren, waarin de eitjes worden afgezet. De larven vreten gangen loodrecht op de hoofdgang waardoor een mooi typografisch patroon ontstaat. Maar dus desastreus voor de gastheer.

De Strubben en het Kniphorstbosch worden gebruikt als militair oefenterrein, met gesimuleerde bomkraters, loopgraven, handgranatenbaan en een generaalheuvel. Onze militairen kunnen tijdens hun oefeningen bivakkeren in hunebed D7. Ik heb me toch laten verleiden even een kijkje te nemen bij dit hunebed, maar D7 is niet erg imposant, een twijfelaar. 

Via Anloo, door het Ubbinkbos, naar Eext. Kamperfoelie en vlasbekjes staan in bloei. In de ingezaaide bloemrijke bermen en akkerranden pronken de korenbloem, bolderik, klaproos en margriet. Regelmatig liggen er witte velden tussen de commerciële akkers, wit door een dominantie van margrieten en kamilles. Ik zie een roodborsttapuit en hoor een raaf.

Aan de rand van het dorp Eext ligt hunebed D13. Sorry, maar hij ligt in het zicht langs het fietspad, dus ik kan hem niet negeren. Deze is trouwens in zoverre bijzonder dat hij nog ingebed ligt in een dekheuvel.

Ik heb inmiddels het Nationaal Park verruild voor het Nationaal Landschap. Recreatieplas ’t Nije Hemelriek ligt er stilletjes bij. Het water staat erg laag en ziet er niet aantrekkelijk uit.

Ik bereik tot slot het Voorste Diepje en rijd terug naar de auto langs chalets, caravans en luxe safaritenten voor clamping op Vakantiepark Roompot. Langs het water nog een pluk van de grote wederik in bloei.

Een prachtig dal, het Hunzedal, ook voor wandelingen.

 

Gepost: 26 Juni 2020

 

Fietsknooppunten: 08, 06, 03, 04, 14, 26, 47, 32, 31, 30, 97, 92, 98, 91, 77, 76, 72, 52, 55, 61, 02, 08 (55 km)