FIETSEN: Ruiten Aa

Mijn doel vandaag, woensdag 3 juni 2020, is de bovenloop van de beek Ruiten Aa in de Gemeente Westerwolde, het uiterste zuidoostelijke puntje van Groningen, op de grens met Duitsland en op de grens met de provincie Drenthe, zeg maar de streek rond Ter Apel.

Momenteel is de Ruiten Aa nog een gemankeerde beek, maar met steun van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling mag de Ruiten Aa weer leren kronkelen.

De Ruiten Aa begint bij Ter Apel en stroomt noordelijk om uiteindelijk na enkele afsplitsingen en fusies, en onder andere naam (Westerwoldse Aa), uit te monden in de Dollard. De beek zou een overblijfsel zijn uit de laatste ijstijd toen de Eems door Westerwolde stroomde, zelfs nog verder dan Ter Apel, met de bron in het Zwarte Meer (nu dorp Zwartemeer) bij het Bargerveen in het zuidoostelijke puntje van Drenthe.

Om het nog wat onoverzichtelijker te maken zijn er tijdens de ontginningen van de veengebieden ten oosten van de Hondsrug allerlei kanalen gegraven. Ik kom langs het Ruiten Aa Kanaal, het Duitse Haren–Rütenbrock Kanaal, het Ter Apel Kanaal en het Stads-Terapel-Kanaal. En dan hoef ik gelukkig vandaag niet naar Musselkanaal met het Mussel Kanaal, en naar Stadskanaal met het Stads Kanaal.

Ik start mijn fietstocht bij de Ruiten Aa in buurtschap Jipsinghuizen, ‘beroemd’ van de Slag bij Jipsinghuizen. ‘Bommen Berend’, de lastige bisschop van Münster, was in 1665 Groningen binnengevallen, maar werd hier verjaagd door een groepje soldaten uit Vesting Bourtange. Het opvallende beeld op de oever van de beek heeft hier overigens niets mee te maken, maar is een verwijzing naar de Werkverschaffing 1924–1939 in de woeste veengronden van Oost-Groningen. Voor de arbeiders een ‘hel’, voor boeren en bazen een ‘weldaad’.

Mijn route gaat oostelijk van de Ruiten Aa stroomopwaarts naar Sellingen. De bermen staan vol met twee allergene bloeiende grassen: glanshaver en kropaar. Ik heb vooral last van berkenpollen in het vroege voorjaar, maar daar lijkt gevoeligheid voor graspollen zich steeds duidelijker aan toe te voegen. We merken het vanavond wel.

Een opvallende hoge composiet met kleine gele bloemen in een soort tuilen blijkt akkerkool te zijn, een naam die je eerder bij kruisbloemigen zou verwachten. De gewone raket is ook nadrukkelijk aanwezig in de bermen met zijn hauwen stijf tegen het lijf.

Sellingen noemt zich de Parel van Westerwolde, maar daar doe ik geen uitspraken over. De brink mag er zijn. Het veertiende-eeuwse kerkje heeft monniken en nonnen als dakpannen. De ‘nonnen’ liggen met de holle kant naar boven, en twee naast elkaar worden gedekt door de ‘monnik’ die met de bolle kant naar boven ligt. Hoe hebben ze het verzonnen!

Ik kruis hier enkele malen de Ruiten Aa, maar een boerensloot trekt mijn aandacht want die staat vol met bloeiende waterviolier. Het is hier overheersend akkerbouw: granen (met klaprozen en korenbloemen), aardappelen, mais, bieten, en ik passeer een akker met vlas, dat net in bloei staat: mooie lichtblauwe bloempjes.

Ter Borg is een buurtschap bestaande uit enkele imposante oude boerderijen. Het gehucht is vernoemd naar de gebroeders Jurjen en Aike ter Borg, die hun monumentale boerderijen hebben ondergebracht in een Stichting tot Behoud. Hier kun je het verschil bestuderen tussen het Westerwoldse en Oldambtster boerderij type.

Het dorp gaat over in het Borgerveld, een natuurgebied met bos en heide van Staatsbosbeheer. Er lopen schapen, een makkelijke prooi voor een Duitse wolf die even de grens overwipt (de schapen zijn altijd groener bij de buren).

De brem langs de wegen is inmiddels uitgebloeid en hangt vol peulen. Bij buurtschap Ter Haar fiets ik een eind vlak langs de Ruiten Aa. Vervolgens door bosgebied waar zeer plaatselijk alle fijnsparren morsdood zijn. Zo’n ‘plek’ kwam ik eerder tegen in de bossen bij Doorwerth. Ik begin te twijfelen of dat alleen een gevolg is van droogte.

Ik bereik het Ruiten Aa Kanaal en vervolgens volg ik de grensweg met Duitsland tot aan Rütenbrock (Ruitenbroek). De Ruiten Aa zou vernoemd zijn naar deze kleine Duitse veenkolonie uit de achttiende eeuw. Of andersom?

Op het meest zuidelijke puntje van mijn route passeer ik het Haren–Rütenbrock Kanaal, dat beschouwd kan worden als een verbinding tussen de huidige loop van de Eems in Duitsland en zijn vroegere bedding in Nederland.

Kleine onbeduidende dingetjes blijven je soms ongevraagd bij op zo’n tocht. In buurtschap Munnekenmoer staat bij een huis een zelfgemaakte wegwijzer met vier richtingen: Duitsland, Groningen, Drenthe en Sander & Wytske. Geef mij dan Wytske maar. Een huis heet ’t Veur Leste. De bewoners zijn blijkbaar van plan nog één keer te verhuizen. Waarschijnlijk wordt dat het plaatselijke kerkhof.

Ik rijd meermalen over slangen heen, tuinslangen wel te verstaan. Want dat is wel een groot voordeel van al die kanalen voor de deur: je schaft een pompje aan en je kunt ongestraft je tuin sproeien bij grote droogte.

In Ter Apel rijd ik langs het Ter Apel Kanaal. Midden in het dorp een richtingaanwijzer met het woord ‘Refugees’. O ja, dat is waar ook, hier in Ter Apel ligt het grote COL (Centrale Opvang Locatie) Asielzoekers.

Ik stap over naar het Stads-Terapel-Kanaal richting dorp Terapelkanaal. Langs het water interessante plantjes, waaronder een kleine populatie van bloeiende adderwortel (voor mij de eerste kennismaking).

Buurtschap Jipsingboermussel mag alleen al vanwege de bijzondere naam niet onvermeld blijven. Een mooi fietspad leidt me langs het hekwerk van de grote Avebe Aardappelmeelfabriek in Terapelkanaal. Een bordje aan het begin van het fietspad waarschuwt: ‘Pas op. Agressieve roofvogel’. En verdomd, halverwege het pad zit een flinke, bruine roofvogel – ik denk een buizerd – op een tak over het fietspad. Ik durf niet te stoppen, geen foto te maken, en nadat ik hem gepasseerd ben, kijk ik een aantal keer schichtig achterom. Ik waarschuw zelfs een tegenligger, maar aan de andere zijde van het fietspad hangt vreemd genoeg geen bordje over die agressieve roofvogel. Misschien heeft de buizerd toestemming gegeven voor éénrichtingsverkeer, maar wordt-ie een beetje tureluurs van dat fietsverkeer in beide richtingen.

Natuurgebied Sellingerveld heeft een aantal recreatieplassen die een gevolg zijn van zandwinning. Vlinders hebben hier een ‘Fietspad op naam’, zoals Fietspad Bruin Zandoogje.

Via buurtschap Jipsingboertange bereik ik Jipsinghuizen en ben ik rond. Waar komt dat voorvoegsel ‘Jipsing’ toch vandaan? ‘Jipsing’ zou een oude Saksische familienaam zijn en ‘zoon van Jip’ betekenen (komt me bekend voor: ‘Siemonsma’ betekent ‘zoon van Siemon’). Die familie Jipsing heeft dan wel flink huisgehouden in de omgeving van Jipsinghuizen. Een andere verklaring ziet een verband met het Engelse ‘gipsy’: nomadisch of seizoensgebonden gebruik van gemeenschappelijke gronden. 

 

Gepost: 22 Juni 2020

 

Fietsknooppunten: 14, 15, 16, 33, 34, 19, 30, 17, 27, 68, 57, 67, 61, 28, 31, 32, 36, 14 (50 km)