WANDELEN: De Utrecht

Landgoed De Utrecht ligt niet in de provincie Utrecht, maar in Noord-Brabant tegen de Belgische grens bij Hilvarenbeek en Esbeek. Eind negentiende eeuw begonnen als een investering van Levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht, om vijfentwintighonderd hectare heidevelden in de Brabantse Kempen om te vormen tot achttienhonderd hectare productiebos en zeshonderd hectare landbouwgrond. De Verzekeringsmaatschappij is later opgegaan in Amev en nu onderdeel van a.s.r. (reclame-leus: ‘Dit is de tijd van doen’).

Ik start mijn wandeling op vrijdag, 1 maart 2019, in Esbeek (‘Haaikneuterrijk’). Het Kindercarnaval staat op het punt van beginnen in de Sint-Adrianuskerk, na een grondige verbouwing tegenwoordig in gebruik als school en kinderopvang. Ik hoor Prins Carnaval oneerbiedig “Alaaf” roepen in de voormalige Sacristie.

Mijn parcours valt in het begin samen met de Andreas Schotel Wandelroute. Andreas Schotel (1896–1984) was een Rotterdamse graficus die regelmatig in Esbeek verbleef en daar in etsen het dagelijkse leven vastlegde, van de werkzaamheden op het boerenland tot de aanleg door het dorp van de enorme gasleiding van het landelijke net. Op meerdere plaatsen langs de route staan schildersezels met replica’s van het werk van deze tekenaar. En ook levensgrote beeldhouwwerken die op basis van zijn etsen door beeldhouwer Hannes Verhoeven zijn gemaakt, zoals een ploegende boer achter zijn trekpaard en schoffelende boerinnen.

Het is mistig, maar ik hoor de karakteristieke roep van de kievit. Gister is het eerste kievitsei van 2019 gevonden in Vegelinsoord, vlakbij Joure. Nooit eerder werd het eerste kievitsei in februari gevonden.

Eerst door een stukje gemengd bos van beuk, eik, douglasspar en berk. De berken hebben het hier om een of andere reden moeilijk, ze zijn ziek, zwak en misselijk.

Ik bereik enkele prachtige vennen, genaamd de Broekeling, met grauwe ganzen, Canadese ganzen, wilde eenden, kuifeenden, krakeenden en een drietal naakte baadsters (ook een beeldengroep op basis van Schotel’s tekeningen). Maar nog indrukwekkender zijn de roodbruine gagelstruwelen op de oevers, vol knoppen van de mannelijke katjes, die al in de vorige zomer zijn aangelegd. En zeer forse pluizige pluimen van de grote lisdodde.

Aan de overzijde staat een Bijenschans, een soort plaggenhut met daaronder een groot aantal bijenkasten. Enig voedselaanbod is al aanwezig want de gaspeldoorn staat in volle bloei. Ooit stonden hier wel achthonderd korven, omringd door gaspeldoorn struiken, waarvan de messcherpe doornen bescherming boden tegen ongenode gasten.

Ik bereik de prachtige Houtvesterswoning met de Brandtoren, waar de Rentmeester van het Landgoed kantoor houdt. Ernaast ligt boerderij Koekoek, één van de pachtboerderijen.

Aansluitend het Arnoldspark met Arboretum (Pinetum), aangelegd als verbinding tussen het westelijke en oostelijke deel van het Landgoed. Ik moet meteen aan het Arnold Arboretum van Harvard University in Boston denken. Maar het Arnoldspark is geen dependance van dit beroemde Arboretum vernoemd naar James Arnold, maar een eerbetoon aan ene Arnold Nengerman, directeur van de Heidemij die de ontginningen van De Utrecht leidde.

In het Arnoldpark ligt ‘Rustoord’, gebouwd als vakantieoord voor werknemers van de Verzekeraar, nu chique horeca en kunstgalerij. Langs één van de diagonale zichtlijnen van het park zie ik ‘Rustoord’ liggen, met ervoor een meer dan levensgroot kleurrijk standbeeld van Andreas Schotel bij zijn schildersezel.

De bosranden staan vol met rankende helmbloem. Vinken zwermen in de naaldbomen. Ik steek de Natuurbegraafplaats De Utrecht over. Sommige overledenen lijken inspiratie gevonden te hebben in de grafheuvels uit de Trechterbekercultuur. Een klein bordje verwijst naar het ‘Sissingh graf’. Cornelis Sissingh was de eerste Rentmeester van De Utrecht. Hij bood gastvrijheid aan kunstenaar Andreas Schotel. Het is echter niet zijn eigen graf, maar van zijn driejarig dochtertje dat verdronk in de vijver voor zijn huis.

Midden in de bossen bereik ik riviertje de Reusel bij de Koevoirtbrug. Hier meandert het riviertje prachtig over enkele kilometers. Maar ik schrik van de enorme hoeveelheden Japanse duizendknoop langs de oevers, nu bovengronds afgestorven, maar binnenkort woekerend zijn stengels boven de grond uitstekend.

Ook heel opvallend langs de meanderende Reusel is de dominante aanwezigheid van hazelaars in volle bloei. De menselijke invloed is voelbaar door de vele rododendrons.

Horeca ‘In de Bockenreyder’ zou de beste uitsmijters van Brabant serveren, maar ik kan met goed fatsoen mijn lunchpakket niet achter die rododendrons sodemieteren. Op een bankje soupeer ik mijn twaalfuurtje en zie zo een bonte specht (ofwel een kleine bonte specht, ofwel een juveniel van de grote bonte specht). Ik hoor zanglijsters met elkaar debatteren, en de roep van een holenduif. Dan drie toonhoogten van de spechtenroffel. Wat zou het zijn? Drie verschillende spechten op dezelfde boomsoort of één spechtensoort op drie verschillende boomsoorten (of lantaarnpalen)? Dit alles zou ik gemist hebben als ik had gekozen voor enkele spiegeleieren van een saaie plofkip!

Boven een weiland zweeft heel laag een mannetje van de blauwe kiekendief: helemaal grijsblauw met zwarte vleugeleinden. Dan op grotere hoogte een buizerd, maar die laat zich dan ook horen. “Piaaauw”.

Je hebt hier veel ‘carnivore’ telers, eh… ik bedoel coniferen kwekers. Ik lag dubbel voor de tv bij deze grap uit het satirisch programma Draadstaal: “Ik wil iedere dag een stukje vlees op mijn bord, ik ben een conifeer”.

Langs de weg een aantal jonge bomen met peulen van vorig jaar. En met keiharde stekels tegen vraat. Het zijn juveniele Robinia’s. Volwassen bomen hebben de stekels niet meer nodig, want dan zit het malse blad hoog en droog.

Ik schrik me rot wanneer twee patrijzen vlak langs mijn pad opvliegen. Een groepje kieviten landt na een lange vliegreis op een akker. Ook de scholekster laat zich horen, maar die is niet echt weggeweest, alleen maar naar het strand.

Een prachtige wandeling die laat zien dat de natuur los wil (net als het Carnaval). Opschieten nou, geen getreuzel, geen ‘maart roert zijn staart’, geen ‘april doet wat het wil’. Gewoon aan de slag.

 

Na thuiskomst besluit ik sinds lang weer eens naar MovieW te gaan. De film/documentaire ‘Schapenheld’ draait. Laat nu de hoofdpersoon de schaapherder zijn die een contract heeft met Landgoed De Utrecht om de resterende heidevelden te begrazen met zijn kudde. Ik zie hem de Houtvesterswoning met Brandtoren binnenstappen om te praten met de Rentmeester over contractverlenging. Je zou toch zeggen dat er in de streek die zich ook wel Land van de Hilver noemt plaats is voor schaapherder Stijn Hilgers? Nee dus! Inmiddels is hij schaapherder af en boerenknecht in Frankrijk.  

 

Gepost: 26 Maart 2019

 

Groene Netwerk Wissel Nr. 448 (18 km)