FIETSEN: Haringvliet

De fietsroute ‘Eilanden hop’ hopt van Voorne naar Goeree en terug, over de Haringvlietdam. Maar de start in Hellevoetsluis op Voorne is voor mij een openbaring. Vooral vanwege de voorgeschiedenis als oorlogshaven van de Republiek, de thuisbasis vanwaar Piet Hein, Maarten Tromp en Michiel de Ruyter vertrokken voor hun zeeslagen, en waar Piet Hein de Zilvervloot aan land bracht in 1629. En vanwaar Stadhouder Willem III in 1688 met vierhonderd schepen naar Engeland vertrok om daar de troon te bestijgen. Tot in de twintigste eeuw was Hellevoetsluis een marinehaven, maar het werd uiteindelijk van de troon gestoten door Den Helder. Iets ten oosten van de vesting ligt het Kanaal door Voorne dat vanaf 1829 de snelste verbinding vormde van Rotterdam met de Noordzee, tot de aanleg van de Nieuwe Waterweg in 1872.

Ik start op dinsdag, 29 december 2020, onder ongunstige weersomstandigheden bij de kleine vuurtoren op het havenhoofd van de vesting Hellevoetsluis aan het Haringvliet. Middels een ommetje word ik door de vesting geleid, maar die is een apart bezoek zeker waard. Bij de Haven Het Groote Dok binnen de vesting staan rijtjes gekleurde huizen die aan Nyhavn in Kopenhagen doen denken. In het noordwestelijke bastion werd rond 1800 een groot innovatief droogdok gebouwd door Jan Blanken (ook ontwerper van het Noordhollands Kanaal), nu een Rijksmonument met Bezoekerscentrum. In zijn eigen woorden: “Een werk, ’t geen voor geene der grote bouwkundige ondernemingen in andere landen behoefde te wijken”. Meest opvallende schip in de Haven Het Groote Dok is het negentiende-eeuwse Ramtorenschip Zr.Ms. (Zijner Majesteits) Buffel, een zwaar gepantserd schip bedoeld om vijandige schepen midscheeps te rammen. Het schip heeft een rustige carrière doorlopen en heeft na ontslag uit actieve dienst in 1896 dienst gedaan als logementschip en nu als museumstuk.

Ik verlaat de vesting aan de westzijde. De vestingwallen en vestinggracht zijn indrukwekkend. In de gracht ontwaar ik weer eens een aantal koppeltjes van de grote zaagbek, naast vele krakeenden en kuifeenden. Ik passeer de moderne Helius jachthaven. Helius of Helle is de oude naam voor het Haringvliet, hetgeen ook de naam Hellevoetsluis verklaart.

Dan volgt langs het Haringvliet het Natuurgebied Quakgors (buitendijkse schorren), waar enkele fazanten paraderen.

Het Haringvliet is het afvoerputje van de grote rivieren, en de Haringvlietdam met de zeventien spuisluizen wordt daarom wel ‘de kraan van Nederland’ of zelfs ‘de kraan van Europa’ genoemd. Maar de splitsing van de Boven-Rijn in Waal en Neder-Rijn (alias Pannerdensch Kanaal) wordt ook al de ‘hoofdkraan’ van Nederland genoemd, evenals de Stuw van Driel in de Neder-Rijn omdat die ons zoetwater reservoir – het IJsselmeer – op peil houdt (vooral via de IJssel). Laten we maar blij zijn dat we meerdere hoofdkranen hebben in ons complexe waterlandje.

Sinds een paar jaar staan de sluizen niet alleen maar te spuien op de Noordzee bij Laagwater, maar zijn ze onderworpen aan het ‘Kierbesluit’: ze mogen ook wat meer zout zeewater binnen laten, samen met zalm en forel. Ik passeer de dam om half twaalf, een uur na Hoogwater, en elf sluisdeuren zijn dicht en zes staan er open, althans aan de Haringvliet zijde, duidelijk meer dan een kier. Maar er is niet veel reuring in het water onder de geopende deuren, dus ik vermoed dat alle zeventien sluisdeuren aan de Noordzee kant wel dicht zijn. Die kan ik niet zien.

Bij de Goerese sluis voor het scheepvaartverkeer ligt Restaurant ‘Zoet of Zout’. ‘Dat is de vraag’ zou Shakespeare eraan toegevoegd hebben. Ik passeer de buitenwijken van Stellendam (hanen en kippen scharrelen op straat) en bereik via landbouwgronden het Grevelingenmeer (af en toe nog een bult suikerbieten langs de weg).

Plots vliegt een kleine zilverreiger op langs een boerensloot, duidelijk herkenbaar aan zijn gele voeten onder zwarte poten. Die ben ik nog niet zo vaak tegengekomen.

Het binnendijkse Natuurgebied Koudenhoek wordt voornamelijk bevolkt door ganzen, met name ontelbare brandganzen. Rond het buitendijkse vogeleiland Markenje  zie ik vooral bergeenden.

Ouddorp beslaat bijna de hele breedte van Goeree, maar ik blijf fietsen langs de waterkant. Via de Punt van Goeree onder het begin van de Brouwersdam door en vervolgens zit ik eerst vooral achter de duinenrij,  met caravans en bossen die me het zicht op de Noordzee benemen.

Vervolgens aan de noordzijde van Goeree een prachtig pad door de Duinen van Goeree met een lage begroeiing van duindoorn met gezwollen knoppen, wilde rozen en bramen. Daardoor steeds zicht op strand, zee, en heel in de verte de Maasvlakte. De beloning voor het wisselvallige weer is een continue interactieve show van dreigende en iets minder dreigende regenwolken, met brokken regenboog ertussen. Ik heb geluk, heb maar een klein buitje hoeven trotseren en niet hoeven schuilen.        

Een Uitkijktoren over Natuurreservaat Kwade Hoek, een klein dorp dat Havenhoofd heet – toegang tot de havens van Goedereede dat nu midden op het eiland ligt – en weer terug over de Haringvlietdam.

Tot slot fiets ik in Hellevoetsluis langs de oostelijke vestingwallen en het Kanaal door Voorne. Het Kanaal sluit af met een sluis, waarna een verbreding – de Koopvaardijhaven – in verbinding staat met het Haringvliet. Ik kijk met verbijstering naar een drietal afgemeerde motorjachten van miljardairs, gebouwd van hun zuur verdiende centjes (of van hun gestolen Zilvervloot).

Goeree viel me vandaag niet mee, maar dat kan aan het weer gelegen hebben. Voorne heeft er wat mij betreft weer een pareltje bij. Naast Voornes Duin en vesting Brielle, nu vesting Hellevoetsluis. Dat wordt te zijner tijd een weekje vakantie in Voorne. En dan ligt eiland Tiengemeten ook nog binnen bereik (buiten het seizoen graag)!  

 

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/335118336]

 

Gepost: 11 Januari 2021

 

Mooisteroutes.nl: Eilanden hop (60 km).