SELFIES: De Reiger en de Non

Tijdens mijn Middelbare School tijd (1961–1967) op het St. Maartenscollege in Haren (Gr.), was ik intern op het moderne kleinseminarie van het bisdom Groningen, het Liudgerconvikt. Ik behoorde tot de eerste lichting van een twintigtal knapen. Uiteindelijk heeft het Liudgerconvikt maar een jaar of tien bestaan, want uit de ongeveer honderd jongens met roeping bleek uiteindelijk niemand krachtig genoeg geroepen om door te stromen naar het grootseminarie. Experiment mislukt!

Maar ik denk met dankbaarheid terug aan het kleine, wisselende convent van een vijftal zusters Franciscanessen uit Denekamp, de werkpaarden die ons eten verzorgden en de gemeenschappelijke ruimtes schoonhielden. ‘Hete bliksem à la Sœur Franciscaine’ was mijn favoriete warme maaltijd. De zusters liepen er in die tijd nog bij in vol ornaat, in zwart habijt met een zware zwart-witte kap. 

Met groot genoegen bezoeken Marita en ik af en toe het klooster van de zusters Franciscanessen in Denekamp. Twee tantes – zussen van Marita’s moeder – brengen daar hun oudedag door in het complex Gravenstate dat inmiddels onderdeel is van de Zorggroep Sint Maarten. Een twintigtal kloosterzusters – een hoogbejaard, uitstervend ras in Nederland – heeft nog wel een eigen afdeling in het complex, waar ze tegenwoordig verzorgd worden door zusters Franciscanessen uit Indonesië. Nederland missieland!

De tantes volgen de verhaaltjes op mijn Weblog met belangstelling, maar o wee als ik mij afficheer als atheïst. Dan volgt een telefoontje vol onbegrip en medelijden.

Op zaterdag, 2 maart 2019, brengen wij met de ouders van Marita een bezoek aan Zuster Elize (Tante Doortje), voormalig moederoverste, en Zuster Marita (Tante Joke), levenslang missiezuster in Tanzanië. Het is een gezellig maar ook emotioneel bezoek; de medische problemen stapelen zich op met het klimmen van de leeftijden.

We maken een wandeling door de kloostertuin, langs het kerkhof, met ‘bij leven’ besproken plaatsen. Het is niet anders, er rusten meer Nederlandse zusters op de begraafplaats, dan er nog in leven zijn in de gebouwen.

Bij de grote kapel vliegt een groene specht langs. Die wordt hier vaak gezien, zit vaak in die ene boom. Vlak erbij staat een levend fossiel, de ginkgo of Japanse notenboom, de enige overlevende van een oud plantengeslacht. Enkele vijvers maken het plaatje compleet.  

Tante Joke is nog de fitste van het stel en altijd in voor een grap en een grol. Winkelend met een collega zuster in een tuincentrum in Denekamp komen ze op het lumineuze idee om de andere zusters te verrassen met twee namaak blauwe reigers, waarmee ze de oevers van de vijvers kunnen verlevendigen.

Zo gezegd, zo gedaan. Met de ‘reigers’ onder de arm komen ze thuis, waar ze door de andere zusters fijntjes worden gewezen op het feit dat ze in plaats van blauwe reigers twee ooievaars hebben gekocht. Deze freudiaanse vergissing wordt door moederoverste toch te riskant bevonden: ooievaars bij een nonnenklooster. Ze worden onmiddellijk omgeruild voor twee ‘echte’ blauwe reigers, die nu parmantig op de oevers naar onbereikbare visjes staan te tureluren.   

 

Gepost: 16 Maart 2019