FIETSEN: Oude IJssel

Zes jaar geleden wandelde ik al eens langs de Oude IJssel tussen Doesburg en Laag-Keppel. Mijn conclusie was dat het een mooi gebied was om nog eens uitgebreider te verkennen op de fiets. Vandaag zal het zijn, tropisch warme vrijdag, 14 augustus 2020. Marita vindt me mesjogge, maar in de tropen deden we toch ook aan sport, al was het dan ‘jolly jogging’ met de biertruck als beloning aan de finish.

Eertijds liep ik in Doesburg tegen het ‘Musée Lalique’ aan, nu ligt mijn start bij Streekmuseum De Roode Tooren, waarover straks iets meer.

Doesburg – Hanzestad sinds 1447 – heeft een mooi centrum met een Middeleeuws stratenpatroon. Kleine steegjes lopen van het pleintje rond de Martinikerk met de hoge toren naar het pleintje rond de Waag uit 1478, waar handelaren hun koopwaar moesten laten wegen voor vaststelling van de belasting. De Waag diende ook vanaf het begin als Stadsbierhuys, zodat het in het ‘Guiness Book of Records’ te boek staat als oudste horecagelegenheid van Nederland. In één van de oude straatjes hangt nog een ‘wijde gaper’ aan de muur. Mocht hij in de huidige beeldenstorm moeten verdwijnen (bijvoorbeeld omdat hij lijkt op Mark Rutte), dan graag toevoegen aan de mooie collectie ‘gapers’ in het Zuiderzeemuseum.

Ik fiets de stad uit en passeer de Lage Linie. Doesburg blijkt rond 1700 te zijn versterkt met een Lage Linie aan de zuidkant en een Hoge Linie aan de oostkant. Ontwerp van Menno van Coehoorn. Onderdeel van de kleine waterlinie langs de verzande IJssel van Westervoort tot Doesburg. De bouw duurde bijna dertig jaar, maar de linie is nooit gebruikt.

In de berm bloeien hemelsleutel en bijenbrood. Ik passeer het dorp Drempt en geniet van de landelijke omgeving. In het ene weiland spelen enkele hazen, in het andere zitten een drietal buizerds elkaar de maat te nemen. Een kip met een tiental kuikens scharrelt langs de weg. Wijngaard ’t Heekenbroek lijkt een goede oogst te krijgen. Het heeft een afdeling rood en een afdeling wit.

Het is een beetje heiig. In de bossen bij Hoog-Keppel lijkt het wel herfst. Om verdamping te beperken in deze droge, warme periode laten bomen massaal hun blad vallen.

Ik passeer de Rode Beek, maar die is bijna dichtgegroeid: het is één van de maatregelen om de doorstroming te beperken en water langer de tijd te geven om te infiltreren. Twee roofvogels ‘keffen’ naar elkaar, de een dichtbij, de ander veraf, maar ik krijg ze niet te zien en tast in het duister over hun identiteit.

Regelmatig staan er twee-meter hoge betonnen palen langs de weg, waarschijnlijk de grensmarkering van een landgoed (Hekenbroek, Ulenpas?), maar de tekst is door verwering onleesbaar geworden. Jacobsladders hangen tussen de bomen naar beneden.

In de bosrand een overdaad aan groot heksenkruid. En klein springzaad laat zien dat-ie best groot kan worden. Het is weer de tijd van de straatverkoop van kalebassen en pompoenen.   

Ik raak aan de buitenwijken van Doetinchem. Om aan mijn kilometers te komen heb ik een extra lus van twintig kilometer toegevoegd via Zelhem. Twee keer fiets ik tussen Zelhem en Doetinchem een stukje over een breed, kaarsrecht fietspad: een voormalig spoorlijntje tussen deze twee plaatsen.

Bij het Geboortebosje in Zelhem zie ik voor me dat zwangere daklozen hier in alle rust onder de bomen kunnen bevallen, maar blijkbaar zijn hier geboortebomen geplant voor kinderen die gewoon thuis of in het ziekenhuis ter wereld zijn gekomen. Ik vind dit een riskante business, want het geboorteboompje zal maar doodgaan of een enge ziekte krijgen. Ik heb vele pogingen tot herbebossing gezien, en het succespercentage is bedroevend laag.

Op een groot veld lelies verschijnen net de eerste bloemen, maar het gaat waarschijnlijk puur om de volgende generatie ondergrondse bollen. Enkele spiegelgladde akkers kunnen alleen maar toebehoren aan een voetbalveldkwekerij.

Ik passeer het gehucht IJzevoorde en dan Landgoed en Kasteel Slangenburg, waar ik al eens eerder wandelde. De Benedictijnen hebben er hun Sint-Willibrordsabdij, Kasteel Slangenburg is hun gastenverblijf, en daartussen ligt een Natuurbegraafplaats om te genieten van de Achterhoekse natuur met de zegen van de Benedictijnen en de belofte dat je nooit geruimd zal worden. In de bosrand staat een grote populatie van hengel, een halfparasiet op boomwortels (en een urn met as is ook niet te versmaden).

Al met al heeft dit voorspel vier uur geduurd vóór ik in Doetinchem op de IJsseldijk beland. De oevers zijn begroeid met rietkragen, versierd met reuzenbalsemien, watermunt en enkele hennepnetels. Ertussen ook de indrukwekkende moerasmelkdistel.

Twee keer word ik van de Oude IJssel weggeleid voor een kleine lus. De eerste vanwege de privacy van Kasteel Keppel, en vervolgens bij Landgoed Mulra om de natuur langs de dijk te ontzien. Ik fiets op mijn gemakkie terug naar Doesburg.  

Even nog over Streekmuseum De Roode Tooren. Het kleine gratis museum bezit een nog ‘werkende’ tabakskerverij uit 1894 van de firma Wijers/van der Meulen. Ruwe tabak kwam vanuit Azië of Zuid-Amerika via Rotterdam binnen in balen van honderd kilo. De balen werden eerst ‘uitgeplukt en ingevocht’. De volgende dag konden de soepele bladeren in de kerfmachine worden gesneden en vervolgens gedroogd in de droogtrommel tot het gewenste vochtgehalte. Dan zeven, afwegen en verpakken.

Dit moet ik even zien, want hoewel mijn opa Douwe Ligthart (1863–1943) in 1937 zijn carrière van vijfenvijftig jaar bij Douwe Egberts in Joure eindigde als beroemde koffieproever (tegenwoordig ben je dan ‘dégustateur’), begon hij in 1882 op negentienjarige leeftijd bij D.E. als tabakskerver. Misschien dat hij het kerven nog even met de hand heeft gedaan, maar hij zal weldra aan zo’n kerfmachine hebben gestaan.

Ik druk op de rode knop en de aandrijfriemen van de kerfmachine en de droogtrommel beginnen te lopen. Een pop (totaal geen gelijkenis met mijn opa!) staat bewegingsloos toe te kijken. Ik zie in gedachten mijn opa de tabak in de richting van de snijmessen duwen om uiteindelijk te eindigen in een pakje Echte Friesche Heerenbaai.

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/443083375]

 

Gepost: 28 Augustus 2020

 

Knooppunten: 36, 35, 09, 28, 06, 32, 60, 33, 91, 37, 03, 11, 12, 13, 18, 42, 86, 31, 30, 29, 37, 36  (55 km).