SELFIES: Waterlinies

Recentelijk kwam ik tijdens een fietstocht op de oude Elshoutse Zeedijk in het noorden van Brabant de mij onbekende term ‘Zuiderwaterlinie’ tegen. Ik heb wel tien kennissen bevraagd, maar niemand had ooit van de Zuiderwaterlinie gehoord. Mijn eerste gedachte is dan ook dat het waarschijnlijk een klein lokaal inundatiegebied betreft, bijvoorbeeld rond de Vesting Heusden. Maar wie schetst mijn verbazing wanneer blijkt dat de Zuiderwaterlinie de oudste, de langste en de meest gebruikte Waterlinie uit onze geschiedenis is.   

Ik ben bekend met de Oude Hollandse Waterlinie (Biesbosch–Zuiderzee), die geformeerd werd naar aanleiding van de Franse inval in het Rampjaar 1672. In Friesland waren riviertjes de Linde en de Tjonger in diezelfde tijd de basis van de Friese Waterlinie van Kuinre naar Frieschepalen. Ik weet dat in de achttiende eeuw de Grebbelinie (Gelderse Vallei) is aangelegd als een soort voorportaal van de Hollandse Waterlinie, en dat die linie tijdens de Duitse inval in 1940 als onze hoofdverdediging diende. Begin negentiende eeuw werd de Oude Hollandse Waterlinie iets verplaatst om Utrecht in de verdediging mee te nemen (Nieuwe Hollandse Waterlinie). De Stelling van Amsterdam werd pas eind negentiende, begin twintigste eeuw aangelegd. En dan had je nog de IJssellinie tijdens de Koude Oorlog om een eventuele opmars van de Russen te vertragen.

Maar dan de Zuiderwaterlinie! Die liep van Bergen op Zoom naar Nijmegen, aan de oostkant van de Brabantse Wal en aan de zuidkant van de Maas, met elf vestingsteden (Bergen op Zoom, Steenbergen, Willemstad, Klundert, Geertruidenberg, Breda, Heusden, Den Bosch, Megen, Ravenstein, Grave), met daartussen kleinere versterkingen zoals forten, schansen en vooral inundatiegebieden. Deze waterlinie was tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) een redelijk effectieve barrière tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Spaanse Nederlanden, met Brabant als een soort wisselgeld. Brabant was wel onderdeel van de Republiek, maar had geen stemrecht over het inzetten van het inundatie wapen. Dit is mede de oorzaak van de culturele verschillen tussen Nederland van boven en onder de rivieren. “Als wij niet mogen inunderen, dan maar met bier imbiberen tijdens het Carnaval”, moeten de Brabanders gedacht hebben.

Regelmatig wisselden Vestingsteden van ‘eigenaar’. Zo werd Den Bosch pas onderdeel van de Zuiderwaterlinie in 1629, na het beroemde beleg van prins Frederik Hendrik. En de val van Steenbergen in Spaanse handen in 1583 leidde tot vervanging door de Vesting Willemstad. Steenbergen werd overigens regelmatig heroverd, maar pas definitief in 1623. 

De Zuiderwaterlinie was in feite het Brabantse deel van het zogenaamde Zuiderfrontier, dat ook de Staats–Spaanse Linies omvatte in Vlaanderen, van Sluis naar Antwerpen. En dan was er ook nog het Oostfrontier van Nijmegen naar Groningen, langs de IJssel, de Linde en de Tjonger. Dit alles grotendeels bedacht en geperfectioneerd rond 1700 door… Menno van Coehoorn, de Friese Vuurleeuw.

Als je het bovengenoemde rijtje van Waterlinies goed bekijkt – van de Zuiderwaterlinie in de zestiende eeuw tot aan de Stelling van Amsterdam begin twintigste eeuw – dan werd blijkbaar in de loop der tijden het deel van Nederland dat bescherming verdiende steeds kleiner. Met als dieptepunt de Stelling van Amsterdam, bedoeld om de witte wijn sippende elite van de Grachtengordel te beschermen!

 

Gepost: 6 Maart 2019