FIETSEN: IJsselmonde

Tijdens mijn vijfde wandeling op het Wereldtijdpad (WTP 5) meldde de kubus voor het jaar 1020: ‘Friezen ontginnen het Merwedewoud bij Vlaardingen’. Nu houd ik van Friezen en ook van bossen, dus was ik benieuwd naar eventuele restanten van deze activiteit, precies duizend jaar later. En die zijn er! Bij naslag bleek het te gaan om het eiland dat nu IJsselmonde heet, een woon- en industriegebied met een bevolkingsdichtheid van meer dan vierduizend ‘Friezen’ per vierkante kilometer, bijna het tienvoudige van de gemiddelde bevolkingsdichtheid van Nederland. Van het Merwedewoud hebben ze met z’n allen niet veel heel gelaten.

IJsselmonde is een eiland of waard in de Maasdelta, omgeven door de Nieuwe Maas in het noorden (verlengde van Rijn en Lek), de Oude Maas in het zuiden en westen (verlengde van Waal en Merwede) en in het oosten door de Noord (verbinding tussen Lek en Beneden-Merwede). De naam komt van het voormalige dorp IJsselmonde, nu stadsdeel van Rotterdam, gelegen langs de Nieuwe Maas tegenover de monding van de Hollandse IJssel.

Wil je het nog ingewikkelder hebben met al die rivieren? Over het eiland loopt het Waaltje, een oude arm van de Waal/Merwede die ooit – in het jaar 1020 bijvoorbeeld – gescheiden liep van de (Oude) Maas. Het Waaltje vormt eigenlijk de grens tussen het ‘Merwedewoud’ en de Zwijndrechtse Waard, maar sinds het Waaltje afgedamd is, worden ze meestal samen beschouwd als IJsselmonde.

Naast de zuidelijke stadsdelen van Rotterdam zijn Ridderkerk, Hendrik-Ido-Ambacht, Zwijndrecht en Barendrecht belangrijke plaatsen op het eiland. Talrijke tunnels, bruggen, snelwegen en spoorwegen verbinden het eiland met de rest van de wereld (Rotterdam-Centrum, Alblasserwaard, Hoeksche Waard en Voorne-Putten). Daarom is Rhoon misschien wel de belangrijkste plaats van IJsselmonde, want daar bevindt zich een controlekamer van Rijkswaterstaat, waar zoon Wytse met collega’s al die verbindingen dag-in nacht-uit in de gaten houdt om in te grijpen bij verkeersincidenten (hij heeft overigens sinds kort een andere baan).  

Ik start mijn fietstocht op vrijdag, 22 mei 2020, bij Hotel Ridderkerk vlakbij verkeersknooppunt Ridderkerk (A15/A16). Ik sta eigenlijk meteen verbaasd dat het toch is gelukt om een groene fietsroute uit te zetten in dit dichtbevolkte gebied.

De poldersloten en poelen doen me regelmatig stoppen om mijn verrekijker te richten op krakeenden en tafeleenden, of op een stern die pijlsnel verticaal het water induikt voor een visje tussen de gele plomp en de witte waterlelies. Langs het water bloeien valeriaan en gele lis uitbundig. Vlak langs de A38 – met anderhalve kilometer de kortste snelweg van het land – populierensneeuw: grote plukken dons, waar de zaden in verstopt zitten, liggen op het bodemdek van klimop. Een kraai vliegt op langs het fietspad, laag boven een sloot, maar wordt fanatiek verjaagd door een waterhoen met kuikens.

Tussen Bolnes en Slikkerveer in de Gemeente Ridderkerk fiets ik langs de Donckse Velden met buitenplaats Huys Ten Donck, dat uitziet op de Noord. Gebouwd in 1746 door Otto Groeninx van Zoelen, Heer van Ridderkerk en Burgemeester van Rotterdam, is het nog altijd in bezit van deze adellijke familie.

In eerste instantie krijg ik niet veel van de Noord te zien omdat de route een mooie hoge binnendijk volgt, maar ik realiseer me wel dat hier pal aan de overkant de tientallen molens van Kinderdijk staan, op het laagste punt van de Alblasserwaard. Verderop langs de Noord ligt de Crezée Polder, gorzen (schorren) in zoetwatergetijdegebied, met grote aantallen zwanen, ganzen en bergeenden. Kanonschoten aan de andere kant van de dijk moeten ganzen weghouden uit de grazige weiden. Een ouderpaar kievit drentelt luid krijsend in grote paniek langs een sloot. Ik denk dat ze een pul uit het oog zijn verloren die naar beneden is gevallen tussen de begroeiing.

Bij Hendrik-Ido-Ambacht ligt een brug óver en een tunnel ónder de Noord voor de verbinding met de Alblasserwaard. De bijzondere naam van het dorp verwijst naar de financiers van de bedijking van de Zwijndrechtse Waard in de veertiende eeuw. Volgens het Genootschap Onze Taal zou de naam zelfs ooit een stukje langer zijn geweest: Hendrik-Ido-Oostendam-Schildmanskinderen-Groot-en-Klein- Sandelingen-Ambacht. Dan komen we er tegenwoordig nog genadig vanaf.

Ik kruis de monding van het Waaltje en volg het afgedamde watertje een eindje. Iets westelijker ligt langs het Waaltje het dorp Rijsoord, waar in 1940 na het bombardement van Rotterdam de capitulatie werd getekend door Generaal Winkelman in de Johannes Postschool, nu een klein museum. Dan hebben wij in Wageningen het beter getroffen met de ondertekening van de capitulatie van de Duitsers in Hotel de Wereld in 1945.

Mijn route gaat zuidelijk in de richting van de Oude Maas. Ik kom langs de Kijfhoek met het grootste rangeerterrein van het land voor goederenwagons. Als je uitgerangeerd bent, kun je hier bijkomen in de Kijfhoekkerk. Ik fiets door het Develbos, een jong bos langs de Devel, een oude kreek.

Bij Heerjansdam is het Waaltje afgedamd van de Oude Maas. Ook Heerjansdam heeft zijn naam te denken aan een financier – Heer Jan van Rosendaele – van de bedijking van de Zwijndrechtse Waard. Vanaf hier ligt een groot parkgebied langs het water van de Oude Maas. Ik picknick op een bankje en zie de ‘Cura Dei’ langs varen. Als je googelt op ‘Cura Dei’ voor de exacte vertaling (‘Zorg van God’), krijg je bijna meteen en onvermijdelijk alle personalia van dit binnenvaartschip op je scherm: lengte, diepte, nationaliteit, sekse, seksuele voorkeur, geloof, zelfs waar het schip zich op dit moment bevindt, waar het naartoe vaart, en waar het gister was. Het schip kan niet ongemerkt ergens aanleggen, bijvoorbeeld bij een naaktstrand. Het schip heeft geen privacy!

In het park ligt een vreemd modelspoor met drie spoorstaafjes die twee spoorlijntjes vormen, van 184 mm en 127 mm breedte. Het modelspoor is onderdeel van de ‘Maasoever Spoorweg’, die geëxploiteerd wordt door een Modelbouwvereniging uit Barendrecht. Je kunt echt een ritje maken met deze modeltreinen in niet-Corona tijden, maar ook dan zit meer dan één persoon per wagon er niet in.      

Ik passeer de tunnelbak van de Heinenoordtunnel, die IJsselmonde verbindt met de Hoeksche Waard. In de Jan Gerritsepolder ligt een kunstmatige heuvel met een mooi uitzicht op de omgeving. Bovenop een grote schotelspiegel zodat je jezelf kunt fotograferen in het landschap: een ‘selfie avant la lettre’. Een jogger loopt een aantal keer de heuvel op en af. “Ik was in topconditie”, zegt hij, “maar nu is het Corona- pap.” Bij een boerderij lopen een tiental kaalgeschoren alpaca’s. Ik zie ze denken: “Wíj  mochten wel naar de kapper, maar ze hadden alleen de Corona-look in de aanbieding”.

Een kaarsrecht fietspad voert me weer terug naar Hotel Ridderkerk. Het betreft het tracé van een oud havenspoorlijntje, nu fietspad en ‘Levenspad’ gedoopt, beplant met bomen, door bewoners geadopteerd om iets of iemand te gedenken. Mij valt vooral op dat onder de bomen knoopkruid, met en zonder straalbloemen, volop in bloei staat. Maar ik moet een beetje doorfietsen want een regenbui zit me op de hielen.

        

Gepost: 11 Juni 2020

 

Fietsknooppunten: 42, 43, 20, 21, 50, 57, 53, 54, 96, 16, 15, 17, 27, 92, 25, 29, 28, 27, 15, 14, 13, 36, (96, 93, 37, 92, 37, 93, 96, 36), 35, 99, 39, 11, 40, 41, 42 (50 km)