WANDELEN: Kromme Rijn 2

Ik heb nog een stuk Kromme Rijn tegoed, namelijk van Odijk naar de Stadsbuitengracht van Utrecht. Dat is zo’n twaalf kilometer, een beetje weinig, dus beluit ik om het traject vice versa te lopen. Ik start op dinsdag, 4 augustus 2020, in Bunnik, bij het mooie Romaanse kerkje, loop eerst op en neer naar Odijk, en vervolgens op en neer van Bunnik naar Ledig Erf in Utrecht.

De hele route ligt op het Jaagpad, vlak langs het water. Aan de overkant mooie Bunnikse optrekjes met een bootje voor de deur. De oevers staan vol met groen-bloeiende bijvoet en brandnetels, geel-bloeiende guldenroede en grote wederik, paars-bloeiend harig wilgenroosje en grote kattenstaart, en wit-bloeiende gewone berenklauw. Ik vertel hier alvast dat ik de dag na deze wandeling een ongekende allergische aanval heb moeten doorstaan. De verdenking valt op de onopvallend bloeiende bijvoet, alom tegenwoordig.

Bukkend loop ik eerst onder de spoorlijn Utrecht–Arnhem door en vervolgens onder de A12, waar een stobbenwal – een faunapassage bestaande uit boomstronken – klein wild de kans geeft ongedeerd de snelweg te passeren. Toch zweeft een buizerd boven de A12 op zoek naar verkeersslachtoffers.   

De gewone bereklauw wordt soms vervangen door  engelwortel (ook met een grote buikige bladschede) of nog frequenter door pastinaak met zijn gele schermen. Af en toe kleine in het water liggende schiereilandjes van gele waterkers, waarvan slechts een paar planten in bloei staan. Overal klinkt nog het zielige gepiep van puberende meerkoeten. Waar een bosje tot aan de oever reikt staat een grote populatie van vruchtknotsen van de gevlekte aronskelk, met rijpe rode vruchtjes.

Ik bereik het punt waar de Langbroekerwetering zich mengt met de Kromme Rijn en draai om voor de terugtocht naar Bunnik. ‘Wat saai’, zou je zeggen, maar toch verandert een andere looprichting de kijk op het leven. Zo heb ik op de heenweg de Gelderse roos in volle vruchtdracht compleet over het hoofd gezien, en zijn de onbetekenende grasheuveltjes van zonet nu hindernissen geworden, bevolkt door uitgeslapen meppers van de Golfclub Kromme Rijn.

Ik ga in één ruk door richting Utrecht. Bij Bunnik zijn enkele eilandjes tussen de Kromme Rijn en een gegraven nevengeul bestempeld als Riviereilanden Reservaat. Over een afstand van ongeveer vijf kilometer zijn de oevers natuurvriendelijk ingericht, hetgeen ten goede komt aan flora en fauna. Hoe meer plantjes je kent, des te leuker wordt het om erop te letten. Een feest van herkenning, maar vaak ook nog met twijfel omgeven. Ik heb absoluut geen fotografisch geheugen, zeker niet voor bladvormen. Zo raak ik al in war door de oranje bloemen van een oeverplant, terwijl het toch gewoon groot springzaad (gele bloemen) is. Bitterzoet klimt her en der in andere planten omhoog. Af en toe een bosje kaarsrechte populieren of een laantje van ‘zieke’ essen. Utrecht is hard getroffen door de essentaksterfte. Ongeveer vijftien procent van de laanbomen zijn essen en moeten op termijn vervangen worden.

Ik bereik Landgoed Rhijnauwen. Het wordt drukker zowel te land door aangename horeca (Theehuis Rhijnauwen) als te water (kano’s die vanuit de rand van Utrecht een tochtje op de Kromme Rijn maken). Behalve het Theehuis Rhijnauwen en Kasteel Rhijnauwen (van dertiende-eeuwse ridderhofstad geëvolueerd tot hedendaagse jeugdherberg) ligt op het landgoed ook nog Fort Rhijnauwen, het grootste fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Eromheen wandelen kan, maar erdoorheen wandelen alleen met een gids.

Doodmoe zijn vele peddelaars die zichzelf hebben overschat. “Meneer, hoe ver is het nog naar het theehuis?” “Niet zo ver meer, maar dan moet je ook nog terug.” En ik ga ze echt niet slepen, al zit ik dan op het Jaagpad.       

Naast Landgoed Rhijnauwen ligt Landgoed Amelisweerd met twee buitenplaatsen, Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd. In het water een vernuftig instrument dat met geluidsgolven continu het debiet van de Kromme Rijn meet. Tenslotte is de Kromme Rijn de ‘kraan van Utrecht’, die alle stadsgrachten en kanalen moet doorspoelen en van vers water voorzien. Landhuis Oud-Amelisweerd was twintig jaar lang een museum met onder andere een uitgebreide collectie van Armando. Ik ben heel lang geleden één keer binnen geweest vanwege een bijzondere tijdelijke tentoonstelling van een diverse groep kunstenaars met ‘Groenten’ als gemeenschappelijke thema. Dan begrijp je wel dat de komkommer de hoofdrol speelde. Na een faillissement heeft het landhuis sinds een jaar een pop-up museum met wisselende tentoonstellingen. Landhuis Nieuw-Amelisweerd heeft een woonbestemming en is opgesplitst in een aantal appartementen.

Ik ga onder de A27 door (die ondanks vele protesten dwars door het westen van landgoed Amelisweerd loopt) en kom bij een splitsing van de Kromme Rijn, waar een ronddraaiende Jaagpaal op de oever is blijven staan. Deze diende als hulpmiddel om boten de bocht om te trekken. Was het jaagpaard op het jaagpad te voortvarend (toepasselijk woord hier!), dan klonk het van schipper naar jager: “Kalm aan, dan breekt het lijntje niet”.

Bij deze splitsing ligt botenverhuur Rijnstroom, de oorsprong van het drukke bootverkeer, gelukkig bijna uitsluitend ongemotoriseerd, of hooguit fluisterend. Hier ligt ook het Zwembad Krommerijn, een modern bad dat medio vorige eeuw het oude bad van badmeester Timp heeft vervangen. Het oude bad stond in open verbinding met de Kromme Rijn en met de inundatiekanalen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Ik wandel onder de Laan van Maarschalkerweerd door en loop even iets lager dan het waterniveau. Hoe noemen ze dat ook alweer? Oh ja, een Mozesbrug.

Vervolgens langs Stadion Galgenwaard, langs Fort Lunet 1, onder de Waterlinieweg door, en dan door het Krommerijnpark. Er huist een flinke groep volwassen witte soepganzen met slechts een enkel kuiken. Dat is wel heel karig. Wat is er met de rest gebeurd? Eendagskuikens? Heel veel heelblaadjes in de oeverbegroeiing, en in een hek klimt en bloeit de bosrank.

Ik bereik het officiële eindpunt, waar de Kromme Rijn de Stadsbuitengracht instroomt bij Ledig Erf. Ik weersta de horeca met dezelfde naam, want moet nog terug naar Bunnik. Ik houd de moed erin als ik op het Jaagpad het bordje zie met ’Leukste wandelroute 2015’. Het Kromme Rijn Pad is over zijn hele lengte van een kleine dertig kilometer, van Wijk bij Duurstede tot aan Ledig Erf in Utrecht, ook nu nog een absolute aanrader.

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/443006231]

 

Gepost: 15 Augustus 2020  

 

Kromme Rijn Pad: Odijk–Utrecht v.v. (25 km)