WANDELEN: Emst

Vrijdag, 25 oktober 2019. Ik heb aan collega Roel voorgesteld om een combinatie van twee Klompenpaden te wandelen op de Veluwe bij Emst. In zijn gezelschap doe ik altijd veel kennis op over de flora. In de auto maakt hij me erop attent dat een week geleden (17 oktober) in Emst veertien schapen zijn doodgebeten door een wolf. Er wordt gespeculeerd dat misschien de vijf welpen van het wolvenpaar, dat huist op de Noord-Veluwe, toe waren aan een lesje jagen. Eerlijk gezegd is dat bericht me ontgaan. Mijn keuze voor Emst is dan ook puur toeval.  

Emst ligt tussen Epe en Vaassen op de oostelijke flanken van het Veluwemassief. We wandelen eerst het Schaverensepad aan de westzijde van Emst.

We zijn de auto nog niet uit of Roel wijst op twee boomklevers in de Amerikaanse eik boven ons hoofd. Eerst hoort hij ze, dan ziet hij ze. In de tuintjes een hertshooi (verwant aan het Sint-Janskruid) en ik meen de stijve zonnebloem te herkennen, maar het blijkt de verwante slipbladige rudbeckia te zijn.

We bereiken een bebost gebied. Er beweegt iets in de verte. Geen wolf, maar een auto! De fantasie gaat met me op de loop. Ik kan niet ontkennen dat wandelen in een wolventerritorium een zeker opwindend gevoel geeft.

Ik blijf een beetje moeite houden met het herkennen van de Amerikaanse vogelkers tussen andere bessendragers. Roel laat me zien dat aan de onderkant van het blad karakteristieke oranje haren zitten langs de hoofdnerf. Het lijkt hier trouwens wel een door Trump geannexeerd gebiedje: bijna uitsluitend Amerikaanse vogelkers onder Amerikaanse eiken. Gelukkig ook kleine plukjes inheemse salomonszegel, overigens zonder besjes.

We komen een ‘levensboom’ tegen. Deze Chamaecyparis conifeer heeft ronde kegeltjes. Er is nog een tweede ‘levensboom’, Thuja, met kleinere, langwerpige kegeltjes.                       

Voor mij is knopkruid knopkruid, maar er blijken twee soorten naast elkaar voor te komen: kaal knopkruid en harig knopkruid. Vele zomerbloeiers vertonen nabloei door de zachte herfst. Kropaar bijvoorbeeld. Mensen die allergisch zijn voor grassen moeten bij kropaar uit de buurt blijven. Ook scherpe boterbloem (scherp van smaak) en kruipende boterbloem vertonen nabloei, als ook het akkerviooltje.

We komen bij een vennetje – een voormalige schapenwasplaats – met vochtige oevers die vol staan met moeraswolfsklauw, blauwe zegge, dopheide en verdorde kleine zonnedauw. Volop sporen van wilde zwijnen zoals enkele zoelplekken voor een modderbad om parasieten af te schudden.

Ik maak kennis met de wilde framboos, tussen de bramen. Wilde framboos heeft een zilverkleurige onderkant van het blad. De rode biljartbal op de bodem blijkt een vliegenzwam, rood zonder witte stippen.

Een omheinde weide staat vol met bloeiend hazepootje, een klaver. Grote, diepe sporen in het onverharde pad verklappen dat hier een aantal edelherten vanmorgen over het hek zijn gesprongen.

Hier begint Wildlust met een mooie afwisseling van gemengd bos en schrale graslanden langs beken. Bij een vennetje staan langs het hek enkele jonge planten van de koningsvaren, spontaan of misschien ‘spontaan’ aangeplant. Een kleine weide met schapen, of beter een piepjong berkenbos met schapen, is omgeven door een redelijk hoge afrastering met schrikdraad. “Dat is zeker tegen de wolven?”, vragen we een wandelend stel met een woeste aangelijnde hond. “Yeah, die is er nog niet so long”, is het antwoord met accent. “Bent u Amerikaan?”, vraag ik. “Nee, Canadees, jullie bevrijder.” “Dan bent u zeker na de oorlog blijven hangen en heet uw vrouw Trees?” Trees en de Canadees wonen hier sinds een half jaar in het buitengebied, en Trees vindt die wolven maar wat eng.

We trekken verder en komen bij een zijarm van de Smallertse Beek. De zijarm stroomt vrijelijk door de weilanden, soms smal, soms breed. Een breed stuk is volledig begroeid met het zeldzame bronkruid. Eromheen een flinke populatie van holpijp.

We zien Trees met haar Canadees in de verte terug naar huis lopen. Plots begint de Canadees naar ons te zwaaien, en komt naar ons toe rennen. “Zijn jullie biologen? Kunnen jullie aan een dode ree zien of hij door een wolf is gedood?” We lopen met hem mee. Vlak bij zijn huis, langs het beekje, tussen de struiken, ligt een dode ree. De hele hals ligt bloot en er is een flink stuk vacht van zijn ribbenkast afgestroopt. Een vers kadaver nog, er is relatief weinig van gegeten, nog geen aasvlieg te zien. Dit moet een wolf recentelijk hebben gedaan. De kans lijkt mij groot dat de wolf terugkomt om verder van zijn vangst te genieten. Ik denk dat Trees niet lekker slaapt vannacht. Roel adviseert de Canadees om de boswachter te waarschuwen. Waarschijnlijk rukt dan het Wageningse wolventeam uit om DNA monsters te nemen voor identificatie van de ‘boosdoener’.

Het houdt ook ónze gemoederen best wel bezig. Onze aandacht verslapt, maar we bemerken nog wel de nabloei van dotterbloem en moerasspirea. En door een spandoek de geboorte van Thomas, de vijfde welp op rij: ‘Het huis was nog niet vol, Linda’s buik werd weer bol’. De dominee zou er eens een stokje voor moeten steken. En dat zegt hij, die komt uit een gezin van elf kinderen. Maar dat waren andere tijden met veel minder stikstofdepositie en zonder Tefal pannen met pfas.

We zijn na vier uur wandelen terug bij de auto, maar plakken er nog een verkorte versie aan vast van het Loobrinkerpad, richting Apeldoorns Kanaal. Deze route loopt langs enkele recreatie plassen met veel koninginnenkruid op de oevers. Op iets grotere afstand mooi elzenbroekbos. Ik krijg van Roel een lesje ‘varens’ om thuis te oefenen (wijfjesvaren, mannetjesvaren), maar de stekelvaren heet al snel stekelvarken.

Wanneer Emst in zicht is, trakteren we onszelf op een versnapering bij Forellenkwekerij ’t Smallert. Geen lekkerbekje, maar gewoon appelgebak.

Vlakbij het dorp nog een bloemrijke akkerrand waar de kleur geel domineert (onder andere van zonnebloem, gele kamille en goudsbloem). Eindelijk verneem ik dat de boom met grote lichtgroene bladeren, die je veel in tuinen aantreft – door mij ‘sierlinde’ gedoopt – de trompetboom is (Catalpa).   

          

Gepost: 10 November 2019

 

Combinatie Klompenpaden: Schaverensepad (10 km) en Loobrinkerpad (verkort, 8 km)