SELFIES: Pithecanthropus

Eind oktober bracht ik een bezoek met de kleinkinderen aan het vernieuwde Naturalis. Indrukwekkend de afdeling dino’s, met Trix (Tyrannosaurus rex) en onze eigen amfibische wadloper (Nothosaurus winterswijkensis)en de Maashagedis (Mosasaurus). Dan de prachtige parade van het dierenrijk, ter zee, te land en in de lucht. Maar ik was het meest nieuwsgierig naar het zaaltje met Homo erectus. Daar staat ze dan, een wassen reconstructie van een vrouwelijk exemplaar, grijnzend naar al die langs schuifelende nieuwsgierige apen.  

De Nederlandse paleontoloog Eugène Dubois (1858–1940) vond in 1891 op Java bij de Solo rivier enkele fossiele botten van de Java-mens, volgens hem de ontbrekende schakel tussen aap en mens. Op basis van drie skelet elementen komt hij tot de conclusie dat we hier niet met een mensaap (Anthropopithecus) te maken hebben, maar met een rechtop lopende aapmens (Pithecanthropus erectus) met een herseninhoud die ligt tussen de mensapen en de moderne mens. De in onbruik geraakte genus naam Pithecanthropus is vervangen door Homo.

Homo erectus verscheen ongeveer twee miljoen jaar geleden en stierf uit zo’n vierhonderdduizend jaar geleden. Homo sapiens verscheen om en nabij tweehonderdduizend jaar geleden en is momenteel de enige Homo op deze aardkloot. Het heeft andere Homo soorten, zoals de Neanderthaler, doen uitsterven, waarschijnlijk door homeopathische verdunning.

Op dinsdag, 26 november 2019, treed ik, in gezelschap van Monsieur Gérard (een zeer eigenwijze, zachtaardige Limburger), in de voetsporen van Eugène Dubois (een zeer eigenwijze, dominante Limburger). We bezoeken zijn graf in Venlo, daarna het Jammerdal, waar hij vele opgravingen deed, en vervolgens zijn landgoed Bedelaar in Haelen.

Dubois was een ‘karakter’, die niet alleen ruziede met collega’s in de wetenschap, maar ook met de zwartrokken van de katholieke kerk, waar hij niets van moest hebben.

Vanwege zijn ruzie met de pastoor van Haelen mocht Dubois niet in gewijde grond op het lokale kerkhof begraven worden. Hij is ter aarde besteld op de Algemene (destijds Katholieke) Begraafplaats Venlo, in een eenzame uithoek voor ongelovigen. Het internationale symbool voor ‘giftig’ (en ‘piraterij’) – een doodskop met twee gekruiste beenderen – siert zijn verweerde grafsteen, in dit geval bestaande uit het schedelkapje en de bijzondere dijbenen van Homo erectus. Ik vind de plaats en uitstraling van zijn graf nu niet bepaald passen bij een man van zijn statuur en faam.

Ten zuidoosten van Venlo en ten oosten van Tegelen ligt het Jammerdal. Van eind achttiende eeuw tot begin twintigste eeuw was het een klei- en zandgroeve, inmiddels een natuurgebied met vennen en grote hoogteverschillen. Dubois maakte van de groeve gebruik om naar fossielen te zoeken.

Al in de Romeinse tijd werd er leem gewonnen voor het bakken van tegels en aanverwante artikelen, vandaar de plaatsnaam Tegelen (Tiglia in het Latijn). De naam Jammerdal zou te maken hebben met jammerende Romeinen na de nederlaag van het legioen van Julius Caesar tegen de Gallische Eburonen in 54 v. Chr. Deze claim is zeer twijfelachtig en ik geloof niet dat Dubois attributen van jammerende Romeinse soldaten heeft opgegraven.      

Na zijn terugkeer uit Nederlands Indië werd Dubois hoogleraar in Amsterdam en conservator van het Teylers Museum in Haarlem. Maar vanwege de scepsis over zijn ontdekking van een andere mensensoort, trok hij zich vaak ontgoocheld terug op zijn landgoed Bedelaar (‘By de laar’, oftewel ‘Bij het ven’) in Haelen, waar hij ecologische experimenten deed. De open heide werd een dicht bos. Bekalking transformeerde het bosven van voedselarm naar voedselrijk. Een uilen- en vleermuizentoren (recentelijk mooi gerestaureerd) diende voor natuurlijke bestrijding van knaagdieren en muggen.

De fossielen van Homo erectus bewaarde Dubois lange tijd in een brandkast op zijn werkkamer, ontoegankelijk voor vakgenoten. Op last van de Overheid moest hij ze in 1923, onder begeleiding van gewapende lijfwachten, inleveren in Leiden.

Daar staat ze dan nu in Naturalis, grijnzend als een oermoeder naar haar talrijke nazaten. In een aparte vitrine, een projectie van een virtueel exemplaar, met de drie onderdelen die leidden tot deze grote ontdekking – een kies, een dijbeen en een schedeldak.    

 

Gepost: 24 December 2019