FIETSEN: Rondje Gemert

Op deze zonnige donderdag, 23 juli 2020, krijg ik Gemert niet te zien, maar wel de ommelanden. Mijn rondje Gemert gaat niet dóór Gemert, maar in een grote boog eromheen, inclusief de Stippelberg. Start op het centrale plein van Erp met de neoclassicistische Waterstaatskerk uit MDCCCXLIII, maar de torenspits van Pierre Cuypers is van latere datum (1897). Erp werd zwaar getroffen tijdens de eerste Corona golf. 

Maar het leven gaat door. Vandaag wordt het plastic opgehaald in Erp. Alle lantaarnpalen hangen rondom vol met zakken plastic afval, aan speciaal aangebrachte haakjes. Buiten de bebouwde kom, waar geen lantaarnpalen zijn, moeten mensen inventief zijn: dan maar een spijker in de boom.

De gekanaliseerde beek bij Erp is de Aa, één van de vele Aa’s, hetgeen gewoon ‘stromend water’ betekent. Maar deze Aa is wel een flinke jongen, die ontspringt in Nederweert en uitstroomt op de Dieze rond ’s-Hertogenbosch.

Ik moet even stoppen om waterstralen te ontwijken van sproeiers boven een aardbeiveld. De meeste aardbeien groeien hier niet op verhoogde stellages, maar kruipen over de grond, soms onder netten. Bij de aardbeien ruik ik een uienlucht, maar die is afkomstig van een belendend perceel waar prei wordt geoogst. 

Ik fiets door bos ’t Hurkske. Vlak langs het fietspad staan drie orchideeën prachtig te bloeien: de brede wespenorchis. Een halve meter hoog, in het oog springend, op een kwetsbare plek. Ben benieuwd hoe lang ze het hier uithouden.

Vervolgens een waterpoel waar groene kikkers met een reuzensprong van de oever het water induiken wanneer ik te dichtbij kom. De knoflookpad komt hier voor, maar die is zeldzaam en niet zo’n verspringer. Hij kan wel van geur verspringen om vijanden af te schrikken.

Op de akkers bloeit de aardappel, rijpt het graan en ontneemt de manshoge mais je het uitzicht. Ook veel kwekerijen, zoals van ‘gebroken hartje’; een leuk cadeautje voor je Valentijn als die je Valentijn niet wil zijn.

Dorp Boerdonk, vervolgens het tweelingdorp Beek & Donk (mijn King Atlas uit 1958 ziet het nog als twee afzonderlijke dorpen), waarbij Beek logischerwijs het dichtst bij de Aa ligt.

Ik kruis de Aa via de Leekerbrug, sla ‘De derde steeg’ in en ga de bocht om voor de ‘Weg naar de derde steeg’.

Wat een bloemenpracht in de bermen. Te veel om op te noemen. Alles bloeit, zelfs de doorgeschoten asperge. Het heeft geen zin een paklijst te maken, want dat wordt een litanie vol herhaling. Het is een mooie gelegenheid om vanaf de fiets de plantennamen te repeteren, net alsof ik morgen examen moet doen. Ik heb even een ‘flashback’ van mijn mondeling examen plantensystematiek bij prof. H.C.D. de Wit in het tweede jaar (1968/69) van mijn studie Tropische Landbouwplantenteelt. Zijn enige doel was om je wat liefde voor het vak bij te brengen. Pas nu valt bij mij het kwartje. Trouwens, zeepkruid schrijf ik wel op, want die ben ik dit seizoen nog niet in bloei tegengekomen. 

Langs de Hemelsbleekweg staat ‘de Wortel van Mortel’, een vierkante mediatoren honderdvijfentwintig meter hoog bij het dorp De Mortel. De toren met vier ‘Saturnus ringen’ is van de meeste schotelantennes ontdaan en voor het symbolische bedrag van één euro overgedragen aan enkele slechtvalken, die in ruil toestemming hebben gegeven om hun intieme gezinsleven live uit te zenden.

Ik nader de beboste Stippelberg, waar ik ruwweg omheen zal fietsen. ‘Stippel’ verwijst naar zandduinen uit de tijd dat het hier nog een zandbak was. Een mooie plek met natuurlijke hindernissen voor Golfcourse Stippelberg (ik zie enkele amateurs driftig zoeken naar het balletje dat waarschijnlijk verder het ‘dal’ is ingerold in plaats van naar de ‘hole’). Een beekje heet de ‘Snelle Loop – de blauwe draad door het landschap’, toeleverancier voor de Aa. De naam herinnert mij aan de ‘Snelle Jelle – lekkere snack in mijn rugzak’.

Nog een prachtig vennetje langs de weg met verspringende kikkers, en waterlelies die in kleur verspringen van roze naar geel. Hebben we de populierensneeuw en de iepensneeuw achter ons gelaten, nu laten lindebomen massaal het schutblad van de bloeiwijze vallen.

In de buurt van Bakel in de berm een grote verwilderde populatie van het theeboompje, de struikspirea ter onderscheid van de moerasspirea. Terwijl een holeduif roept fiets ik langs een groep naakte alpaca’s.

De grote plassen ten zuiden van de Stippelberg zijn te danken aan zandwinning. Deels zijn ze al geschikt gemaakt voor recreatie, zoals bij Natuurpoort Nederheide. Hier kom ik terug om op de Stippelberg en de Nederheide te wandelen.

De naaldbomen hebben het zwaar door verdroging op deze zandgronden, de fijnspar krijgt de genadeslag door de letterzetter. Ik trek een loshangend stuk schors van een dooie boom en bekijk het gigantische netwerk van tunnels aan de binnenkant, waar nog enkele kevertjes klem zitten die het niet is gelukt om naar buiten te kruipen. Aan de buitenkant van de schors kleine ontsnappingsgaatjes, tientallen per vierkante decimeter, waaruit de kevertjes zijn weggevlogen naar de volgende kerstboom.

Ten noorden van de Stippelberg ligt nog een element van deze beboste oase in landbouwgebied, het Beestenveld. Dan vraag je ook om wroetsporen van wilde zwijnen, die hier officieel helemaal niet mogen komen (alleen op de Veluwe en de Meinweg). Maar ze zitten er wel, getuige ook het verkeersbord langs de weg met plaatjes van zowel een hert als een wild zwijn: ‘Wij steken zomaar over’. 

In dorp De Rips wordt langs de bosrand de ontginningsgeschiedenis geïllustreerd op een aantal informatiepanelen die samen het ‘Bosmuseum De Rips 2008’ vormen.

Op een enorme akker kruipen enkele tractoren langzaam vooruit, een vierkante tent achter zich aanslepend waarin een aantal groene vingers verstopt zitten, die handmatig de stekken van winterprei in de plantgeul laten glijden.

Ik kom langs een geblindeerde kwekerij van paddenstoelen: Veme Specials. Een paar dagen geleden tijdens een kort verblijf in Groningen zijn Marita en ik naar de bioscoop in het Forum Gebouw geweest, gelokt door de veelbelovende titel ‘Fantastic Fungi’. Hoewel de versnelde beelden van uit de grond kruipende paddenstoelen heel mooi waren, werd de film steeds spiritueler. ‘Magical Mushrooms’ of ‘Popular Paddo’s’ waren betere titels geweest. 

Het dorp Handel ontstond in 1220 met de bouw van een hoeve en heeft daardoor dit jaar de achtenswaardige leeftijd van achthonderd jaar bereikt. Het dorp moest tijdens winderige perioden beschermd worden door een Randwal om niet bedolven te worden onder het stuifzand. De Randwal is nog mooi intact.

Ik ben terug op het centrale plein van Erp. De mooie torenspits van Pierre Cuypers (K-ui-pers) is voorzien van een ‘ui’, maar dat is een versiering die niets te maken heeft met de uitgebreide vollegronds teelt van prei en lente-ui in deze streek en de aanwezigheid van de knoflookpad.

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/335118355]

 

Gepost: 2 Augustus 2020

 

Knooppunten: 06, 27, 28, 64, 65, 66, 54, 55, 90, 22, 10, 11, 53, 23, 52, 50, 63, 85, 88, 06 (58 km).