WANDELEN: Kalkrieser Berg

Na gister het zeer interessante ‘Museum Varusschlacht’, aan de voet van de Kalkrieser Berg, bezocht te hebben, maak ik vandaag, woensdag, 20 november 2019, een wandeltocht de berg op om het strijdtoneel tussen de Romeinse legioenen van Varus en de Germaanse strijdkrachten van Arminius vanuit de hoogte te bekijken. Daar komt niet zoveel van terecht, want het is mistig, heel erg mistig.

Eerst een lus in het laagland aan de voet van de heuvel. Ik passeer op de doorgaande weg langs het strijdtoneel een beek die van de heuvel richting het Grote Moeras loopt. Aan de brug hangt een primitief kartonnen bordje dat reclame maakt voor één van de vele boeken over deze historische gebeurtenis: ‘Der Sommer des Arminius’, een roman over de Varusslag op wetenschappelijke basis.

De bermen kleuren blauw door de vruchten van de sleedoorn en rood door rozebottels. Bonte spechten vliegen van boom naar boom. Hop met en zonder bellen hangt in lange slierten van de bomen naar beneden. Via een laantje paardenkastanjes bereik ik Slot Neu Barenaue. De familie von Bar liet dit nogal verwaarloosde Slot rond 1850 bouwen. Het meest interessante is dat de familie in het bezit kwam van een grote collectie Romeinse munten die boeren in de buurt op hun akkers hadden gevonden. Dit was uiteindelijk de aanleiding om Kalkriese nader te onderzoeken als de mogelijke locatie van de Varusslag.

De klim de berg op begint. Langs de bosrand loopt een duidelijk spoor van edelherten door een modderige akker. Ik ga in een mooie zigzagbeweging de berg op. Vooral door dichte bossen van fijnspar met een tapijt van mos op de bodem, afgewisseld met beukenbos. Hier en daar enkele goudgekleurde lariksen. Ik hoor wilde zwijnen van dichtbij knorren, maar zie ze niet. Af en toe een trechterzwam en een inktzwam; die blijven tenminste stil zitten. Ik sta ook af en toe stil, maar het is doodstil in de bossen.    

Op het hoogste punt van de Kalkrieser Berg, de Schmittenhöhe, is een kleine motte opgericht met een houten kruis op de top. Aan het kruis een kastje met een gastenboek (met pen!). Dit boek ligt er sinds September 2018 en is helemaal volgeschreven. Op de binnenkant van de kaft kan ik nog net kwijt: ‘20/11/2019: I was here’. Op het Gastenboek zit trouwens een sticker van ‘The Crazy Wanderers’. En dan te bedenken dat deze wandeling is uitgezet door een wandelende ‘Superfamilie’. En nu ik, ‘Einzelgänger’, die zich geen moment onveilig heeft gevoeld in deze donkere bossen omdat ik geen mens ben tegengekomen. Het wordt pas gevaarlijk als je wel iemand tegenkomt.

Er volgt een mooie geleidelijke afdaling aan de westkant naar Campingplatz Waldwinkel, met midgetgolf en een zwemvijver, en een bonte verzameling optrekjes om de vrije tijd in door te brengen. Langs de akkers warempel nog een heleboel dagkoekoeksbloem in bloei. Dan weer kilometers bos, tot bij een Schuilhut, met een noodkreet van buurtbewoners. ‘Liebe Mitmenschen, bespaar onze kinderen jullie drugs, medicamenten en fecaliën, zowel van jezelf als van je hond.’

Er komt een duidelijk wildpaadje – ik denk van een das – uit het bos, langs de Robinia struiken, naar de akker. De meeste akkers zijn nog begroeid met een gele kruisbloemige groenbemester, waarschijnlijk mosterd.

Ik bereik de ‘Venner Turm’. Voor het uitzicht hoef ik het niet te doen, maar het hoort er nu eenmaal bij om even naar boven te klimmen (honderd treden, twintig meter). De boom aan de overkant van het landweggetje is nog net zichtbaar. Met mijn hoofd in de wolken geniet ik mijn lunch. Niemand die me hier het eten uit de mond kijkt, hoewel een hond ongezien naar me blaft. Net als eerder op het Gastenboek, ook hier stickers van ‘The Crazy Wanderers’ op de leuningen. Als niet-commerciële wandelaars hoef je toch niet overal je remsporen achter te laten? 

Dan volgt het mooiste deel van de wandeling, door een lange dalende kloof met een beek. Afgezien van de witte kokers die wijzen op tussenbeplanting, is alles hier puur natuur. De kloof eindigt bij een ‘Wassertretstelle’, waar je je vermoeide benen en voeten kunt laven aan het koude beekwater. Nu niet uiteraard; het is veel te koud en de ‘Wassertretstelle’ moet het zonder water stellen.

Ik bereik het ‘Mittellandkanal’, een zeer belangrijke binnenvaartverbinding tussen de Elbe en de Eems. Het loopt hier door de laagte tussen de Kalkrieser Berg en het Grote Moeras. Deze laagte was meestentijds ook onbegaanbaar en destijds onderdeel van de fuik voor de vluchtende Romeinen.

Wandelend op de oever van het kanaal zoek ik nog wat naar bloeiende plantjes. Er groeien her en der verwilderde exemplaren van luzerne (alfalfa). Een opvallend kruisbloemig plantje met witte bloempjes blijkt grijskruid te zijn.

Ik ben weer op de parkeerplaats van ‘Museum Varusschlacht’, een beetje wijzer over een gebeurtenis waar ik onvermoed mee kennis maakte vier jaar geleden tijdens mijn fietstocht langs de Via Romana van Nijmegen naar Xanten.   

 

Gepost: 8 December 2019

 

www.superfamilie.nl: Wandeling Engter Kalkrieser Berg – Wiehengebirge (16 km)