FIETSEN: Winterswijk

Het Nationaal Landschap Winterswijk in de Achterhoek is tweehonderdtwintig vierkante kilometer groot en wordt aan drie kanten omgeven door Duitsland. Het heeft enkele Natura-2000 gebieden, waaronder het bosgebied Bekendelle en het hoogveen Wooldse Veen. Het Wooldse Veen, pal op de Duitse grens, was recentelijk in het nieuws (Volkskrant, 14 oktober) als koploper betreffende stikstofdepositie.

Een mooie aanleiding om in de buurt weer eens te fietsen (dinsdag, 22 oktober 2019) op basis van een IVN tocht ‘Het Land van Winterswijk’ (Frank Berendse).

Vanaf het Station Winterswijk bereik ik heel snel een idyllisch plekje langs de Boven-Slinge, met de gerestaureerde dubbele watermolen Den Helder, waar olie werd geperst en graan werd gemalen. Vanuit de horecagelegenheid kun je hier bovenstrooms kanoën. De Boven-Slinge is een langzaam stromende beek die ontspringt in Duitsland en uiteindelijk uitstroomt op de Oude IJssel.

Langs het fietspad staat een vrij zeldzame mispel in vrucht (hij staat overigens ook bij de buren in de tuin). Voor sommigen een lekkernij, maar mij trekt het niet, indachtig het gezegde ‘zo rot als een mispel’ en de Franse benaming ‘cul de chien’ en de Engelse naam ‘openarse’. De enorme lama – wat een kleine kop op een buitenproportioneel lichaam – in de wei trekt er ook zijn neus voor op. 

Iets verderop passeert de beek een tweede watermolen, Berenschot (met vistrap), en stroomt vervolgens door het bosgebied Bekendelle. Ik zet de fiets aan de kant en maak een mooie wandeling langs beide oevers van de kronkelende beek. De oeverplanten die mij opvallen zijn de kardinaalsmuts, klimmende hop (met en zonder bellen), dagkoekoeksbloem, leverkruid en knopkruid. Maar meest opvallend is een enorme populatie ogenschijnlijk kale paardenstaart-achtige stengels; het blijkt schaafstro (schuurbies) te zijn, dat vanwege zijn ruwe stengels wel gebruikt wordt om te polijsten.

De tocht gaat verder door Het Woold, met kleine bolle essen, van elkaar gescheiden door houtwallen (coulissen), en zogenaamde scholtenhuizen. Steeds rijker wordende boeren plaatsten grote landhuizen dwars vóór de stallen om het geheel een deftiger uitstraling te geven. Ik passeer ook een Spieker (afgeleid van het Latijnse ‘spicarium’), een oude graanschuur bij een boerderij.

Af en toe in de berm een populatie van de geschubde inktzwam. Hij zou eetbaar zijn, maar het oog wil ook wat (indachtig de mispel). Verwante inktzwammen zijn giftig of op zijn minst verdacht.

Men houdt hier van grote keien op kruispunten. Deze is in 1985 geplaatst met een gedenkbordje voor veertig jaar vrijheid. Ik zou elke tien jaar het bordje vervangen of een bordje bijplaatsen, want we zijn inmiddels de zeventig jaar vrijheid gepasseerd.

Langs de grensweg een woning waar een ‘kunstzinnige’ landgenoot woont en werkt. Een proeve van bekwaamheid vind ik tegenover het atelier: een weilandje met enkele beelden, bereikbaar via een houten toegangsdeur in het luchtledige. In de deur zit een ‘spion’ in de vorm van een reusachtige vagina, compleet met rood liefdesknopje. Het zou me niet verbazen als dat rode knopje dienst doet als deurbel! Het deurbordje ‘Privé’ is overbodig.

Ik bereik het Wooldse Veen, maar de toegangsweg is afgesloten omdat een leger bulldozers de stikstofrijke bovenlaag aan het afgraven is. Met de fiets kan ik er langs, en sta even stil bij het officiële bord ‘Uitvoering Natura-2000 maatregelen Wooldse Veen’, omringd door spandoeken van boze boeren, die met lede ogen aanzien dat hen het boeren onmogelijk wordt gemaakt. Het hele Wooldse Veen wordt momenteel voorzien van een ingegraven rubberen damwand om regenwater beter vast te houden.

Fiets aan de kant voor een wandeling over een vlonderpad. Het veen is sterk vergrast, en mij vallen op de dopheide, de rode bosbes in vrucht en enkele kleine boompjes sporkehout met onrijpe rode en rijpe paarse bessen. Ik stop een stek met rijpe bessen in mijn jaszak. Dat had ik niet moeten doen. Even later heb ik pimpelpaarse vingers in een poging de jaszak te verschonen van bessen die inmiddels zijn geplet.

Pal op de grens staat een kleine uitkijktoren. Iemand is bezig met een floristische inventarisatie. Twee mooi bewerkte, maar verweerde grensstenen (767A+B) getuigen van de grens; ze staan op gemetselde sokkels, zodat ze niet verdrinken in het hoogveen. De grens werd in principe bepaald bij de Vrede van Münster in 1648 na de Tachtigjarige Oorlog, maar het bleef rommelen tussen het Vorst-Bisdom Münster en het Hertogdom Gelre. Later lees ik dat dit twee van de honderdzesentachtig grensstenen zijn, die geplaatst werden nadat de grensgeschillen honderd jaar later in 1765 waren opgelost.   

De Borkense Baan is een vooroorlogs spoorlijntje dat de verbinding onderhield tussen Winterswijk en Duitsland. Bij Kotten passeer ik nogmaals de Boven-Slinge en bereik bij Ratum de kalkgroeve van Sibelco. Tweehonderddertig miljoen jaar oude schelplagen van een ondiepe binnenzee komen hier aan de oppervlakte. Recentelijk las ik iets over de Mosasaurus, de Maashagedis, die ongeveer zeventig miljoen jaar geleden de zeeën onveilig maakte, maar uitstierf vijfenzestig miljoen jaar geleden, samen met de andere dino’s. Maar in deze kalkgroeve heeft men fossielen gevonden van de amfibische wadloper Nothosaurus winterswijkensis, die een tikkeltje ouder is, namelijk even oud als die schelplagen, tweehonderddertig miljoen jaar.

Ik passeer nog enkele andere beekjes, de Ratumsebeek en de Willinkbeek. In het Masterveld bloeien langs een greppel plukken verwilderde asters. Waarschijnlijk ontsnapte tuinplanten, al lijken ze op de zeeaster; er was hier toch ooit een binnenzee?

Ik wandel tot slot door de winkelstraat van Winterswijk terug naar het station. Een restaurant maakt middels een krijtbord op straat reclame voor het Biermenu: Voorgerecht (met Bier) – Hoofdgerecht (met Bier) – Nagerecht (met Bier). Verder hebben de gevels, etalages en winkeltassen een hoog Mondriaan gehalte. Piet Mondriaan woonde van zijn achtste tot zijn twintigste in Winterswijk.

 

Gepost: 29 Oktober 2019

 

IVN route ‘Het Land van Winterswijk’ uit het boek ‘Natuur in Nederland’ van Frank Berendse (45 km)