FIETSEN: Hoogeveen

Zo, da’s een end weg! Dat ligt toch bij Sappemeer? Hoogeveen-Sappemeer”, zegt Marita. Er klopt iets niet, maar ik zie niet meteen wat. Even later valt het kwartje: ze bedoelde Hoogezand-Sappemeer uit het schoolrijtje veenkoloniën samen met ‘Zuidbroek, Scheemda, Veendam, Wildervank, Oude Pekela, Nieuwe Pekela, Stadskanaal’. Maar dat is Groningen, en ik blijf hangen in Drenthe. Overigens is ook Hoogeveen ontstaan in het veen en eeuwenlang een veenkolonie geweest.

Op dinsdag, 10 november 2020, wijzig ik op het laatste moment mijn bestemming van Midden-Delfland – vanwege de dreiging van een onweersbui in de vroege middag – naar Hoogeveen. Daar krijg ik spijt van. Terwijl het zuiden van het land zonnig is (15°C), blijft er in de noordelijke helft van het land de hele dag een dichte mist hangen (5°C).

Turf – het bruine goud – moest afgevoerd worden en hiertoe werd in de zeventiende eeuw de Hoogeveense Vaart gegraven van Hoogeveen naar Meppel en in de negentiende eeuw de Verlengde Hoogeveense Vaart van Zwartemeer aan de Duitse grens naar Hoogeveen.

In het centrum van Hoogeveen passeer ik de Hoogeveense Kei, gevonden in het veen, en in 1925 op een voetstuk geplaatst ter gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van de veenkolonie. Er is weinig moois aan, maar nu weten we in elk geval dat Hoogeveen in 1625 is gesticht.

In het Steenbergerpark kom ik voor het eerst een ‘Fifteen-Basket Disc Golf Course’ tegen, een hybride van gewoon golf en discus werpen: de afstand naar de ‘green’ (niet met een ‘hole’, maar met een mandje) moet in zo weinig mogelijk worpen van de schijf overbrugd worden.

Bij de overgang van de Hoogeveense Vaart en de omleiding om de stad heen naar de Verlengde Hoogeveense Vaart liggen opnieuw een aantal keien van een Zwerfkeienproject, niet zomaar in het wilde weg, maar in een uitgekiende formatie, ontleend aan de prehistorische mythologie met een belangrijke rol voor de zonnestand.

Vervolgens ontkom ik niet aan een aantal creaties van de maakbare wereld. Langs de Hoogeveense Vaart bij Echten ligt Strand Nijstad aan een voormalige zandwinningsplas voor de aanleg van de A28. Bij de NAM Behandelingslocatie in Ten Arlo wordt stikstof geïnjecteerd om de laatste restjes gas uit een ‘leeg’ gasveld te persen. In het Oosterveld (de hoek van de A37 en de N48) is een gigantisch zonnepark aangelegd. Bijna tien hectare zonnepanelen die evenwel vandaag mistverlet hebben.

Dan volgen er mooie fietspaden door weilanden, met mystieke silhouetten van plant en dier in de mist. Bomen in de mist, koeien, schapen, paarden in de mist, ja zelfs afrikaantjes in de mist. De grote akker met afrikaantjes (Tagetes) heeft waarschijnlijk tot doel om in de gewasrotatie wortelaaltjes te bestrijden. Ik hoor ganzen, maar zie ze niet. Ook de buizerd wordt door de mist aan de grond gehouden, al speurt-ie vanaf een paaltje nog naar enige beweging op de grond.

Ik passeer het dorp Zuideropgaande. Zijkanaaltjes van de (Verlengde) Hoogeveense Vaart werden ‘wijken’ genoemd. Een ‘opgaande’ was een kanaal dat verder weg gelegen legakkers en wijken verbond met de hoofdvaart. Vlakbij ligt het buurtschap Nieuw Moscou, een naam die net als de naam ‘Krim’ werd gegeven tijdens de Krimoorlog (1853–1856) aan afgelegen buurtjes van armeluitjes.     

In dorp Hollandscheveld een stoet barbarie-eenden bij een vijvertje. Hollandscheveld kreeg bekendheid door de Boerenopstand in 1963 onder leiding van Boer Koekoek, geboren in het dorp in 1912 en overleden in Bennekom in 1987. Aanleiding voor het protest waren de voor boeren verplichte heffingen van het Landbouwschap. Boer Koekoek werd uitermate populair, onder andere door zijn bijzondere Drentse tongval en door het carnavalslied (samen met Vader Abraham) ‘Den Uyl is in den olie, koekoek’, tijdens de oliecrisis in 1973. De Boerenpartij kwam in 1963 met drie zetels in de Tweede Kamer en in 1967 zelfs met zeven zetels. Het imago van uiterst rechtse partij trok dubieuze elementen aan, waarna de neergang zich voltrok door een interne ‘Boerenoorlog’. Waar hebben we dat meer gezien? De geschiedenis herhaalt zich.

Ik maak hier ook onverwacht kennis met de veroorzaker van het mistige weer: een beeld van Cilie de Nevelhekse. ‘Nevelhekse’ was een novelle van schrijver/schilder Albert Steenbergen (1814–1900), bekende inwoner van Hoogeveen. Ik besef nu pas dat het Steenbergerpark, waar ik in Hoogeveen doorheen fietste, naar hem vernoemd moet zijn.

Na het vervenen ging men over tot landbouw, tegenwoordig vooral de teelt van aardappelen en bieten. Net als vorige week bij Lunteren zie ik grote hopen geoogste aardappelen die in de buitenlucht onder tentzeil liggen opgeslagen. Als ik een aardappelboer zie wil ik er het fijne van weten. Consumptieaardappelen kunnen inderdaad zo niet worden opgeslagen, maar voor fabrieksaardappelen komt het wat minder nauw. Het tentzeil is waterdicht, maar niet luchtdicht, zodat de hopen goed ventileren. Gaat de opslag wat langer duren dan worden de aardappelen onder het tentzeil extra tegen de vorst beschermd met stro. Aardappelmeel heeft vele industriële toepassingen, maar de zetmeelfabrieken kunnen niet alles tegelijk verwerken. Zo duurt de fabrieksaardappel campagne weken, net als de suikerbieten campagne.     

Tussen Nieuw-Balinge en Tiendeveen fiets ik langs een moerassige heide, het Lentse Veen. Landgeiten met prachtige hoorns duiken op in de mist. Net ten noorden van Hoogeveen loopt het Oude Diep, een beek die geleidelijk gedekanaliseerd wordt. Dat lijkt me wel een mooi gebied om terug te komen voor een wandeltocht. Wanneer de mist is opgetrokken. 

 

[Beeldverslag:  https://www.jansiemonsma.nl/440394763]

 

Gepost: 26 November 2020

 

Fietsnetwerk.nl: Rondje Hoogeveen.

Fietsknooppunten: 33, 31, 29, 63, 12, 13, 15, 16, 37, 38, 78, 79, 66, 18, 24, 23, 36, 33 (56 km)