FIETSEN: Hattemerbroek

Op dinsdag, 8 oktober 2019, maak ik een fietstocht bij de noordelijke punt van het Veluwemassief, waar de ijstijd-gletsjer zich splitste in twee armen, met de IJsselvallei en de Gelderse Vallei als resultaat.

Op deze punt ligt Hattem, een mooi Hanzestadje met een monumentaal centrum dat dateert uit de Middeleeuwen: de Markt met de Andreaskerk en het Stadhuis, daar vlakbij de Dijkpoort en het Vroedvrouwenhuisje, en een aantal oude stadspompen.

Mijn speciale aandacht gaat uit naar het geboortehuis van Herman Willem Daendels (1762–1818), ongetwijfeld de beroemdste inwoner van Hattem. Daendels was een patriot die in Hattem in conflict kwam met de autoriteiten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij vlucht naar Frankrijk, waar hij als hoge officier in het Franse leger in 1795 betrokken is bij de oprichting van de Bataafse Republiek. In 1807 wordt Daendels door Lodewijk Napoleon benoemd tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, waar hij bekend is geworden door de aanleg van de Grote Postweg, dwars over Java. In 1810  wordt hij teruggeroepen, waarna hij dient in het leger van Napoleon tot diens val in 1814. Daendels vraagt vervolgens Koning Willem I nederig om een nieuwe baan. Hij wordt notabene benoemd tot Gouverneur-Generaal van de Nederlandse bezittingen aan de Goudkust (Ghana). Slavenfort Elmina is zijn hoofdkwartier waar hij in 1818 overlijdt aan malaria. Hij ligt er begraven op het Nederlandse kerkhof. Dat had ik moeten weten toen ik in Elmina op bezoek was. Kerkstraat 38 is inmiddels ‘Zusjes Lingerie’ geworden, maar een gevelsteen met het familiewapen, aangevuld met de beeltenis van een keeshond (symbool van de patriotten) herinnert aan dit illustere heerschap.

Ik kom langs het clubgebouw van Smash ’70. Er staat in grote letters: ‘Wij zijn landskampioen’. Het klinkt mij als recreatieve volleyballer niet erg bekend in de oren. Het gaat dan ook om TTV Smash ’70, een tafeltennisvereniging. Maar toch, respect!   

Onder de A50 door bereik ik de dorpen Hattemerbroek (waar het verkeersknooppunt bij Zwolle (A50/A28) naar is vernoemd… en dit verhaaltje) en Wezep.

Aan de noordkant van de A28 ligt Landgoed IJsselvliedt. Mooie beukenlanen, een groot landhuis en een monumentale duiventil in de weilanden. Geen duif te bekennen, zelfs geen duivenpoepje! Het is dan ook een monument.   

Johan Paul graaf van Limburg Stirum (1873–1948) – ook al Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië van 1916–1921 – was de eigenaar. Hij is met zijn vrouw na overlijden bijgezet in een klein mausoleum op het landgoed, samen met enkele huisdieren, want ze stierven kinderloos. Er rinkelt bij mij een belletje. De naam van Limburg Stirum is ook verbonden aan Oranjewoud bij Heerenveen. Op het kleine kerkhof van Brongerga ligt een grote van Limburg Stirum grafkelder, maar dat blijkt een heel andere tak van de familie. Dat krijg je als het geslacht teruggaat tot de dertiende eeuw.

Ik fiets een eind door Veluwse bossen, die door de A28 van het grote Veluwemassief zijn afgesneden. Hier ligt het kleine dorp ’t Loo, met een groot vakantiepark Landgoed ’t Loo van Landal. ’t Loo heeft geen directe relatie met Het Loo.

Ik kom langs Boerderijmuseum De Bovenstreek in Oldebroek. Er is momenteel een speciale expositie ‘Rien Poortvliet en het boerenleven’. Gaat het zien, want de boeren hebben geen leven meer. De tuinkabouters van Rien Poortvliet zullen het wel overleven.

In de weilanden zie ik een koppeltje poelepetaten, en verderop nog een stel. Deze parelhoenders horen bij een hobbyboerderij. Het herinnert me aan tropisch Afrika, waar ze in het wild voorkomen, een gewild ‘bushmeat’ (pintade).   

Ik maak een wijde lus door de eindeloze vlakte met vooral weilanden tussen de Veluwe en de Randmeren. De boerensloten raken hier verstopt met egelskop. Een monumentje langs de weg herinnert aan een dodelijk verkeersongeluk. Een spreuk langs de weg probeert bepaalde oorzaken te voorkomen: ‘Wie stapt met Bob, hoeft nooit te lopen’.

Een bult grond in de berm langs de weg is in bezit genomen door enkele vertegenwoordigers van de giftige Nachtschadefamilie: zwarte nachtschade, doornappel en het bijzondere zegekruid (Nicandra). 

Onder de N50 door, via het Viaduct Koelucht, richting de IJssel bij het dorp De Zande. Via de IJsseldijk – De Zalkerdijk – naar Zalk. In een strang in de uiterwaarden een bonte verzameling smienten en krakeenden. De beroemdste inwoonster van Zalk was ongetwijfeld kruidenvrouwtje Klazien uit Zalk. Maar nu de ‘laatste der kruidenvrouwtjes’ van de tv-schermen is verdwenen, richt de aandacht zich weer op ‘de laatste der bevers’. Blijkbaar is in 1825 het laatste exemplaar van de oorspronkelijke bever populatie in Zalk gevangen genomen. Het dier heeft er een standbeeldje aan overgehouden.

Een cynische spotprent langs de dijk illustreert de onvrede bij de boeren zoals ze die deze week op het Malieveld hebben laten zien. ‘Wil de laatste boer het licht uit doen?’ Terwijl een vliegtuig langs puft, een containerschip met veggie soya komt aanvaren, het verkeer, het wonen en de industrie worden ontzien, wordt honderdvijftig jaar voedselvoorziening met een John Deere bulldozer (Deere ons niets!) om zeep geholpen, terwijl de koeien in een groene weide onder een stralend zonnetje “Boe” lopen te loeien.

Bij Zwolle moet ik onder drie IJsselbruggen door: de Nieuwe IJsselbrug in de A28, de oudere IJsselbrug tussen Zwolle en Hattem en een spoorbrug. De pilaren van de Nieuwe IJsselbrug zijn middels graffiti geclaimd door Vanda’s Joet Feu. Het blijken drie van de vier supportersgroepen te zijn van PEC Zwolle. Ik weet niet waarom de vierde, Z038, weggelaten is. Te lief misschien?     

Ik zou eigenlijk op de IJsseldijk moeten blijven, maar werkzaamheden bezorgen me een omleiding. De oogst van deze omleiding is een groot bijenhotel (minstens zo groot als de duiventil van Landgoed IJsselvliedt), enkele planten bloeiende siertabak in een tuin (ik neem enkele rijpe zaaddozen mee), en een IJsboerderij met de grappige naam IJscowd. 

In de buitenwijken van Hattem fiets ik langs kasteelachtige nieuwbouw op de plaats waar De Dikke Tinne heeft gestaan, een burcht gebouwd rond 1400 door de Hertogen van Gelre, met muren van zeven meter dikte. In 1778 kon het stadsbestuur van Hattem de verleiding niet weerstaan om de twee miljoen bakstenen van de ruïne voor goed geld te verkopen.

 

Gepost: 23 Oktober 2019

 

Knooppunten: 58, 57, 99, 78, 51, 50, 55, 05, 14, 07, 08, 75, 25, 48, 43, 76, 77, 94, 58 (50 km)