FIETSEN: Hilvarenbeek

Hilvarenbeek is bekend van Safaripark Beekse Bergen, al zou je dat eerder verwachten bij Beekbergen, vlakbij Apeldoorn. Maar goed, Beekbergen heeft al het Beekbergerwoud en het Stoomtreinmuseum.

Om tien uur, op vrijdag 8 november 2019, stap ik op de fiets op de mooie Brink van Hilvarenbeek. De Sint-Petrus’ Bandenkerk heeft een torenspits met een appel, een lantaarn en een ui. Een Bandenkerk? Wat voor banden? Er blijken in Nederland wel een tiental Sint-Petrus’ Bandenkerken te zijn. Petrus blijkt eertijds door Herodus gevangen te zijn genomen en vastgebonden aan twee bewakers, maar een engel bevrijdt hem uit zijn benarde banden. De kerkelijke feestdag is inmiddels afgeschaft, want de R.K. Kerk is niet zo happig meer op het erkennen van dit soort wonderen.

Buiten het dorp kun je niet om de boerenprotesten heen. Een spandoek roept: ‘Geen extra stikstof geouwehoer!! Geef toekomst aan de trotse Brabantse boer!!’. Ze storen niet in deze tijd van Sinterklaas rijmelarijen.

Ik bereik de bossen van Landgoed Gorp & Roovert. Het is een frisse, maar zonnige herfstdag, en Sint Petrus laat mooie Jacobsladders door de boomkruinen zakken. Dat is wel een wonder! Een prachtig kasteeltje in het bos met twee erker-achtige torentjes. Op de brievenbus staat ‘domum revertor’ (ik ging terug naar huis). Logisch, want de grote geleerde Becanus (1518–1572) kwam hiervandaan en hij beschouwde dit gebied als het Paradijs. Hij was taalwetenschapper en ‘bewees’ dat Adam en Eva het Gorps dialect spraken. De brug over het beekje de Rovertsche Leij heet dan ook de Paradijsbrug. Overigens zijn er meer gebieden die claimen het Paradijs te zijn, zoals buurtschap Kallenbroek bij Barneveld. Maar dan moet je wel bewijzen dat Adam en Eva het Kallenbroeks dialect machtig waren.   

Ook hier weer vele heksenkringen van dezelfde plaatjeszwam die ik op de Ubbergse Heuvelrug tegenkwam. Zelfs als het de eetbare grote trechterzwam is, zou ik er vanaf blijven want de verwante nevelzwam is minder onschuldig. Bij Natuurpoort Roovertsche Leij een uitgebreid speelbos en klimbos om de jeugd te verleiden tot enkele stappen in de natuur.

Ik bereik de Belgische grens bij grenspaal 211 en een tweede beekje, de Poppelsche Leij. Ik blijf aan Nederlandse zijde en passeer langs onverharde wegen het Klooster Nieuwkerk, omgebouwd tot boscafé, en Landgoed De Hoevens met enkele historische gebouwen.

Maar dan kom ik op het tracé van het Bels Lijntje, ooit een spoorlijn van Tilburg naar het Belgische Turnhout, nu een kaarsrecht, waterpas fietspad.       

Een bordje ‘Schijnvliegveld De Kiek, SF 37 Kamerun’ doet me de wenkbrauwen fronsen. Maar de schijn bedriegt niet. Langs het Bels Lijntje, in een gebied lokaal bekend als De Kiek, bouwden de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog een nep vliegveld met de Codenaam SF 37 Kamerun. Een kleine, maar getrouwe kopie van vliegbasis Gilze-Rijen, met als doel om de geallieerde bommenwerpers te misleiden. Men heeft iets van deze historie willen bewaren door een nep vliegtuig op een soort landingsbaan in het jonge bos te positioneren.  

Via Riel en de rand van Goirle fiets ik in een grote boog om de Regte Heide heen. Ertegenover, een golfterrein dat niet mag ontbreken op Landgoed Nieuwkerk. Op het Landgoed ligt ook de Mini Airport Nieuwkerk, een kleine weide met een picknickbank. “Jullie een schijnvliegveld? Dan wij ook!

Ik kom door Alphen en pak nog een stuk van het Bels Lijntje mee. Op een hobbelige landweg met regenplassen, komen een tiental crossmotoren me tegemoet. Eentje pakt net een plas mee op het moment van passeren, waardoor ik van top tot teen onder de modderspetters zit. Je wordt bedankt!

Op de Belgische grens passeer ik opnieuw de Poppelsche Leij, nu bij grenspaal 212. Ik betreed de Antwerpse Kempen en wordt via informatieborden bij reuzenklompen bijgepraat over de Smokkelroute. Maar smokkelaars lopen niet op klompen, eerder op kousenvoeten.

Afgezien van de bekende gietijzeren grenspalen zijn op de tussenstukken nog arduinen grensstenen te vinden met hetzelfde nummer als het gietijzer waaraan een letter is toegevoegd.

Ik nader het Belgische Poppel. ‘Romme bombom, Romme bombom, de Poppelsche toren die staat krom.’ Maar dat is niet zo bijzonder, want ontelbare kerktorens zijn verzakt, vaak al tijdens de bouw.

Langs het fietspad een akker met schorseneer: bovengrondse bladrozetten en ondergrondse vlezige wortels. Sommige planten zijn vroegtijdig doorgeschoten en hebben gele paardenbloem-achtige bloemen. Tijdens mijn twaalfuurtje zie ik de rode bessen van een geëmigreerde Gelderse roos. Ik passeer een kwekerij van blauwe bessen in ruste, want de bessen zijn al geoogst.

De Kapel van Rovert heeft een kleurrijke geschiedenis. In 1735 werd in Poppel uit de Valentinuskerk – die van de kromme toren – een kelk met geconsacreerde hosties en relikwiekistjes gestolen. De parochianen gingen massaal op zoek en vonden de plek waar het gestolen goed was begraven. Daar staat nu de Kapel van Rovert. Zo’n gebeurtenis geeft aanleiding tot het ontstaan van een legende. Deze verhaalt dat een schaapherder de hosties terugvond toen zijn schapen spontaan in het veld neerknielden. Dit wonder wordt verbeeld op het schilderij in de kleine kapel.

Bij de Kapel staat normaliter ook een reuzenklomp van de Smokkelroute, maar ‘Deze smokkelklomp is meegenomen voor onderhoud. We brengen hem snel terug!!’ Jaja, en ondertussen iets over de grens smokkelen zeker?

Ik steek de Rovertsche Leij weer over naar Nederland, bij grenspaal 209. Tot slot een hopkwekerij voor de bieren van Brouwerij De Roos, maar ook hier is niets te zien in het veld behalve de bordjes met de naam van de variëteit. De ene hop is de andere niet.

       

Gepost: 2 December 2019

 

Fiets Actief – Het Bels Lijntje: 42, 51, 38, 50, 77, Nieuwkerksbaantje–Goorstraat–Looneind, 70, 74, 47, 45, 35, 77, 75, 76, 12, 70, Looneind–Goorstraat – Nieuwkerksbaantje, 75, 51, 40, 08, 51, 42  (60 km)