WANDELEN: Omloop Vasse

Anderhalf uur rijden, maar dan heb je ook wat! De startplaats van de wandeling op maandag, 6 juli 2020, is in het centrum van het Twentse Vasse. Ik mag me weer eens verheugen op het gezelschap van oud-collega Roel, plantenkenner bij uitstek. Dat is gevaarlijk voor mij, want ik mag – om niet in herhaling te vallen – geen “Help!” roepen als nieuwe plantjes me om de oren vliegen, zoals eerder bij het Savelsbos.

We verlaten het dorp langs horeca Tante Sien en een bank met de inscriptie ‘De Bek Zied’ (Twents voor ‘The Back Seat’?), en worden al snel over onverharde paden langs akkers geleid. Een eerste plensbui kondigt zich aan, maar gelukkig hebben ze in Twente het coulissen landschap zodat we redelijk goed kunnen schuilen in een houtwal onder eikenprocessierupsbomen.

In het begin houdt Roel zich ‘botanisch’ koest. Hij knikt goedkeurend wanneer ik de namen laat vallen van enkele bekende plantjes: Jacobskruiskruid (met de zebrarups van de Sint-Jacobsvlinder), boerenwormkruid, grijskruid, helmkruid, gewone hennepnetel, adelaarsvaren. Ik had al eens tevergeefs geprobeerd om bij de adelaarsvaren de dubbele adelaar te ontdekken op een dwarsdoorsnede van een bovengrondse bladsteel. Maar het bovengrondse deel is niet een stengel met bladeren, neen, het bovengrondse deel is één enkel samengesteld blad dat ontspringt uit een ondergrondse wortelstok. En om de dubbele adelaar goed te zien moet je een ondergronds deel van de bladsteel uitgraven en ook nog op een bepaalde manier doorsnijden. De vaatbundels liggen inderdaad in een bijzonder patroon, maar je moet een flinke fantasie hebben om daarin een dubbele adelaar te ontdekken.

Langs een bosweg staat – tot enthousiasme van Roel – een grote populatie van de zeldzame glanzige ooievaarsbek. Ik zie voor het eerst dalkruid, bosandoorn en hengel. Hengel is een half-parasiet die parasiteert op boomwortels.

In enkele bloemrijke akkerranden een combinatie van gele ganzenbloem, korenbloem en boekweit, terwijl in een echte akker het bijzondere grasje slofhak overdadig aanwezig is, samen met akkerviooltje, blauwe lupine en vogelpootje.

We passeren een jeneverbesbos, waar de struiken de meest grillige vormen hebben aangenomen. Ik moet weer even de verschillen in me opnemen tussen vogelkers (oranje haren langs de hoofdnerf op onderkant blad) en sporkehout (evenwijdige nerven die omkrommen langs bladrand). Hier staat heel veel sporkehout.

Roel neemt – tot bloedens toe – een braamscheut mee met donkerroze bloemen en zeer venijnige stekels op de stengel. Dit om de determineer sleutel in de nieuwe Heukels uit te proberen waarin de bramen fijnmazig zijn opgedeeld.

Een bordje langs het Hilligenpad met de tekst ‘Niet betreden, kwetsbaar gebied’ wekt juist onze speciale interesse. Maar al snel blijkt het te gaan om een aantal grafheuvels op de Vasserheide tussen de struikheide en de dopheide.          

Plots een hoge schrille schreeuw van een roofvogel vlakbij. Hij cirkelt wat rond achter de bomen zodat we hem niet goed kunnen observeren. Buizerd-achtig, maar zijn alarmroep lijkt meer op die van de wespendief.

Langs natuurgebied Hazelbekke rond de Hazelbeek, waar klein en groot springzaad door mekaar op de oever staan. Via de Tutenberg komen we in het Dal van de Mosbeek met twee watermolens. Het Bezoekerscentrum Dal van de Mosbeek heeft als ondertitel ‘IJs & Es’: een reis van de IJstijd naar het Essenlandschap.

Bij de schuilhut van de Klootschietersbaan ‘Mander Anno 1826’ hangt een bordje over een agressieve buizerd. Het is de klootschieters dus niet gelukt om…… Roel zet voor de zekerheid zijn capuchon omhoog.

We bereiken de Nederlands-Duitse grens te oordelen aan een betonnen grenspaal. Veel interessanter zijn de twee tegen de grens aanliggende ‘Mandercirkels’ (vernoemd naar het dorp Mander) oftewel de ‘Cirkels van Jannink’ (vernoemd naar grootgrondbezitter Jannink) ofwel de ‘Beha van Jannink’ (een nuttig vliegbaken voor piloten). Meneer Jannink zag in de dertiger jaren van de vorige eeuw de voordelen van cirkelvormige akkers, die vanuit het midden spiraalvormig konden worden bewerkt zodat de tractor niet hoefde te keren. Beide cirkels hebben een aanzienlijk oppervlak van zo’n vijftien hectare. Het heeft niet veel navolging gevonden. De cirkels zijn nu eigendom van Landschap Overijssel, dat de terreinen heeft afgegraven en laten verschralen. Een kunstenaar heeft enkele ingrepen mogen verrichten (een centrale verhoging met jeneverbes in de ene, een centraal labyrint in de andere cirkel) en daarmee wordt het nu aangemerkt als het grootste landschapskunstproject van Nederland. Ik vind dat de IJsselmeerpolders dat predicaat verdienen.

Bij deze cirkels gaat Roel helemaal los, want verschraalde heidegronden huisvesten talloze leuke plantjes, waarvan een aantal nieuw voor mij. Daar gaan we: brunel, zandblauwtje, hazenpootje, slofhak, vogelpootje, klein tasjeskruid, scherpe fijnstraal, een ontsnapte vrouwenmantel, klein viltkruid, muizenoor, valse kamille, bezemkruiskruid en boskruiskruid, hardbloem, één enkel plantje van de zeldzame korensla. Aan de buitenrand veel zwarte toorts. Omdat ik geen “Help!” mag roepen, dan maar “Au secours!”.       

Door de focus op de plantjes hebben we weinig vogels gezien. Wel gehoord werden de boomleeuwerik en de geelgors.

Afgezien van enkele buitjes was het een zeer aantrekkelijke wandeling over grotendeels onverharde paden. Je verliest snel je richtingsgevoel in het coulissen landschap. Door de kleinschalige verkaveling veranderen de zichtlijnen bij iedere bocht. Ik had het gevoel dat we zigzaggend een lijnwandeling hadden afgelegd, maar we zijn toch niet verdwaald en keurig uitgekomen bij de horeca in Vasse.

    

Gepost: 21 Juli 2020  

 

Trage Tocht Vasse (17 km)