FIETSEN: Ravenstein

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) werd de Zuiderwaterlinie opgetuigd aan de zuidkant van de Maas om de Spanjaarden tegen te houden. De linie werd rond 1700 geperfectioneerd door Menno van Coehoorn. Ravenstein was één van de elf vestingsteden van deze linie, net als het iets oostelijker gelegen Grave.

Het vestingstadje Ravenstein kent een lange geschiedenis onder verschillende heersers. Het ontstaat in de veertiende eeuw in het woelige grensgebied tussen Brabant, Gelre en Kleef, op een ideale plaats om tol te heffen op de rivier. Ravenstein wordt de hoofdstad van het Land van Ravenstein, een flink gebied van Ravenstein tot voorbij Uden, dat tot de Franse periode (1794) een enclave en vrijplaats is gebleven onder Duitse vorstenhuizen binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hierdoor werd het Land van Ravenstein een toevluchtsoord voor katholieken binnen de calvinistische Republiek, en struikel je er over de kerken en de kloosters.

Op donderdag, 12 december 2019, maak ik een fietstocht door het noordelijke deel van het Land van Ravenstein. Ik start op de Maasdijk bij de jachthaven van Ravenstein, waar het gedrocht van mengvoederfabriek De Heus het uitzicht bederft. Ik rijd even het centrum in waar de Sint-Luciakerk uit 1735 opvalt, de enige barokke kerk in Nederland buiten Limburg. Boven de ingang het wapen van de toenmalige Heer van Ravenstein uit het Duitse vorstenhuis Palts-Neuburg.

Iets ten zuiden van Ravenstein ligt Huisseling. Het gehucht is in 1621 met de grond gelijk gemaakt – een kerk met een dertigtal huizen – op last van de Staten-Generaal omdat vestingstad Ravenstein een vrij schootveld moest hebben tot aan Spanje. Het gehucht is uit de as herrezen. Naast de huidige Sint-Lambertuskerk staat een bijzonder gebouwtje, een knekelhuisje, met een gebeeldhouwd front en daartegenaan de graftombe van één van de pastoors. Het knekelhuisje bevatte het gereedschap van de doodgraver en vormde de tijdelijke opslag van de beenderen van geruimde graven.  

Ik steek de A50 over in de richting van Herpen, maar vóór Herpen sla ik af langs de Hertogswetering. De dertig-kilometer lange afwatering, van Grave naar Lith, is gegraven in een oude bedding van de Maas, de zogenaamde Beersche Maas. Zo’n laaggelegen bedding was destijds ook nuttig als inundatiegebied voor de Zuiderwaterlinie. Het is nu een bijzondere Ecologische Verbindingszone (EVZ) omdat hij van oost naar west loopt. De meeste EVZs in Brabant hebben een zuid-noord oriëntatie. Eens even kijken wat er zoal gebruik maakt van de EVZ. In elk geval aardappelgalwespen, te oordelen aan de ‘pootaardappelen’ die aan een jonge bladloze eikenboom hangen. Bezemkruiskruid is nog helemaal groen en bloeit nog volop in de berm.

Ik bereik Overlangel op de Maasdijk langs de oude Maasarm Keent. Veel zilverreigers en blauwe reigers in de rietkragen en grote groepen kolganzen in de weilanden. En op de dijk bij Reek een ‘Crash Duck’ op een foto. Tijdens Operatie Market Garden probeerde een Brits DUKW amfibievoertuig op de dijk te draaien, maar gleed van de dijk met zes slachtoffers tot gevolg.

Ik rijd een klein stukje het natuurgebied Keent in. De Stichting Taurus is hier actief: er lopen kuddes forse, gehoornde zwarte en rode runderen rond van de tauros. Een paradijs voor spreeuwenwolkjes op strooptocht. Bij het afbrokkelende Sluisje Keent een houtwal van sleedoorn en rozenstruiken, de laatste met veel bedeguargallen (rozengallen). Mooi gebied om volgende week te gaan wandelen.

Op de Maasdijk een grote schilderijlijst voor een blik op het binnendijkse landschap met in de verte de torentjes van kloosterdorp Velp. Het oudste klooster (1645) is van de Kapucijnen. Op steenworp afstand kwam daarbij veel later (1858) een klooster van de Redemptoristinnen (‘rooie nonnen’). Toen die waren uitgestorven gingen de Kapucijnen een werkverband aan met de Clarissen. “Rood was ze, en klaar is ze”, zullen ze gedacht hebben.

Ik kom Grave binnen bij het antieke Gemaal van Sasse, een Rijksmonument, inmiddels met vispassage. Bij Grave sluit de Hertogswetering aan op de Graafsche Raam en vervolgens op de Maas.

Even een rondje in het centrum van Grave. In het Oude Stadhuis een Bezoekerscentrum Zuiderwaterlinie. Grave is een oude vestingstad en Menno van Coehoorn heeft die vesting rond 1700 versterkt. Een kroonwerk draagt zijn naam. De Sint-Elisabethkerk uit de vijftiende eeuw doet een beetje vreemd aan. Dat komt omdat de toren mist. Die is na een blikseminslag in 1874 niet herbouwd.  

Hee, Jan” klinkt het plots vanonder een berenmuts. Ik fiets totaal onverwachts een jaargenoot tegen het lijf: Portugese wijnboer en vriend Gerard. Dat betekent koffie drinken en even bijpraten in De Gouden Leeuw.

Ik kom opnieuw langs kloosterdorp Velp, nu aan de zuidkant. Residentie Mariëndaal is tegenwoordig een Zorghotel, maar werd in de negentiende eeuw gebouwd als klooster van de Jezuïeten. Hoewel de Jezuïeten geen bierbrouwers zijn, groeit hop uitbundig op de omheining. 

Ik word getrakteerd op een mooi onverhard fietspad langs de randen van weilanden. Een boer heeft de toegangsweg tot zijn weilanden – een vijftigtal meters lang – bekleed met kunstgras. Ik hoop niet dat-ie nóg een afgekeurd hockeyveld opkoopt voor een weidegang van zijn koeien op kunstgras.

De Reeksche Heide kan ik niet op, want er ligt een gigantisch ontoegankelijk militair terrein met explosie gevaar. Hier ligt de Mineursschool. Bij de term ‘Mineur’ moet ik meteen aan de mijnopruimers van gezelschapsspel Stratego denken, maar natuurlijk ook aan stemmingswisselingen, vooral in de muziek.

Bij Reek opvallend veel grote velden oogstbare prei. Op sommige velden is het gewas bedekt met gaas tegen schadelijke insecten. Even verderop beschermt een boer zijn jonge gras met echte vogelvogelverschrikkers: dooie zwarte kraaien die dansen in de wind, aan een draadje, naar de zon (net als een ballon, een ballon, een ballonnetje).

Bij Schaijk steek ik weer de A50 over. Ik passeer Natuurpunt Herperduin, een van de toegangspoorten van Natuurpark Maashorst, dat voor een flink deel overlapt met het Land van Ravenstein.

In Haren ligt Klooster Bethlehem, vroeger een penitentiaire inrichting van de Zusters Penitenten, nu een zeer populaire trouwlocatie. Als de katholieke kerk zelf iets eerder in deze niche was gestapt, dan was er nu geen geestelijk personeelstekort geweest.

Ik bereik de oude Maasdijk en passeer een zendmast & datacenter van Cellnex Megen. Je mag dan denken dat je gegevens veilig in de Cloud zweven, ze liggen hier gewoon op een kluitje langs de dijk. Natuurmonumenten is in de uiterwaarden druk met het redden van het Brandrode runderras.

Op een splitsing moet ik volgens een wegwijzer kiezen tussen Dieden en Demen, maar als je de dijk volgt kom je beide dorpen tegen. Eerst Dieden met een mooi dijkkerkje, inmiddels expositie- en opslagruimte, en de molen Stella Polaris, maar zonder Kleine Beer. Bij Demen verzorgt het voetveer ‘Het Heerlijk Veer’ in de zomermaanden de overtocht naar Batenburg in het Land van Maas en Waal. Ook bij Ravenstein kun je Maas oversteken naar Niftrik met voetveer ‘Vice Versa’. Bij de laatste weet je zeker dat-ie ook weer terugvaart.         

 

Gepost: 29 December 2019

 

Knooppunten: 18, 61, 32, 31, 20, 03, 04, 80, 05, 28, 30, 27, 59, 60, 17, 16, 15, 44, 43, 01, 41, 18  (50 km)