WANDELEN: Doorwerth

Ik wandelde deze ‘Trage Tocht Doorwerth’ al eens vijf jaar geleden. Het verhaaltje ‘Bomenbende’ (In: It giet oan!, 2016) ging toen vooral over bijzondere bomen. Over de driehonderdvijftig-jaar oude Robinia op de binnenplaats van Kasteel Doorwerth. Over de rubberboom Hevea brasiliensis (en de rubberfabriek), waar Heveadorp naar is vernoemd. Over bomen bij Westerbouwing, die de Slag bij Arnhem hebben overleefd, maar vervolgens omvallen tijdens een herfststorm. Over een boom met een gigantisch kankergezwel op borsthoogte, maar toch een gezonde indruk maakt alsof het een nuttige symbiose betreft. Over het stoffelijk overschot van de ‘duizendjarige den’, die ongeveer vierhonderd jaar geleden gekiemd moet zijn, midden in de ‘duizendjarige oorlog’, die tachtig jaar heeft geduurd. Over de Wodanseiken, die menigmaal zijn vereeuwigd op schilderijen van de Oosterbeekse School, maar die nu worden verstikt door hun nageslacht.

Maar toen was het winter. Nu is het voorzomer. Toen was ik alleen. Nu ben ik met buurman Mohammed (Hammie), mijn squash maat in niet-Corona tijden. Toen kon je alles en iedereen aanraken. Nu blijf je op anderhalve meter afstand. Toen ging ik met de auto naar Kasteel Doorwerth. Nu op de fiets (om Hammie op anderhalve meter te houden).

Het is woensdag, 6 mei 2020. Onderweg naar het startpunt passeren we op de fiets in Heelsum de Heelsumsebeek. Langs het water staat een grote populatie van de Japanse duizendknoop te woekeren. Maar ook enkele manshoge geelbloeiende planten van de wede. Een fotomomentje!

Vanaf Kasteel Doorwerth gaan we de meest zuidelijke rand van de Veluwse stuwwal meerdere keren op en af. Ik maak Hammie opmerkzaam op enkele plantjes, waaronder een wolfsmelk, salomonszegel, grote muur, ereprijs, melkdistel, nagelkruid, gevlekte dovenetel en roze winterpostelein. Maar hij wordt duidelijk enthousiaster bij de vijvers aan de voet van de stuwwal, waar enkele kanjers van karpers aan het oppervlak naar lucht liggen te happen. Hammie vertelt dromerig over zijn jeugd in het Atlasgebergte in Marokko waar je in de beken forel kon vangen, terwijl je al vissend kilometers langs het water aflegde, de dobber achterna.

Nog meer bijzondere bomen en struiken maken tijdens deze tocht de ‘bomenbende’ compleet. Vijf jaar geleden was het beroemde Azalea laantje van Landgoed Duno in winterrust, nu is het een bloemenzee in opvallende pastelkleuren.

Bij Westerbouwing heeft een fanatieke golfer, die zijn ‘holes’ mist, op een lange brede grasbaan in de Valkeniersbossen een oefen’drive’ ingericht voor zichzelf. Zijn ‘handicap’ is ditmaal een poortje waar de bal onderdoor moet.

We komen langs een bosperceel waar alle huizenhoge sparren morsdood zijn. Geen spoor van brand, dus waarschijnlijk slachtoffer van de extreme droogte van vorig jaar. Het is oppassen geblazen dat het nu niet gaat branden.

Het is Hammie die me wijst op enkele jonge bomen langs het wandelpad waarvan de plukjes naalden verdacht veel lijken op de grote watercipres (Metasequoia) in zijn tuin. En gelijk heeft-ie, al blijkt dit de moerascipres (Taxodium) te zijn met verspreid staande kortloten.

Deze Trage Tocht is populair. Onderweg komen we meerdere mensen tegen die met de beschrijving in de hand ons pad kruisen. Zo ook Max de pottenbakker, waar we mee aan de praat raken. Hij laat foto’s van enkele van zijn kunstwerkjes zien, maar zijn verdienmodel bestaat uit bloempotten en urnen. Urnen heeft hij in de prijsklassen van twee- tot zeshonderd euro. Meestal gaan de nabestaanden voor de urn van ongeveer vierhonderd euro, want oma ging bij leven niet voor het goedkoopste, maar ook niet voor het duurste. Biedt Max dezelfde urn (zonder dekseltje) aan als bloempot, dan wordt meestal dertig euro nog te duur bevonden. De psyche van de mens zit vreemd in mekaar.

Op de Wolfhezerheide ontspringen sprengenbeken, aangelegd in de zestiende eeuw voor de watervoorziening van diverse papiermolens. De Wolfhezerbeek en de Heelsumsebeek lopen een eind parallel door het gebied dat de naam van boerderij Kabeljauw draagt (Hammie begint bij de naam Kabeljauw weer te glunderen). De Heelsumsebeek is een aparte wandeling waard, nu de benedenloop in oude glorie is hersteld en uitstroomt op de Rijn bij Parenco, pardon …. Smurfit Kappa, in Renkum.

De fauna komt er deze wandeling een beetje bekaaid af. Afgezien van de karpers en de imaginaire kabeljauw zien we een bonte specht zijn hol inkruipen. De nestholte zit op ooghoogte in een dode boom, met een tonderzwam als afdakje. We horen de jongen piepen. 

Tot slot nogmaals een mooi uitzicht over de Betuwe vanaf de Uitkijktoren Boersberg. Vijf jaar geleden waren in de namiddag de lichtreclames langs de A50 bij Heteren een storend element. Nu is het nog uren te licht voor lichtreclames.

Bij Kasteel Doorwerth zwaaien we nog even naar pottenbakker Max, en ik bedenk dat ik in mijn laatste wil ga opnemen dat ik een bloempot met dekseltje verkies boven een urn.   

  

Gepost: 26 Mei 2020  

 

Trage Tocht Kasteel Doorwerth (15 km)