FIETSEN: Vechte

Hoewel het moeite kost om in het donker op te staan en in de kou de fiets op te laden, voel ik me gelukkig als ik eenmaal onderweg ben. Er is geen betere manier om ‘depri-maandag’, 20 januari 2020, door te komen. Bovendien is het om half negen al licht en om half zes pas donker. En het wordt alleen maar beter… voorlopig. Op naar ‘monter-donderdag’.

De Overijsselse Vecht heb ik al grotendeels bedwongen (Dalfsen–Ommen–Hardenberg), dus vandaag een stukje langs de Vechte in Duitsland.

Ik start bij Station Hardenberg en vergaap me in het centrum aan het monstrueuze, gele Gemeentehuis, dat eind 2015 is verkozen tot het ‘Lelijkste Bouwwerk van Nederland 2010–2015’. Ik maak een foto. “Kijk het mooie er niet van af”, voegt een voorbijganger me toe.

Maar er valt natuurlijk ook een heleboel positiefs te melden over Hardenberg. De uitvinder van het draadloze Bluetooth signaal komt uit Hardenberg, ene Jaap Haartsen. In Denemarken vernam ik dat Bluetooth is vernoemd naar de Viking hoofdman Harald Blauwtand, de stichter van het Koninkrijk Denemarken rond 980 A.D. Waarom vernoemt Jaap uit Hardenberg zijn uitvinding naar een Viking uit Denemarken? Jaap werkte voor het Zweedse Ericsson en Blauwtand werd geëerd voor het maken van ‘verbindingen’ tussen Scandinavië en het Europese vasteland, al bestonden die vooral uit rooftochten van de Noormannen.

Ik steek de Vecht over naar de noordelijke oever. Men heeft op de oevers een wandelpark aangelegd, mooi en vredig, het Vechtpark. Langs de route naar het dorp Ane, zie ik een hulstboom in de overgang. Op hoge leeftijd vormt de boom geen stekelig blad meer, maar gaafrandig blad. Deze boom heeft beide. En de bloemknopjes in de bladoksels staan alweer op springen door het milde winterweer. In onze tuin staat ook een oude hulstboom, die weinig aandacht krijgt. Die moet ik vanavond maar eens wat beter bekijken.

In de ondergroei van het Engelandse Bos een overvloed aan rankende helmbloem, af en toe bloeiend. In de bermen van het boerenland matten van winterpostelein. En vogelmuur in bloei, maar dat bloeit het hele jaar door. De hazelaar bloeit inmiddels ongegeneerd en de eerste zwarte elzen doen mee, allemaal katjes.

Ik bereik Ane, een dorp van niks, maar wel met een eenvoudig monument van gestapelde zwerfstenen ter herinnering aan de Slag bij Ane van 28 juli 1227, een opstand van Drentse boeren en paupers tegen de Bisschop van Utrecht, de feodale overheerser. Wat de Slag bij Warns uit 1345 is voor de Friezen, is de Slag bij Ane voor de Drenten. Of eigenlijk moet ik het andersom zeggen, want eerlijk is eerlijk… de Drenten waren eerder!

Bij Ane steek ik de Vecht weer over naar Gramsbergen, een dorp met een leuk centrum. Op het Meiboomsplein zou in 1795 een meiboom zijn geplant om de Fransen welkom te heten. Je zou de Gramsbergers kunnen uitmaken voor verraders, ware het niet dat de Franse periode (1795–1814) een zege voor de Nederlanden is geweest. Inmiddels is de meiboom vervangen door een meipaal met versierselen, op de stoep van het Museum & Informatiepunt Vechtdal. Een meiboom planten is een ritueel dat staat voor nieuw leven, groeikracht en vruchtbaarheid. Een meiboom is geen meidoorn, maar een willekeurige boom geplant op 1 mei.

Even ten noorden van Gramsbergen ligt buurtschap De Haandrik, waar Vecht en Kanaal Almelo–De Haandrik elkaar kruisen met twee sluizen in het Kanaal. Ik moet enkele vreemde bochten fietsen over beide sluizen om weer op de noordelijke oever van de Vecht te komen. Bij het Duitse Laar komt de Duitse Vechte ons land binnen. Langs de weg is een slagboom het enige overblijfsel van de grens.

Ik zie een Gelderse roos nog volop in vrucht en vraag me af hoe die in het Duits heet: ‘Gemeiner Schneeball’. Daar zou ik niet opgekomen zijn, maar ‘Eichenprozessionsspinner’ begrijpen we allemaal, al was het alleen al door het geelrode waarschuwingslint om eikenbomen. Niet alleen de Berkel, maar ook de Vechte werd vroeger bevaren door platbodems, zompen genaamd. Hier in Laar is een opstapplaats van de grensoverschrijdende Vechtezomp De Mölle. Vreemd om een boot ‘molen’ te noemen, maar de opstapplaats ligt wel bij de Laarse molen.

Ik fiets nu pal langs de Vechte tot aan de ‘Kurbelfähre’, een zelfbedieningstrekpontje. Maar je kunt draaien tot je een ons weegt, de ‘Kurbelfähre ist verschwunden’, ligt waarschijnlijk in de winterstalling. Ik word uitgenodigd om storingen telefonisch te melden bij het Gemeentehuis van Laar, maar vermoed dat het deze keer weinig zin heeft. Onbewust had ik al rekening gehouden met deze verdwijning. Ik fiets dezelfde weg terug naar Laar om via de brug de Vechte over te steken en de route weer op te pikken.

De Vechte is een regenrivier en het debiet kan enorme verschillen vertonen. Hier bij Laar ligt een droge bedding naast de natte bedding – dubbelloopsgeweer – om in geval van hoogwater mee te stromen.

Over de lange lus ten zuiden van de Vecht terug naar Hardenberg, via een Nederlandse uitstulping in Duitsland en een Duitse uitstulping in Nederland, kan ik kort zijn: lange, smalle, rechte landwegen, dunbevolkt, weinig opwindend. Je kunt er een kanon afschieten, en te oordelen aan de verspreid liggende rode voetballen en twee verankerde melkbussen in een akker, hebben enkele carbid-minnende jongelui dat dan ook gedaan op Oudjaar. Bij het Duitse Wielen moet ik flink klimmen door een bosgebied. Weer in Nederland word ik getrakteerd op een gigantische kwekerij van Buxus. Drie tractoren met spuitkar kruipen langzaam over de lage struiken, waarschijnlijk om de Buxusmot in de kiem te smoren. Bij Bruchterveld rijd ik over de Hongerdijk. Als ik al eens in dit gebied zou willen overnachten, dan zou B&B Hongerdyck niet mijn eerste keus zijn.

Bij Bergentheim stuit ik weer op het Kanaal Almelo–De Haandrik en bij Stuw Hardenberg op de Overijsselse Vecht. Hier takt de Molengoot af die in de richting loopt van de Hardenbergse Oelemölle, maar die heeft genoeg aan een zuchtje wind. Tussen de Vecht en de Molengoot is een wildwaterbaan aangelegd, die gebruik maakt van het natuurlijk verval.

Het eerste deel van deze tocht was interessant, het tweede deel een nuttige conditietraining.

En verdomd, de oude hulstboom in onze tuin is ook in de overgang!

 

Gepost: 30 Januari 2020

 

Knooppunten: Station Hardenberg, 33, 19, 13, 24, 25, 52, oostwaards langs Vechte tot trekpontje en terug, 52, 51, 26, 50, 27, 99, 49, 48, 45, 69, 46, 32, 33, Station Hardenberg (60 km)