FIETSEN: Kempense beken

Kempen-Broek is een grensoverschrijdend landschap met een mozaïek aan natuurgebieden, ruwweg tussen het Nederlands-Limburgse Weert en het Belgisch-Limburgse Maaseik. Hoofdzakelijk een slenk landschap aan de voet van het Kempisch Plateau. Enkele beken stromen dan ook onverbiddelijk vanuit de relatieve hoogte omlaag naar het Maasdal.

Ik start mijn fietstocht op dinsdag, 3 september 2019, in het kleine dorp Grathem, dicht bij de Belgisch grens. Grathem mag dan klein zijn, morgen (4–9 september) begint hier het Europees Kampioenschap 2019 ‘Appaloosa Show’ in het Reining Center Meerhof. Ik heb het wel even moeten opzoeken. ‘Appaloosa’ is een Amerikaans paardenras, met een karakteristieke gevlekte vacht. In deze show worden de kampioenen (Miss, Miss’es & Mister Europe) gekozen op basis van uiterlijke kenmerken, maar ook op basis van de vaardigheid in ‘reining’; dat is de western of cowboy variant van de dressuur.    

Grathem ligt aan de Uffelse Beek en is in het bezit van een prachtige watermolen uit 1874. De molen leverde begin twintigste eeuw een klein beetje elektriciteit aan het dorp. Dat verbeterde toen de molen in 1916 naast de wateraandrijving ook voorzien werd van een turbine.

De omgeving van Grathem is agrarisch, met akkerbouw, maar vooral vollegronds groenten, bloemen en kleinfruit. Ook enige glastuinbouw. En niet te vergeten, de mega varkens- en kippenstallen. Varkensboer van Rooij maakt het wel heel romantisch met een naambord waarop een zeug met een dozijn tieten staat te roeren in een grote braadpot, waaromheen haar tien biggetjes nieuwsgierig lopen te zeuren: “Wat krijgen we vandaag te eten?” Ik realiseer me plots dat ik dit seizoen nog nooit varkensgras heb genoemd in mijn verhaaltjes. Dat betekent uiteraard niet dat het er niet is. Er is juist zo veel dat het niet noemenswaardig is. Maar het is vast geen varkensgras dat in die braadpot zit. Ik denk eerder soja uit de Amazone.

In een veld wortelen steken her en der bloeiende planten de kop op. Ik trek een bloeiende plant uit de grond; hij heeft slechts een ielig peentje. Het zijn schieters die te vroeg bloeien en geen eetbare wortel opleveren.

In de buurt loopt een modieus gekleed mannequinpaard. Met zijn gevlekte deken kan-ie best voor ‘Appaloosa’ doorgaan en meedoen aan het EK.

Ik steek de A2 en het Kanaal Wessem–Nederweert over. De Zuid-Willemsvaart uit 1826 was wel een heel lang lateraal kanaal van de Maas, helemaal van Maastricht naar Den Bosch. Het Wessem–Nederweert Kanaal uit 1929 vormt een mooie ‘shortcut’ tussen de Zuid-Willemsvaart en de Maas.

Overal doorgeschoten aspergevelden. Enkele aanplanten van rode bes zitten vol virusziektes, en men neemt niet eens meer de moeite om de bessen te oogsten. De blauwe bessen zien er veel gezonder uit en worden nu geplukt. Dit geldt ook voor het grootfruit: appels en peren. Aardappelen worden gerooid en uien geoogst.

Langs een onverharde weg staan vollegronds stambonen nog in volle bloei. In de berm heel veel avondkoekoeksbloem met rijpe zaaddozen. Ik neem een paar zaaddozen mee om bij te dragen aan de verspreiding van deze mooie plant – in mijn tuintje!

Ik sta met mijn mond vol tanden bij enkele velden met rozetten van grote lancetvormige bladeren, waar her en der lange paardenbloem-achtige bloeiwijzen bovenuit steken. Het blijken velden schorseneer te zijn (met dank aan deskundige jaargenoot Peter!). Hier geldt hetzelfde als voor het veld wortels. De bloeiende planten zijn vroege schieters die overigens wel eetbare schorseneren opleveren.     

Ik weet dat er veel eikels zijn, maar eikels om de oren? Er is momenteel op secundaire wegen een veel grotere kans dat een eikel een sterretje in je voorruit slaat dan een kiezelsteentje.

Er staan kapelletjes op bijna elk kruispunt. Echter relatief weinig Maria kapelletjes; vooral Jezus aan het kruis. Eén kruisbeeld gaat vergezeld van de vermaning: ‘O zondig mens, zie toch aan, wat ik voor u heb gedaan’. Het kapelletje voor Sint Remigius valt dan ook een beetje uit de toon. 

Bij het dorp Haler komt de Uffelse Beek ons land binnen. Hier zie ik bij een woonhuis een klein hertenkamp met van die edelherten met zeer grote oren. Zag ik één keer eerder op de Brabantse Wal in de buurt van Wouwse Plantage. Ben er nog steeds niet achter waar ik deze dieren moet plaatsen.

Ik ben rabarber als frisse groente al bijna vergeten, maar hier staan er hele velden vol mee.

In het dorp Wisbroek een fokkerij voor bijzondere vogels. Door een verlaging van de omringende haag zie je de rode ibis met jongen op het nest zitten, Chileense flamingo’s parmantig rondstappen, en hoog op een tak de Inca zee stern en de buffnek ibis gezellig keuvelen. In de ondergroei zitten de Mexicaanse steltkluut, de Chileense kievit (zonder kuif) en de witwang boomeend.

Een Belgisch echtpaar vraagt of ik ergens een eettentje weet. Ze hebben al dertig kilometer gefietst – elektrisch! – en zijn nog niets tegengekomen. Ik kan ze niet helpen. “Het is hier geen België!”    

Overigens zitten we vlakbij Stramproy en daar blijkt volop horeca te zijn. Het naambord aan de dorpsgrens meldt niet alleen Stramproy, maar ook de naam in de volksmond ‘Rooj’. Op het centrale plein hangt een grote zak met plastic vuilnis aan een soort galg, met de slogan ‘Mooi Rooj’. Het vuilnis ziet er zeer schoon uit; het moet eerst afgewassen zijn voordat het is opgehangen.

Vanaf hier passeer ik enkele malen de Tungelroyse Beek en doorkruis het bosgebied Tungelerwallen. Een brug over deze beek hangt vol met hop en hopbellen.

Weer in landbouwgebied kom ik langs enkele aanplanten van klimbonen; aan de ene kant van de weg witte bonen en aan de andere kant zwarte bonen. Lelievelden zijn ontdaan van de bloemen; de ondergrondse bollen ontwikkelen zich verder op kosten van het bladgroen.

Ik doorkruis het Natuurgebied De Krang bij het dorp Swartbroek. Een bordje geeft aan dat ik op de Pelgrimsweg naar Santiago zit (graf van apostel Jacobus). De Jacobusweg in Nederland begint in Sint Jacobiparochie in Noord-Friesland. Santiago de Compostella staat overigens niet op mijn verlanglijstje.

Ik steek weer op hetzelfde punt de A2 en het Kanaal over, en moet dan een eind het Kanaal volgen. De onverharde weg is afgesloten vanwege ‘Graafwerkzaamheden van bever’. Dat wil ik wel eens van dichterbij bekijken, maar ik zie geen enkel spoor, behalve enkele verzakkingen in de weg. Geen takkenzooi van omgeknaagde bomen. Logisch, want het betreft ‘Graaf-‘ en geen ‘Knaagwerkzaamheden’. Iets noordelijker gaat de Tungelroyse Beek onder het Kanaal door.

Enkele aspergeplanten zijn ooit de ruggen ontvlucht en hebben zich langs het prikkeldraad gevestigd. Eén plant draagt rode bessen, een vrouwelijke plant dus of een zeldzame eenhuizige plant. De meeste commerciële asperges zijn afkomstig van mannelijke hybriderassen; zonder bessen dus. Vervolgens nog grote velden van de Calla lelie, in alle kleuren van de regenboog, waarvan in de verte de bloemen worden geoogst door gastarbeiders uit Calladonië.

Natuurgebied Keversbroek ligt langs de Tungelroyse Beek. Een bouwvallige schuur – ’t Kevershökske – dient als schuil- en broedplaats voor ‘ongedierte’. Hier ligt mooi afgelegen de kleinschalige hondenopvang ‘4-Dogs-Only’. Kleinschalig is het zeker als er maar vier honden terecht kunnen!

Tot slot een grote aanplant van framboos, die volop draagt en wordt geoogst, en een veld met ‘Bijvriendelijk geteelde asperges’. Er staat niet bij wat ze speciaal wel en speciaal niet doen om het de honingbij naar de zin te maken. Het zal wel te maken hebben met spuiten en slikken.

 

Gepost: 13 September 2019

 

Knooppunten: 32, 71, 31, 28, 26, 25, 91, 90, 86, 45, 83, 93, 29, 28, 95, 48, 47, 72, 44, 32 (50 km)