FIETSEN: Skylge rond

Binnen een tijdsbestek van tien jaar hebben wij een keer of vier op Terschelling gezinsvakantie gevierd. De kinderen waren nog klein, dus dat is tussen de vijftien en vijfentwintig jaar geleden. Marita komt hier de laatste jaren vaker voor de Fjoertoer met haar wandelclubje.

We verbleven destijds altijd in West aan Zee, in de Boleet, het mooie vakantiehuis van zus Mieke & zwager Klaas. Wij waren zelfs de allerlaatste ‘huurders’ vóór het huisje werd verkocht. Maar de Boleet heet nog steeds Boleet. Denk niet dat je als nieuwe eigenaar de naam van het huisje zomaar kunt veranderen. Alle vakantiehuisjes staan immers met naam en nummer op menige VVV informatiedrager.

Drie jaar geleden was ik zeer enthousiast over het informatieboekje van Staatsbosbeheer over Vlieland, maar de fiets & wandelboekjes van Terschelling doen er niet voor onder. De fietstocht ‘Sporen in het Zand’ brengt je het hele eiland over, behalve oostelijk op de Boschplaat en westelijk op de Noordsvaarder. Een tocht van dertig kilometer, Skylger kilometers, want op het eind staat er bij mij vijfenveertig kilometer op de teller.

Ons onderkomen is ditmaal in Baaiduinen, vlakbij het ‘Stryper wyfke’ dat met haar vinger wijst naar al die bekenden die op het ‘Stryper kerkhof’ begraven liggen. Hier liggen de oudste sporen van bewoning op Terschelling, daterend van rond het jaar 900. De routepaaltjes van deze fietstocht op maandag 14 en dinsdag 15 september 2020 zijn trouwens geïnspireerd op de stoeppaaltjes van weleer. Enkele staan als grafzerk op het ‘Stryper kerkhof’ nadat ze hun functie als erfbegrenzing hadden verloren.

Het ‘Stryper wyfke’ (als ze al heeft bestaan) is overigens niet de beroemdste inwoner van Terschelling, want dat is ongetwijfeld Willem Barentsz, vanwege zijn barre overwintering op Nova Zembla in 1596/1597. Onderweg loste hij ook nog het probleem op van de herkomst van al die rotganzen die in het waddengebied overwinteren. Ze groeien niet aan de bomen in Schotland (zoals het verhaal ging), maar leggen hun eieren op Spitsbergen.

We fietsen door het polderland langs enkele voormalige eendenkooien, het Formerumer Wiel (zonder de aangekondigde slobeenden) en over de Ringsloot (zonder de beloofde dodaars). De route overlapt een eindje met de Kievitroute. Maar wat doen al die wulpen hier dan? Bij een paardenwei is het één individu gelukt om over de afrastering van schrikdraad te springen. Maar goed, op Terschelling kun je niet verdwalen.

We verruilen bij Oosterend de polders voor de duinen. Bij de dwarsdijk staat nog een voormalige wierschuur. De wiervisserij hield zich niet bezig met zeewier maar met zeegras (Zostera), de enige bloemplant (uit de Fonteinkruidfamilie) die in onze contreien in zee leeft. Het samengeperste ‘gras’ werd vroeger veel gebruikt als beschoeiing van dijken en als vulmiddel van kussens en matrassen. Het voormalige waddeneiland Wieringen in de kop van Noord-Holland heeft er misschien wel zijn naam aan te danken. Populaties zeegras in de Nederlandse wateren zijn sterk afgenomen door ziektes en andere minder duidelijke oorzaken.

‘Sil de strandjutter’ wordt geëerd met een monument, nog een verzonnen Terschellinger. Je gaat je afvragen of Willem Barentsz wel echt heeft bestaan.

Maar Elvis Presley leeft nog steeds voort in het Paviljoen Heartbreak Hotel, waar op het immense lege strand een hengelaar met werphengel en emmertje zijn gebroken hart zit te lijmen, al wachtende op de komst van het water. Wij pootjebaden even in de branding op deze warmste dagen ooit in september.

In de duinen is het genieten van de duindoorn met zijn oranje vruchten, kamperfoelie met zijn rode bessen en helmgras dat prachtig in bloei staat. De heide is een mengsel van struikheide, dopheide en kraaiheide met zijn zwarte bessen. Kuddes landgeiten houden de heide vrij van ongewenste indringers.

Op enkele plekken worden duinpannen met bulldozers danig overhoop gehaald in een poging de invasieve watercrassula buiten de Skylger deuren te houden. IJdele hoop waarschijnlijk nu deze aquariumplant in den lande al behoorlijk verspreid is. In de bossen staan zomaar een aantal exemplaren van de wespenorchis langs het fietspad.

We bereiken de waddendijk bij ‘Beelden uit Zee’, zes sculpturen geschonken aan Terschelling ter gelegenheid van het vijfentwintigste Oerol Festival in 2006. De beelden zijn gehouwen uit de lading van een Scandinavisch schip met graniet dat in 1903 bij Terschelling verging. Het informatiebord vermeldt niet hoe hoog de beelden zijn, maar hoe hoog ze boven NAP staan (250–352 cm).

Vanaf hier volgen we de waddendijk en wordt het een feestje van wadbewoners, zowel plant als dier. Het is eb, warm en windstil. Tienduizenden watervogels hebben zich verzameld op de slikken dichtbij de dijk. Lepelaars, bergeenden, wulpen, kieviten, scholeksters, grutto’s (en een enkele gelaarsde wadloper) laten zich makkelijk identificeren, maar al het kleine spul strandlopers en plevieren is voor mij een ‘mer à boire’. Een jonge lepelaar loopt hinderlijk schooiend achter moeders aan, maar die laat duidelijk weten dat ze binnenkort op vakantie gaan naar het warme zuiden en dat hij dan op zichzelf is aangewezen.

Gedurende de rest van de week bezoeken we deze waddendijk meerdere malen (bij lagere temperaturen en meer wind), maar dergelijke massale samenscholingen van watervogels hebben we niet meer gezien.

Een zeilboot is gestrand tussen de zandbanken en wacht geduldig tot de maan tevoorschijn komt. Een blok van de dijkbeschoeiing valt uit de toon; de fietsenstandaard zit er nog ingemetseld.

Bij Striep zijn in een inham van de dijk de slikken inmiddels schor geworden. Ook de tot nu toe kale dijk is flink begroeid. Het is duidelijk dat je hier als plant alleen meetelt met ‘zee’ of ‘zout’ in je naam. Ze staan er allemaal: zeekool, zeevenkel, zeeraket, zeeaster, zeealsem, zeekraal, zeepostelein, zoutmelde. Nou vooruit dan, één uitzondering: lamsoor (omdat de dijken begraasd worden door schapen en lammeren).

In de avond worden we ongevraagd getrakteerd op harde Pink Floyd muziek op enkele percelen achter ons huisje. Het blijkt te gaan om een ‘trekker drive-in bioscoop’, georganiseerd door de Terschellinger Landbouwschool. Een twintigtal trekkers vermaken zich met de IJslandse film ‘Mjòlk’ (Melk), waarin de boerin het opneemt tegen de macht van de coöperatie.

Terschelling is weinig veranderd. Het voelt vertrouwd, al dacht ik bij aankomst dat het eiland twee concurrerende burgemeesters had. Per 1 april 2020 heeft er een wisseling van de wacht plaatsgevonden, zodat je in de diverse informatiedragers door twee verschillende burgemeesters welkom wordt geheten. 

[Beeldverslag:  https://www.jansiemonsma.nl/335118363]

 

Gepost: 2 Oktober 2020

 

Stichting ‘Sporen in het Zand’ (2015): fietstocht (45 km)