SELFIES: Nanking Cargo

Op onze enige, gemankeerde broertjesdag in 2018, incompleet door het overlijden van oudste broer Adri eerder dat jaar, blijkt hij postuum nog een verrassing voor zijn drie jongere broers in petto te hebben. Echtgenote Willy schenkt ons op Adri’s uitdrukkelijk verzoek ieder een kistje met twee porseleinen theekommetjes-met-schotel. De afbeelding toont in blauw een pagode op een rots met bomen, langs een rivier. Het porselein is afkomstig van de ‘Nanking Cargo’. Onder deze naam werd in 1986 de lading van het gezonken VOC spiegelretourschip Geldermalsen geveild bij Christie’s in Amsterdam. De veiling leverde een record opbrengst op. Enkele topstukken onder het porselein bevinden zich in het Groninger Museum. En enkele onderdelen van het schip in het Zeeuws Maritiem MuZEEum in Vlissingen.

Vanwaar Adri’s interesse voor dit porselein?  

De Geldermalsen wordt gebouwd door de VOC Kamer Zeeland in 1747. Een van de bestuurders geeft het schip de naam van het landgoed van zijn familie in het Betuwse Geldermalsen. Het grote schip vertrekt in 1748 naar Batavia en vaart vervolgens meer dan twee jaar in het Verre Oosten tussen handelsposten Batavia (Nederlands-Indië), Deshima (Japan), Kanton (China), Surat en Cochin (India) en Malakka (Maleisië). In 1751 neemt het in Kanton (Guangzhou, China) een grote lading thee aan boord voor de terugreis naar Nederland, ongeveer driehonderd ton. Om de theekisten tegen lekkend zeewater te beschermen worden ze omringd door kisten met Chinees porselein uit Nanking (Nanjing), in een verhouding van ongeveer één kist porselein op zeven kisten thee. Er is ook een kist met goud aan boord, maar die zal in de Sunda Straat tussen Sumatra en Java (in de buurt van de Krakatau die dan nog niet is ontploft!) opgehaald worden door een schip van het gouvernement in Batavia.

In de eerste dagen van 1752 loopt de Geldermalsen op het rif Gelderse Droogte (hoe toepasselijk!) in de Riau Archipel, ten oosten van Sumatra. Tweeëndertig drenkelingen weten de twee reddingsboten te bereiken, tachtig bemanningsleden inclusief de kapitein gaan met het schip ten onder. De overlevenden bereiken na een week Batavia, waar ze stevig aan de tand worden gevoeld, met name over het lot van de kist met goud. De totale schade – schip en lading – wordt geschat op negenhonderdduizend gulden.

In 1753 – ongeveer een jaar na de scheepsramp – opent Egbert Douweszoon ‘De Witte Os’ in Joure waar hij koffie, thee en tabak verkoopt. Hoewel het zijn zoon Douwe Egbertszoon is geweest die de naam aan het concern heeft gegeven, wordt 1753 beschouwd als het stichtingsjaar van Douwe Egberts (kijk maar op een thee- of koffieverpakking: ‘Sinds 1753’). De kans is groot dat een deel van de theelading van de Geldermalsen in ‘De Witte Os’ terecht zou zijn gekomen als de eerste thee van D.E.

De Engelse avonturier Hatcher ontdekt het wrak van de Geldermalsen in 1984. Hij vindt de kist met goud, maar ook een gigantisch ‘bed’ van theeblaadjes waaronder het Chinese porselein – zo’n honderdzestigduizend stuks – grotendeels intact is gebleven, na een verblijf van meer dan tweehonderd jaar op de bodem van de zee.

Uit historisch besef verwerft D.E. op de veiling van het porselein in 1986 enkele kavels theekommetjes-met-schotel, en gebruikt het grotendeels voor een reclame campagne om de Pickwick thee te promoten. Op dat moment is broer Adri Hoofd Thee Inkoop van D.E., en hij zal ongetwijfeld nauw bij deze actie betrokken zijn geweest.

En nu heeft hij zijn jongere broers er ook bij betrokken!

 

Gepost: 26 Januari 2019