FIETSEN: Maas en Bree

Vanuit het Centrum van Venlo fiets ik een stukje op de oostelijke oever van de Maas, om vervolgens via de A73 over te steken naar Blerick en af te zakken naar het zuiden. Blerick gaat over in Hout-Blerick, en waar de Springbeek uitmondt in de Maas staat een oude watermolen met een mooie lange vispassage. Een fazant struint op de oever.

De Maasdijk heet hier Romeinenweg. Hij is beplant met essen die geen duidelijke tekenen van ziekte vertonen; geen grote afgeknapte takken door de essentaksterfte. Hier moet de Romeinse ‘Via Mosae’ gelegen hebben die van het Belgische Tongeren via Maastricht, Blerick en Cuijk naar Nijmegen liep. Men vermoedt dat bij Blerick – net als bij Maastricht en Cuijk – een Romeinse brug over de Maas heeft gelegen, voor de verbinding met de nog belangrijkere Romeinse heirbaan van Aken naar Xanten. 

De Romeinenweg gaat bij Baarlo over in de Legioenweg. Aan de overkant van de Maas een zestal torentjes van de kloosters in Steyl, maar daar kom ik straks langs.

Lakenvelders en Canadese ganzen vertoeven in het Maasdal voor het betere graaswerk. Bij een boer is het verpakken van het gedroogde gras in plastic balen niet volgens protocol verlopen. De balen maken een ingezakte indruk, de balenpers heeft niet goed gefunctioneerd, de balen zijn maar half gevuld. De boer zal wel gebaald hebben op deze halve-baaldag.

Ik kom langs Kasteel De Berckt in Baarlo. Hier liggen dierbare herinneringen uit 2008. Als projectleider liet ik het kasteelhotel – voormalig klooster – afhuren voor een bijzondere bijeenkomst van alle hoofdrolspelers in het Prota programma. Het documentatie project over de nuttige planten van tropisch Afrika stond na een jaar of acht op omvallen wegens gebrek aan financiering. Er waren twee scenario’s voor deze samenkomst: ofwel een ‘kloosterfeestje’ ter afsluiting van de goede internationale samenwerking, ofwel een heftige ‘klooster brainstorm’ over het vervolg. De avond vóór deze bijeenkomst geeft Bill Gates groen licht voor een doorstart. Het werd dus geen feestje, maar een weekend hard werken, uitmondend in wat gekscherend het ‘Verdrag van Baarlo’ wordt genoemd, een blauwdruk voor de taakstelling en taakverdeling voor de volgende drie jaar. Voor ons minstens zo belangrijk als het ‘Verdrag van Maastricht’ uit 1993.

Ik verwijder me van de Maas en kruis de Napoleonsbaan, de N273 tussen Blerick en de Belgische grens, die rond 1810 tijdens de Franse periode werd aangelegd. Als eerste  verharde weg nam de Napoleonsbaan de functie van de ‘Via Mosae’ over.

Het moerasbos Dubbroek ligt in een oude meander van de Maas en is de bron van de eerder genoemde Springbeek. De beek hangt vol met slierten liesgras. De nabijgelegen Ezelcamping ‘In ’t niet’ verdwijnt in 2020 zo ongeveer in ’t niet, lees ik op de website. Het roer gaat om. Geen ezelwandelingen meer en het kindvriendelijke karakter verdwijnt. Hiervoor in de plaats komen ‘rust en stilte’. Het management ziet de ‘vergrijzing’ als nieuwe kans. Ik hoop dat de grijze ezels ook mogen blijven voor hun ouwe dag.

Ik raak aan Maasbree, oftewel Bree in Kort-Limburgs. Mijn route kaartje vindt het niet nodig om het centrum van Bree in te rijden. Toch doe ik dat want Maasbree is de geboorteplaats van Monsieur Gérard. Ik bezoek de Aldegundis kerk waar hij zijn jeugdzonden heeft opgebiecht om daarna nooit meer van het rechte pad af te wijken. Binnenkort publiceert hij zijn autobiografie. De zaligverklaring van Broeder Gérardus is dan een kwestie van geduldig afwachten. Ondertussen blijf ik geduldig naar hem luisteren tijdens onze sporadische gezamenlijke dagtochten.

Ik fiets door de Kesselse Bergen, een mooi bosgebied. Op een kruispunt staat het silhouet van de Heilige Familiekapel, ter herinnering aan de gebouwen die hier in de buurt op het eind van de oorlog door de Duitsers zijn verwoest.

In Kessel-Eik heb ik hoge nood en geniet noodgedwongen in een Truckers Café van een Brusselse wafel met warme kersen en slagroom, ondersteund door een hete chocomel. De inhoud van mijn broodtrommel verdwijnt achter de rododendrons, en mijn thermosfles koffie keert onderkoeld huiswaarts. Het is sowieso te koud om buiten te picknicken.

Ik bereik de Maasdijk bij Neer. Van de Musschenberg stroomt een afwateringskanaal middels een waterval de Maas in. Het pontje Kessel–Beesel laat ik met rust en passeer dan enkele bijzondere kastelen in ‘Graafschap’ Kessel.

Kasteel Oeverberg is een villa met kantelen gebouwd in 1870 door Baron Frits, de laatste adellijke bewoner van het nabijgelegen Kasteel Keverberg; dit om de eenzaamheid van het grote kasteel te ontvluchten, nadat vrouw en dochter hem hadden verlaten. In het trappenhuis van Villa Oeverberg staat een vreemde pop zonder kop, representatief voor de grote collectie antieke poppen en andere authentieke gebruiksvoorwerpen, die de huidige bewoners bijeen hebben verzameld..     

Kasteel Keverberg is een zeer bijzondere verschijning op de oevers van de Maas, een ruïne van een mottekasteel, sinds 2015 geconsolideerd door middel van een moderne overkapping. Bij graafwerkzaamheden in 2015 vond men Baron Frits, overleden in 1876, terug in de kasteeltuin. In 1880 kwam het kasteel in handen van een Zuster Congregatie; een kruisweg in de muur van de kasteeltuin getuigt hier nog van. Bijzonder is ook het kerkpoortje in de kasteelmuur, dat de adellijke bewoners (en waarschijnlijk ook de nonnen) een snelle toegang verschafte tot de belendende parochiekerk. De Duitsers schieten in 1945 het kasteel aan flarden.

In de uiterwaarden hebben een stuk of zes zwarte zwanen zich gemengd onder de knobbelzwanen. Dat kan een bonte boel worden.

Baarlo heeft naast Kasteel De Berckt ook nog Kasteel d’Erp met een bewogen geschiedenis, maar het wordt particulier bewoond en is niet toegankelijk.

Met het pontveer Baarlo–Steyl steven ik recht af op Missiehuis St. Michaël in kloosterdorp Steyl. In Steyl bevinden zich nog drie kloostergemeenschappen, gesticht door de – inmiddels heilig verklaarde – Duitse Pater Arnold Janssen (1837–1909): Missionarissen van Steyl (SVD), Blauwe Missiezusters van Steyl (SSpS) en de Roze Slotzusters van Steyl (SSpSAP). De Slotzusters zitten achter slot en grendel ten behoeve van de ‘eeuwige aanbidding’ van de monstrans met het Allerheiligste in de Slotkapel. De kloostertuinen zijn voorzien van Lourdesgrotten, kruiswegstaties en heiligenbeelden, waaronder Arnold Janssen rijk is vertegenwoordigd.

Zeer bijzonder is het Missiemuseum met een collectie voorwerpen en dieren, door de paters meegebracht uit missielanden. Hutjemutje bij elkaar staat een verzameling opgezette dieren die nauwelijks onderdoet voor de dierenparade in het vernieuwde Naturalis. En de missiezusters hebben zich ook niet onbetuigd gelaten in het vangen van vlinders, kevers, schorpioenen en vogelspinnen. Toch krijg ik het gevoel dat er iets ontbreekt: bekeerde inboorlingen.

Langs de Maas via Tegelen weer terug naar Venlo. In de uiterwaarden grazen Galloway’s, maar die komen oorspronkelijk uit Schotland, geen missieland.

 

Gepost: 5 Februari 2020

 

Knooppunten: 10, 08, 09, 59, 60, 27, 61, 62, 57, 55, 56, 65, 63, 75, 76, 53, 54, 58, 04, 05, 08, 10 (55 km)