WANDELEN: Maashorst

De Maashorst is een natuurgebied in het noordelijke deel van de Peelhorst, dat wil zeggen ruwweg tussen Oss, Uden en Zeeland in Oost-Brabant. Een horst ligt tussen twee geologische afschuivingen (slenken), in dit geval tussen de Venlo Slenk met de Maas aan de oostkant, en de Centrale Slenk aan de westzijde (Peelrandbreuk).

Maar waar het natuurgebied nu precies begint en ophoudt? Het aantrekkelijke is misschien wel dat het een ratjetoe is van bos, heide, grasvlakten, waterpoelen en boerenland.

Mijn wandeltocht op woensdag, 5 februari 2020, begint in de kern bij Natuurcentrum De Maashorst in Slabroek. Ik blijf oostelijk van de A50, die hinderlijk dwars door het natuurgebied loopt. Daar wordt wel met andere natuur voor gecompenseerd (ooit!), maar hinderlijk blijft het.

Ik maak me zorgen om mijn opgezette knie die vol vocht zit door een val tijdens een partijtje squash. Rust nemen is de aanbevolen remedie, maar ik waag het er maar op met een flesje ‘doping’ (twee paracetamol) in mijn rugzak. 

Het is een zonnige ochtend, met slierten mist die als wasgoed tussen de bomen hangen. Het lijkt wel lente met bloeiende hazelaar, kamille, witte dovenetel, hondsdraf, vogelmuur en rankende helmbloem. Overal hangen kale stengels van kamperfoelie in de struiken en bomen, met verspreid kleine rozetjes van jong blad. Een klein viltig rozetje met heel veel klierharen blijft nog even een vraagteken. Mijn orakel Roel moet het antwoord schuldig blijven (hoornbloem?); komt zeker omdat hij recentelijk met pensioen is gegaan. Uit het niets een dicht plakkaat van de kleine maagdenpalm in bloei. Verschillende prachtige vogelgeluiden (la-fa-sol……la-fa-sol……), die ik niet thuis kan brengen, klinken door het bos.

Ik bereik een prehistorische begraafplaats op de Slabroekse Heide, met grafheuvels en urnenvelden van ver vóór onze jaartelling. In de Romeinse tijd is het terrein opnieuw gebruikt als begraafplaats. En tegen het eind van de Middeleeuwen is een Landweer over het terrein gelegd als grens tussen het vrije Land van Ravenstein en het Hertogdom Brabant.

De bossen zijn gemengd, maar bevatten opvallend veel dennen met zeer lange naalden en zeer forse kegels: zeedennen. Twee hazen steken over, en er verschijnt in de verte een mooi rijtuig met een tweespan, een koetsier en een groom (rijknecht) en twee hollende honden.

Een bord geeft informatie over de brandnetel en betoogt dat de naam van het nabijgelegen Nistelrode (Nisterle) afgeleid is van ‘nittel’ en ‘loo’, oftewel ‘bos vol netels’. Het weven van stengelvezels van de brandnetel was vroeger in Nistelrode een belangrijke economische activiteit.

Ik betreed het begrazingsgebied van de grote grazers en kom eerst een groep halfwilde Exmoor pony’s tegen, gekenmerkt door een bruine vacht met de karakteristieke ‘meelsnuit’, net alsof ze hun bek – pardon, mond! – in een bak meel hebben gestoken.

Een moerassige plek heeft aan de rand bijzondere kleine eilandjes met een doorsnee van een meter, waarop een meidoorn groeit, net alsof het wortelstelsel de grond rondom de stam heeft vastgehouden en de grond iets verder weg is weggespoeld. Een bijzonder gezicht.

Een grote open vlakte is het domein van de tauros. Een paar weken geleden kwam een wandelaar in dit gebied te dichtbij en werd op de hoorns genomen.

In een boom langs de bosrand hangt een sjaaltje met een oosters patroon, ‘100% Pure Silk, Made in India’. Ik stop hem in mijn broekzak. Misschien kan ik mijn schoonmoeder er een plezier mee doen.

De heidevelden bieden verschillende aanblikken. Sommige velden zijn zwaar overwoekerd door pijpenstro, andere door opslag van berken. Sommige velden lijken de droogte goed te hebben doorstaan, andere lijken irreversibel ingedroogd.

Ik passeer enkele naamloze zandwinningsplassen. Dan weer bossen die onderhanden worden genomen om ze ‘natuurlijker’ te maken in opdracht van de Gemeente Landerd. De Maashorst valt onder de Gemeenten Uden, Oss, Bernheze en Landerd. Bij Uden en Oss weet je meteen waar het Gemeentehuis staat, namelijk in Uden en in Oss. Maar Bernheze? Nou vooruit dan, in Heesch. En Landerd? Ja, nu wordt het ingewikkeld. Het Raadhuis (gemeenteraad) staat in Schaijk en het Gemeentehuis (kantoor) in Zeeland.

Ik bereik een groot kruispunt van fietspaden met een wegwijzer die vertelt dat ik vijf kilometer verwijderd ben van Schaijk in het noorden, Zeeland in het oosten, Uden in het zuiden en Nistelrode in het westen. Een picknickplaats siert dit middelpunt van het universum. Ik gebruik staand de lunch. Een fietser stopt en vraagt waarom ik niet lekker op het bankje ga zitten. “Het bankje is nog kletsnat. Maar waar zitten nou die wisenten?”, is mijn prangende vraag. “Ja, waarom denk je dat ik hier stop? Dat wilde ik ook net vragen.” Ongeveer drie jaar geleden zijn een aantal dieren uit de populatie van Nationaal Park Zuid-Kennemerland verhuisd naar de Maashorst, eerst in een wengebied met dubbele omheining, hier in het middelpunt van het universum. Maar de borden zijn weg en geen wisent te zien.

Ik hervat de wandeling en terwijl ik een tauros met de verrekijker bespiedt, zie ik in de verre verte twee wisenten staan langs een omheining van schrikdraad. In de hoop wat dichterbij te kunnen komen, besluit ik óm het wisenten territorium heen te lopen, richting Zeeland in plaats van richting Uden. Dat wordt uiteindelijk een flinke omweg, maar ik word beloond met een drietal wisenten die dichtbij door het bos lopen te banjeren. Moeten wij, Sapiens, in Nederland het doen met twee tiende hectare per persoon, deze wisenten – men zegt een tiental – hebben elk minstens twintig hectare tot hun beschikking. Maar goed, wij hebben Appie, en zij moeten alles zelf bij elkaar zien te scharrelen.    

Er wordt een opvallende Vangkraal gebouwd. Misschien om de dieren bij te voeren, te vaccineren tegen de griep, of te verplaatsen naar hun collega grazers in Wit-Rusland, want de populatie is natuurlijk veel te klein om inteelt te voorkomen.

In de berm staat een opvallende plant te schitteren in het zonnetje. Hij staat in volle bloei, een gele gloed die al van verre in het oog springt. Het is geen brem in de berm, maar de verwante gaspeldoorn met zijn vervaarlijke stekels. Die wil nog wel eens in deze tijd van het jaar bloeien.

Door de extra lus van drie kilometer mis ik de wandelknooppunten 20 en 22, maar kan de route toch weer oppikken bij knooppunt 25. In de Slabroekse Bergen steken een aantal reeën vliegensvlug de heide over.  

Bij terugkomst is het Natuurcentrum open. Daar kun je een pasfoto maken van een opgezette wisent. Oh ja, en hoe zit het met die opgezette knie? Ik sta perplex. Hij is sinds de val nog niet zo pijnloos geweest en heeft nog niet zo soepel gescharnierd als tijdens en na deze lange wandeling van twintig kilometer. Hoezo rust nemen? Rust roest!

 

Gepost: 17 Februari 2020  

 

Wandelknooppunten: 53, 10, 55, 56, 73, 65, 40, 21, 20, 22, 70, 71, 23, 51, 20, 22, 25, 23, 04, 02, 57, 54, 53 (17 km)