WANDELEN: Waal 2

Ik trek op zondag, 11 augustus 2019, tegen mijn principe de zondagse wandelschoenen aan. Verplichtingen doordeweeks dwingen me tot een wandeling in het weekend, want door de vakanties heb ik geen enkel verhaaltje meer op de plank liggen. Op zondag vind ik het meestal te druk in de natuur, hoewel dat vooral de fietsende medemens betreft en niet de wandelaar.

Om half tien sta ik op de veerstoep in Wamel. De veerstoep aan de overkant in Tiel ligt aan een gigantische, dure parkeer boulevard. Vandaar mijn tactische manoeuvre om via de Prins Willem-Alexander brug naar Wamel te rijden voor een gratis parkeerplek. Later op de dag merk ik overigens dat de parkeer boulevard in Tiel overhoop ligt. Te duur en te groot. Ben benieuwd wat er voor in de plaats komt.

Overigens wil ik in Wamel meteen naar Tiel overvaren, maar op zondag slaapt de veerman uit. De eerste vaart is om tien uur, en de kerkklokken van Tiel zijn om half tien nog druk in de weer om de veerman uit zijn slaap te wekken.

Dan maar de wandeling in omgekeerde richting, van Wamel naar Heerewaarden, naar het voetveer Heerewaarden–Varik. Ik neem me voor om deze keer de plantjes met rust te laten, maar het lukt niet. Het eerste plantje dat ik zie is de oeverstekelnoot. Tot nu ben ik nog maar één keer eerder een flinke populatie tegengekomen, bij de IJsselcentrale Harculo.

De Waal heeft hier bij Wamel een kleine nevengeul, afgescheiden door een lage dijk van keien, een zogenaamde langsdam. Ik zie er de logica niet zo van in. Misschien om de koeien in de uiterwaarden van een rustig zwemwater te voorzien nu de opwarming toeslaat. En de recreatievaart en de beroepsvaart hebben minder last van elkaar.

Het is duidelijk dat de koeien alles opeten behalve de echte kruisdistel, de dominante factor in de oevervegetatie. Op een volgend stuk oever waar de koeien niet kunnen komen is de kruisdistel verdwenen en vervangen door uitgebloeide zwarte mosterd, guldenroede en wilde peen. Het zal wel met de voorgeschiedenis van het terrein te maken hebben. Op het weggetje terug naar de Waalbandijk baan ik me een weg door een begroeiing van kaardenbol en grote klis.

Mooie dijkhuisjes in Dreumel en de hoge torenspits van de Sint Barbara waakt over het dorp. De populieren ‘ruischen’ in de stevige wind. De wilgen wuiven, maar popelen niet. Langs een buitendijkse strang is het een takkenzooi, waarschijnlijk het werk van een bever.

Voorbij de Yogaschuur Anahata (de naam betekent ‘ongeschonden’ in het Sanskriet) en de Coupure Dreumel (een dijkdeur die Dreumel bij hoogwater ‘anahata’ moet houden) bereik ik de Heerewaardense Afsluitdijk. Een bijzonder Driedijkenpunt, waar Waaldijk, Maasdijk en Heerewaardense Afsluitdijk bij elkaar komen. Deze Afsluitdijk stamt uit 1900 en is puur bedoeld om over een afstand van ongeveer vijf kilometer – tussen de dijkringen van het Land van Maas en Waal en de Bommelerwaard – Maas en Waal uit elkaar te houden. Na de bijna-ramp van 1995 is de Afsluitdijk danig verhoogd en verbreed. Een gedenksteen meldt dat Koningin Beatrix een oogje in het zeil heeft gehouden, zowel in 1995 tijdens de bijna-ramp als in 1997 na de dijkverzwaring. Er staat ook een kunstwerk dat de hoogwater situatie verbeeldt: rivieren, dijken, dorpen. De dorpen bestaan uit alle belangrijke monumenten van de wereld, van het Colosseum tot de Eiffeltoren, van de Angkor Wat tot de Akropolis.

Alle koeien liggen op dit tijdstip van de dag in de herkauwstand. Ik maak een rondje op Bato’s Erf, vernoemd naar een legendarische Bataven hoofdman. Bato’s Erf is een verhoging langs de Waal waar de steenfabriek is ontmanteld, en je kunt recreëren in nieuwe natuur. Je kunt er bramen plukken, groene spechten spotten, vlierbessenjam maken en bessen van de Gelderse roos eten (vogels laten ze links liggen). Op de industriële kade enkele brokken kunst (Xblocs: betonnen golfbrekers), maar pas echt kunstig is het Sint-Janskruid dat door het asfalt heen breekt. De toegangsweg is overigens geplaveid met een schandelijke verzameling hondendrollen. Wegwezen hier.

Ik kom langs de Kopse Boom, een enorme populier vlak langs de Waal, geplant rond 1880. Een baken voor de scheepvaart en een breekijzer voor kruiend ijs uit de tijden van de Elfstedentochten. Vorige week kwam ik langs een monument in Beneden-Leeuwen dat de slachtoffers herdacht van een dijkdoorbraak in 1861, veroorzaakt door een dam van kruiend ijs bij de Waalversmalling bij Varik, hier dus! Maar ja, toen stond de Kopse Boom er nog niet.

Via een verscholen pad bereik ik het voetveer Heerewaarden–Varik. Eindelijk kan ik een keer oversteken met dit voetveer. Op mijn allereerste gedocumenteerde fietstocht (17 januari 2014) kon ik niet oversteken want het voetveer vaart alleen in de zomer. Vorig jaar augustus kon ik niet overvaren omdat het waterpeil in de Waal te laag was tijdens de extreme droogte.

Ik vaar dus nu met groot genoegen over en sta even stil bij de enorme boom op de veerstoep aan Varikse kant, een boom die ik destijds als volgt poëtisch probeerde te beschrijven (In: Tjiftjaffen, 2014): ‘Een majestueuze naakte eik waarvan de spiegel is verstevigd met klinkers voor het geval het water gaat wassen’. Tot mijn schrik zie ik dat de ‘naakte bladloze eik’ van weleer nu een blad-dragende wilg is geworden!          

Ik struin door de uiterwaarden van Landgoed Linschoten met mooie griendbossen en strangen bedekt met watergentiaan. Op de oevers een grote zilverreiger, een blauwe reiger en een groepje Nijlganzen.

Ik kom weer op de Waalbandijk bij het kerkje van Ophemert. Onderaan de dijk is een Kwispelwei aangelegd. Ik loop erdoorheen, maar het lukt me niet om te kwispelen.

Dan een stukje binnendijks door buurtschap Zennewijnen. Ik zie dat de essen langs de doorgaande weg geknot zijn. Misschien is dat wel een elegante oplossing om het probleem van de essentaksterfte te minimaliseren. Niet omhakken die zieke essen, maar knotten zodat je het gevaar van vallende takken beperkt tot dunne, lichte takken.

Langs een paardenweide mooie pluimen van amarant in een mengsel met melganzevoet. Op de Waaldijk bij Tiel staat nog een kunstwerk van dezelfde kunstenaar, ene Cor Litjens: Huizen op de Dijk. Ik zie de grote monumenten van de wereld weer langskomen.

Voor de laatste maal de Passewaaij uiterwaarden in, ooit ontstaan bij een grote dijkdoorbraak. Het stikt er van de distels en van de dagpauwoog. Houden die vlinders van distels of komen ze voor de kamille in de ondergroei? Ik kan het de Polen niet vragen die op deze beschutte afgelegen plek een verhitte discussie voeren.

Ik vaar over van Tiel naar Wamel met voetveer De Pomona. Pomona is de godin van het fruit en echtgenote van Flipje van de Betuwe.

 

Gepost: 1 Augustus 2019

 

Struinen langs de Waal. Traject C: Wamel–Heerewaarden–Varik–Tiel–Wamel (20 km)