WANDELEN: Oene

Toen ik gisterochtend googelde op trefwoord ‘Oene’, zag ik tot mijn verbazing dat het Wikipedia artikel begon als volgt: ‘Oene is een ongelovelijk naar dorp in het noordoosten van de provincie Gelderland (sic)’. Een of andere ‘ongelovige’ grapjas probeerde blijkbaar het gelovige dorp in een ongelofelijk kwaad daglicht te stellen.

Om de burgemeester te informeren wilde ik vandaag – na mijn wandeling – een ‘screenshot’ maken, maar het euvel bleek al verholpen: ‘Deze pagina voor het laatst bewerkt op 14 oktober 2020 om 12:51’. Oene is weer gewoon ‘een dorp in het noordoosten van de provincie Gelderland’. Vandaag, donderdag 15 oktober 2020, kan ik dus met een gerust hart gaan wandelen in Oene en omstreken.

Oene ligt op een relatieve verhoging in de westerse IJsselvallei ofwel Veluwse polder, gekenmerkt door een aantal evenwijdig stromende weteringen die in de buurt van Hattem uitmonden in de IJssel. Van west naar oost het Apeldoorns Kanaal, de Nieuwe Wetering, dan het dorp Oene, vervolgens de Grote Wetering, de Stroombreed, en de Terwoldse Wetering vóór je de IJssel bereikt.

Met de routeverlengingen en routeverkortingen mee heeft het Oener Klompenpad ruwweg de vorm van een klavertjevier met het dorp als aanhechtingspunt van de deelblaadjes.

Ik start bij Café Restaurant Dorpszicht, sinds gisteravond tien uur voor de tweede keer op slot vanwege de landelijke Corona maatregelen. Langs de straten rond de Hervormde Kerk twee monumentjes. Het ene beeldje dateert uit 1981 en gedenkt het 125-jarig bestaan van de Oener Vee- en Paardenmarkt, beter bekend als het Oener Koefeest. Het andere monumentje herinnert aan de MKZ crisis van 2001, die begon in Oene en leidde tot een gigantische slachting onder de nationale veestapel. Mijn humeur wordt er niet beter op: Corona, MKZ, Q-koorts, Varkenspest; het zijn zijden van dezelfde medaille. We zijn met te veel en zitten te dicht op elkaar, zowel mens als huisdier.

Het noordoostelijke klaverblaadje leidt me langs korenmolen Werklust, turbogras, twee schapen met prachtige ‘kurketrekker’ hoorns, turbogras, een brug over de Grote Wetering, turbogras, langs de Stroombreed, en turbogras. De sporadische bloempjes horen bij knopkruid, vlasbekje, witte dovenetel, rode klaver, herderstasje en duizendblad. ‘Knijp er even tussenuit’ wordt geadviseerd middels een enorme wasknijper die fungeert als bank langs de wetering Stroombreed. Maar ik besluit de wandeling helemaal af te maken.

Het zuidoostelijke klaverblaadje is meer van hetzelfde: Stroombreed en turbogras. Het is allemaal te netjes. De sloten zijn uitgebaggerd, de bermen gemaaid, alles aangeharkt, het hele landschap nederlands hervormd. Je zou je bijna gaan schamen voor enkele paardenbloemen die onfatsoenlijk staan te pluizen. Maar er is hoop! De hazelaar heeft al katjes in aanleg en er staan af en toe rijtjes Canadese populieren. De meeste peppels zijn overigens al ooit verwerkt tot klompen, want Oene was een klompenmakersdorp, en dit klompenpad is dus het Klompenmakerspad. Langs de wetering een bosschage met nog een paar van die bijzondere schapen – zwart deze keer – met twee van die ‘eenhoorn’ hoorns.

Op het meest zuidoostelijke puntje van de route ligt de Vloeddijk, die de Terwoldse Wetering met de Grote Wetering verbindt als voorzorg om water te keren als het de weteringen teveel wordt. Een antieke houten sluis met valschut is in de dijk in ere hersteld.

Het is weer bronsttijd bij de schapen (vele schapenrassen zijn  daglengtegevoelig en worden pas bronstig in de herfst). Een ram loopt parmantig rond met een groen ‘stempel’kussen (dekblok) op de borst. De gedekte ooien krijgen dus een kleurtje mee. De schapenhouder zal iedere twee of drie weken de kleur van het stempelkussen veranderen om enig zicht te houden op de spreiding van het lammeren volgend voorjaar. Deze periode zijn de groentjes aan de beurt geweest, vorige periode de geeltjes. Sommige ooien zijn nog maagdelijk blanco.

In het zuidwestelijke klaverblaadje passeer ik de Nieuwe Wetering. In het midden van een grote akker worden net met een rotvaart de laatste rijen voedermais verhakseld. Vogeltjes zoeken snel een veilig heenkomen voor de aanstormende alleseter.

Een groot kassencomplex voorziet ons tijdens de winterperiode van verse aardbeien, maar ik ben tegen ‘off-season’ fruit uit overwegingen van duurzaamheid. Bovendien ontbreekt er iets; je proeft toch aan ‘off-season’ aardbeien dat ze te weinig echte zon hebben gezien en hun kleur te danken hebben aan de zonnebank.

De Kloosterallee herinnert aan het Klooster Nazareth dat in de late Middeleeuwen de grootste grondbezitter was in Oene. Na een bewogen geschiedenis is het nu in particuliere handen en resteren slechts een boerderij met enkele omheinde weitjes met pony’s, hangbuikzwijnen, Drentse heideschapen, en poelepetaten (die zich overigens van de omheining niks aantrekken).

Op de routeverlenging – het noordwestelijke klaverblaadje – sla ik even een blik op de brug over het Apeldoorns Kanaal, waar een hengelaar net een mooie tak aan de haak heeft geslagen. Op de oever staat nog koninginnenkruid in bloei, geheel in stijl met de plaatselijke oranjegezindheid. Hoe klein Oene ook is, het heeft twee Oranjeverenigingen: O.E.N.E (Oranje En Nederland Eén) en OZO (Oranje Zal Overwinnen).

In een weide staan een witte en een bruine alpaca. Nou zie ik wel vaker alpaca’s, maar deze twee lijken – met hun ontblote ondertanden – rechtstreeks ontsnapt uit een tbs-kliniek.

Op deze lus liggen veel grote coniferen kwekerijen. Zelfs tijdens het verorberen van mijn carnivore lunch zit ik tegen coniferen aan te kijken. Vervolgens neem ik een verkeerde afslag zonder al te grote consequenties. Nog een groepje damherten achter een omheining, en ik ben helemaal overtuigd dat Oene alles onder controle heeft.           

 

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/443051272]

 

 

Gepost: 26 Oktober 2020  

 

Klompenpad: Klompenmakerspad met verlengingen (17 km)