FIETSEN: 't Roegwold

Woensdag, 10 juni 2020. Vandaag befiets ik ‘t Roegwold ten oosten van Groningen. Ik had er nog nooit van gehoord, maar het is ook nog een vrij jong natuurgebied, een schakel in de Ecologische Hoofdstructuur tussen de Wadden en de Drentse natuurgebieden. Het bestaat uit enkele geschakelde elementen met verschillend karakter. Ik start helemaal aan de zuidpunt bij Kolham.

Het meest zuidelijke deelgebied heet de Westerpolder en bestaat uit verschraalde, relatief droge graslanden op zandige bodem. Opvallend zijn de verspreid liggende witte akkers, waar margrieten en kamilles de dienst uitmaken.

Weer een sparrenbos dat het loodje legt. Sinds gister weet ik dat de droogte wel een rol speelt – hierdoor zijn de bomen verzwakt – maar het is kever de Letterzetter die de genadeklap geeft.

De sloten zit vol met een waterranonkel en fonteinkruid, maar ik kan de verschillende soorten nog moeilijk uit elkaar houden. Dit gedeelte van ’t Roegwold is een aardige afwisseling van ruige graslanden en boerenakkers met onder andere uitgestrekte velden vezelhennep.

Het tweede deelgebied is Ae’s Woudbloem – bijzondere naam – waar de Slochter Ae en de Scharmer Ae doorheen stromen. Achteraf heb ik spijt dat ik niet even door het dorp Woudbloem ben gereden. Het dorp is vernoemd naar de voormalige aardappelmeelfabriek De Woudbloem, vergezeld van arbeidershuisjes met namen als de Lange Jammer en het Tranendal.

Ik volg de Scharmer Ae aan de westzijde samen met een knaap van een blauwe reiger. De eiken langs de wegen zijn voorzien van een gestandaardiseerd vogelhuisje als onderdeel van de bestrijding van de eikenprocessierups. De ingang is rondom verstevigd met een metalen plaatje, want deze sociale woningbouw is alleen bedoeld voor mezen. Het is niet de bedoeling dat mezeneters de gaatjes groter pikken om jonge mezen te verschalken.

Het Dannemeer is het centrale veenmoeras van het natuurgebied. Aan de noordwestelijke zijde ligt het Afwateringskanaal en dat moet ik een lang recht stuk volgen.

Na een prachtige houten ophaalbrug – Schildjer Tilbat – over dit Afwateringskanaal bij Gemaal Sans Souci (Frans is makkelijker te begrijpen dan Gronings!), begint een prachtig schelpenpad langs het Schildmeer. Rietgorzen tonen hun witte bontkraagjes in de rietkraagjes. Er klinkt een continu geroezemoes van de rietzangers.

Ten noordwesten van het Schildmeer ligt het moerassige deelgebied Tetjehorn. Moerasandijvie groeit in de plasdras, en tussen de wilde eenden ontwaar ik een solitaire kluut. De Uitkijktoren biedt een mooi uitzicht over dit natte gedeelte.

Verder rond het Schildmeer weer boerensloten met gele lis en valeriaan op de oevers en veel waterranonkel in het water. Eén slootkant is schoon gedregd en hoewel de stengels en wortels van de ranonkel liggen te verdrogen, hebben de bloempjes zich opgericht en bloeien vrolijk verder. Een buizerd en een sperwer gaan een luchtgevecht aan over territoriale grenzen. Verrijkte bermen en akkerranden staan nu in volle bloei met slangenkruid, bijenbrood, klaprozen, margrieten en consorten. Opvallend ertussen is de wel twee-meter hoge wilde cichorei die op het punt staat te gaan bloeien.

Bij de brug over het afwateringskanaal in Steendam staat één enkele, opvallende, mij onbekende kruisbloemige die aan het afrijpen is. De bijzondere hauwen hebben de vorm van een Fries pompeblêd. Het blijkt de witte krodde te zijn, volgens de geleerden een algemeen akkeronkruid. Waarom zie ik deze dan voor het eerst? Het zal wel aan mijn ongeoefende oog liggen.

Aan de zuidwestzijde van het Schildmeer ligt een zwemstrand, aan beide kanten begrensd door een mooi ophaalbruggetje. Vervolgens weer een prachtig schelpenpad langs het Schildmeer. In deelgebied de Haansplassen ligt de historische Haanssluis over de Haansvaart, een idyllisch plekje. Vernoemd naar Hindrik de Haan (1827–1899), die de vaart liet graven om rijke wierdegrond te kunnen aanvoeren voor ophoging van zijn arme landbouwgrond. Groepen puttertjes vermaken zich in de zadenrijke begroeiing. Jakobskruiskruid kruipt overal uit zijn schulp.  Duizendblad gaat bloeien met duizenden tegelijk. Een eenzame blauwgrijze wegdistel valt enigszins uit de toon. Uit het niets een grote populatie van de gewone gele rolklaver.

De oostzijde van het Dannemeer is prachtig. Ik zie twee zeer grote roofvogels overvliegen en denk aan zeearenden, maar kan dit zonder foto’s niet hard maken. Op een ondiepe plek in het water met wat begroeiing bevindt zich een grote kolonie kokmeeuwen, die een oorverdovend lawaai maken. Een jonge kokmeeuw is wat afgedreven en zwemt vrij dicht bij de oever. Een tiental volwassenen vliegen rondjes boven de roekeloze puber, en geven me een snauw als ze vinden dat ik te dichtbij kom. De verdediging bestaat blijkbaar niet alleen uit eigen ouders, maar ooms en tantes helpen een handje. Hier is een knuppelpad van zo’n zeshonderd meter aangelegd over het water: vanwege Corona eenrichtingsverkeer.

Langs de Hooilandseweg – ik zit weer in Ae’s Woudbloem – staat een huisje met een flink antennepark van een zendamateur. Esthetisch niet echt verantwoord bij een natuurgebied. Probleem is echter dat de zendmasten er eerder waren dan het natuurgebied.

Vlak voor mijn fiets steekt een wezel het fietspad over. Zo heb je een leven lang geen wezel gezien in de vrije natuur, plots zie je er drie in korte tijd. Twee weken geleden reed ik met de auto op de polderdijk bij Zeewolde, toen er twee wezels de weg overstaken. Ik ben bang dat ik één van de twee niet heb kunnen ontwijken.

Slechts twee gaswinningsinstallaties ben ik onderweg tegengekomen, dus dat valt wel mee zo vlakbij Slochteren. In de Westerpolder, niet ver van mijn startpunt, staat een tweede Uitkijktoren. Een bruinrode gloed van zuring ligt over de velden. In een drinkpoel voor grote grazers staan enkele schermbloemige planten die nog nauwelijks bloeien. Het lijken wel bonsaiboompjes in het water: watertorkruid.

 

Tijdens een aangenaam verblijf een paar dagen later met Marita aan het Paterswoldsemeer, wil zij graag het lange knuppelpad in ’t Roegwold ervaren, en zo geschiede op maandag, 15 juni. We verzamelen tijdens de wandeling nog enkele onbekende plantjes, maar de hoofdprijs is het zicht op een zeearend die op niet te grote afstand in een dooie boom loert of uitrust. Op de foto is duidelijk zijn karakteristieke grote kromme snavel te zien. Twee echte vogelaars staan ‘m ook te bewonderen. Heb ik dan toch tijdens de fietstocht twee zeearenden zien overvliegen? Afijn, dit is met zekerheid ‘mijn’ derde zeearend, na de twee op Tiengemeten jaren geleden!    

 

Gepost: 1 Juli 2020

 

Fietsknooppunten: Kolham, 39, 99, 43, 13, 30, 52, 51, 23, 76, 78, 50, 51, richting 52, richting 31, 87, 30, 13, Slochtermeenteweg, 15, 45, 99, 39, Kolham (50 km)