FIETSEN: Duffelt

De Duffelt is het laaggelegen stroomdal van de Boven-Rijn en de Waal tussen Nijmegen en Kleef, ten zuiden begrensd door de Nederrijnse Heuvelrug. De Duffelt, ook wel de Duitse Ooijpolder genoemd, vormt één geheel met de Nederlandse Ooijpolder en de Millingerwaard. Het Hollandsch-Duitsch Gemaal 1933, aan de voet van de Nijmeegse Waalbrug en de Ubbergse stuwwal, houdt een groot deel van dit grensoverschrijdende poldergebied droog via het afwateringskanaal genaamd Het Meer.

Ik ken flarden van de Duffelt door eerdere fiets- en wandeltochten, maar heb me nooit echt op het gebied gefocust. Op vrijdag, 9 oktober 2020, is het eindelijk een droge dag en start ik mijn fietstocht in Millingen a/d Rijn. Ik passeer de veerstoep van het pontje naar Pannerden, dat blijkbaar nog wel vaart ondanks de Corona. Je bent de bebouwde kom aan de oostkant van Millingen nog niet uit, of je zit in Duitsland.

Bijna meteen loopt de route langs de Griethauser Altrhein, een oude loop van de Rijn, die mede zorgt voor de afwatering van de Duffelt. Helaas loopt er vooralsnog op dit deel geen fietspad over de dijk voor uitzicht over de uiterwaarden. Ik moet het doen met zicht op een binnendijkse weide, die het speelterrein is van vijf jonge stieren. Ze lopen gezellig te bokken.

Het naambord van het dorp Keeken vermeldt ‘Gold Dorf’. Ik herinner me dat ik jaren geleden door ‘Silber Dorf’ Elten wandelde. Het betekent niet dat je er struikelt over de goud- en zilversmeden, maar dat er een keer een medaille werd gewonnen in een jaarlijks terugkerende ‘Landeswettbewerb’, een soort stedenstrijd met een wisselend thema.

In Düffelward fiets ik wel naar de Griethauser Altrhein toe. Aan de overzijde ligt Schenkenschans als een vis op het droge tussen de Oude en de Nieuwe Rijn. Ooit was Schenkenschans – gebouwd door de Gelderse krijgsheer Maarten Schenk – een belangrijke vesting op de splitsing van Rijn en Waal, maar de splitsing heeft zich met enkele bokkensprongen naar Pannerden verplaatst. Zoals ik tijdens een wandeling bij Schenkenschans al voorspelde is het pontje over de Altrhein, samen met de oude kale besnorde veerman, uit de vaart genomen, beiden niet meer rendabel (‘Schenkenschans’. In: It giet oan!, 2016).     

Ik doorkruis de Duffelt van noord naar zuid, van Düffelward naar Mehr, en van Mehr naar Donsbrüggen. Een ree steekt de weg over. Oude boerderijen, zoals de Peerenboomshof, liggen duidelijk op terpen. Vele groepjes ganzen trekken over het gebied. Sowieso veel vogels, van rondcirkelende buizerds tot biddende torenvalken, van groepen houtduiven tot spreeuwenwolkjes. Groenbemesters bedekken de akkers. Het dorp Mehr ligt overhoop, want het wordt voorzien van glasvezel.    

Bij Donsbrüggen staat een zelfkruier, een windmolen met een windroos (een klein molentje op de achterzijde van de kap, haaks op het wiekenkruis), die de molen volautomatisch op de wind zet. Ik passeer het spoor van de ‘Grenzland-Draisine’, een buiten dienst gestelde spoorlijn van een vijftiental kilometers tussen Groesbeek, Kranenburg en Kleef, waarop in twee richtingen volgens dienstregeling met een spoorfiets gefietst kan worden.

Donsbrüggen ligt tegen de Nederrijnse Heuvelrug. Ik fiets in de richting van Kleef, maar sla af naar Rindern om opnieuw de Duffelt te doorkruisen, nu van zuid naar noord, van Rindern naar Düffelward. Door zadelbreuk moest ik vijf jaar geleden op een Via Romana fietstocht Rindern aan mij voorbij laten gaan. Het zou kunnen dat hier aan de ‘limes’ het Romeinse Castellum Harenatium heeft gelegen, dat ook vermeld wordt op de Romeinse Peutinger wegenkaart. Een Romeinse offersteen dient in elk geval in de kerk als altaar. En de kerk ligt aan de ‘Drususdeich’, een verwijzing naar de Romeinse veldheer die zich ook heeft beziggehouden met een ordentelijke splitsing van Rijn en Waal.

Bij Rindern ligt een mooi stukje natuur, de zogenaamde Rindernse kolken, waar je van alles kunt tegenkomen, van ‘Kopfweide’ (knotwilg) tot ‘Wasserveder’ (waterviolier), van ‘Steinkauz’ (steenuil) tot ‘Blässgans’ (kolgans), en van ‘Blaukehlchen’ (blauwborst) tot ‘Schwarzkehlchen’ (roodborsttapuit). Ik krijg alleen maar een klein buitje op mijn kop, terwijl een voorbijgangster haar Golden Retriever niet meer in beweging krijgt, omdat die wellustig naar de inhoud van mijn broodtrommeltje loert.

De hoge dijk van Düffelward naar Griethausen geeft mooi uitzicht op de Altrhein, maar is tevens de winterdijk van de huidige Boven-Rijn, die een kilometertje noordelijker ligt. Het schiereiland tussen de Oude en de Nieuwe Rijn heet Salmorth. Helemaal aan de overkant zijn de kerkjes van Hoog-Elten en Laag-Elten zichtbaar.

Bij Griethausen ligt een stuk industrieel sterfgoed, een aloude spoorbrug over de Altrhein uit 1865, een relikwie van de spoorlijn Zevenaar–Kleef. De wagons werden met een veerpont over de (Nieuwe) Rijn gezet, want een brug werd door Nederland militair te riskant bevonden.

Dankzij die spoorlijn loopt er vanaf Griethausen een mooi recht onverhard fietspad naar Kleef, steeds met de Zwanenburcht aan de horizon. Het pad wordt omzoomd door vooral meidoorn en sleedoorn, af en toe tot op grote hoogte behangen met hop.

Ik doorkruis de mooie, vrij nieuwe Campus van de Hogeschool Rhein-Waal (Rhine-Waal University of Applied Sciences), waar het door Corona een dooie boel is.

Aan de westzijde van Kleef liggen het Stadspark en de Dierentuin. Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604–1679) staat nog fier op een hoge pilaar in het Stadspark. De pilaar is nog niet omgehakt in het kader van de ‘slavernij’ beeldenstorm, maar onomstreden is dit heerschap natuurlijk niet (‘Vijf keer Johan Maurits’. In: Lustrum, 2017).

Ik schrik van een vreemd geluid achter mij. Een zwaarbeladen fiets met een rijkversierde piloot (oranje helm, oranje kindervlag) vliegt me voorbij, en groet me tijdens het passeren door middel van een luide klaroenstoot van zijn misthoorn (nou niet overdrijven, Jan!). Eigenlijk best sympathiek.

Na Donsbrüggen en Mehr volgt een nieuw stuk. Ik heb nog nooit zo veel sleedoorn in volle vruchtdracht bij elkaar gezien langs de kant van de weg. Wordt er eigenlijk iets gedaan met al die pruimpjes? Er moet blijkbaar eerst de vorst overheen om de tannines af te breken.

Van Zyfflich fiets ik in de richting van het Wylermeer (op de grens) en het Wylerbergmeer, net aan de Nederlandse kant van de grens. In de polder die hier tegen het meer aanligt is in 1854 een dwarsdijk (Querdamm) aangelegd omdat de Ooijpolder regelmatig overstroomde, en grote delen van de Duffelt daar last van hadden. Tijdens Operatie Market Garden is hier hevig strijd geleverd en is de dwarsdijk – sinds 1949 de grens – door de Duitsers doorgestoken, waardoor plaatsen als Leuth en Kranenburg volledig onder water kwamen te staan. Er is een wandeling uitgezet om de polder heen, die hiervan verslag doet. De bekende Thornsche Molen – met restaurant en enkele nabije kunstwerken – is de uitgelezen startplaats voor deze wandeling.   

Op het laatste stuk naar Millingen maak ik nog een klein ommetje de onzichtbare grens over. Opvallend dat de grote laanbomen in Duitsland allemaal genummerd zijn. Wel handig tijdens het appèl ’s morgens vroeg. “Nummer, naam?” “207, Witte Abeel.”   

 

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/443119547]

 

Gepost: 21 Oktober 2020

 

Fietsknooppunten: 94, (33), 05, 70, 31, ri. 26, 05, 04, 22, 26, 31, 70, 69, 67, 64/66, 66, 65, ri. 93, 35, 93, 94 (60 km)