FIETSEN: De Onlanden

Vanuit een luxe ‘pied à terre’ in Paterswolde (Drenthe) maak ik op dinsdag, 16 juni 2020, met Marita een ontspannende fietstocht in de Onlanden. Dit natuurgebied fungeert ook als waterbergingsgebied en moet de Groningers voor natte voeten behoeden. Maar het gebied van vijfentwintig vierkante kilometer ligt in de kop van Drenthe, dus Groningers: “Maak geen ruzie met de Drenten”. Trouwens, zelfs de stad Groningen ligt bijna in Drenthe! En Groningen Airport Eelde ligt in Drenthe.

Ik kan niet zeggen dat ik het gebied goed ken, maar heb in de buurt vele voetstappen liggen door mijn Middelbare School periode 1961–1967 in Haren (Groningen). Het Sint-Maartenscollege lag op de grens van Haren en Groningen, maar mijn kostschool (kleinseminarie) bestond uit zo ongeveer de allerlaatste kapitale Harense villa’s langs de Rijksstraatweg (361), op steenworp afstand van Glimmen. Groningen, Haren en Glimmen liggen op het Groningse deel van de Hondsrug. Iets westelijker of zuidelijker zit je onherroepelijk in Drenthe.  

De Onlanden waren van oudsher een ontoegankelijk veengebied. In de Middeleeuwen begon een geleidelijke ontginning. Pas in de twintigste eeuw werd het gebied intensief gebruikt als hooiland. En nu mogen grote delen weer gecontroleerd Onland worden, een combinatie van verschillende soorten grasland, moeras, beken en open water.    

De Onlanden hebben mogelijkerwijs ooit toevoer gehad uit de Drentsche Aa, maar het zijn twee westelijker gelegen beken die nu de wateraanvoer verzorgen: het Eelderdiep en het Peizerdiep.

Startpunt van onze fietstocht is Kijkboerderij ’t Hoogeveld aan de rand van Paterswolde–Eelde, twee dorpen die inmiddels met elkaar zijn vergroeid. Limousins (bruine vleeskoeien) die al gekalfd hebben of op het punt staan te gaan kalven (dus eigenlijk Limousines!) lopen met hun kroost in de stal. De overige leden van de veestapel begrazen her en der de veenweiden in de Onlanden.

Een eenzaam reetje graast ook rustig in de velden, maar heeft de akkers met witte lupine nog niet gevonden. Een fijngebouwde soort lupine, waarvan de eiwitrijke zaden ongetwijfeld hun weg zullen vinden naar de vegetarische slager.

Op een wat hogere zandkop in het veengebied, met de bijnaam Het Beeld, staan enkele tweedimensionale, metalen monniken op het pad. De beboste heuvel, waar nu de uitkijktoren staat, was een rust & schuilplek voor de monniken van het belangrijke klooster in Aduard (Groningen) die rond 1300 op weg waren naar Vries (Drenthe), hemelsbreed meer dan twintig kilometer. Wat moesten ze in Vries? Ongetwijfeld Drenten bekeren. De oase in het veen is waarschijnlijk gemarkeerd geweest met een beeld. Het beeld is verdwenen, de naam is gebleven. Overigens is de uitkijktoren gesloten vanwege de ‘social distancing’.  

Grote wederik, vlasbekje en ratelaar staan in bloei en de kattenstaart bijna. Een afwateringssloot staat vol met bloeiende holpijp. Niet alleen de deftige Limousines, maar ook de ruige Schotse hooglanders mogen meegenieten van de kruidenrijke Onlanden.

In een flits ziet Marita een bijzondere plant in de berm met kleine, maar zeer apart gebouwde bloemen, net een helmpje: geoord helmkruid. De berm en velden staan ook vol met een hoge, slanke, vrij kale distel. ‘What’s in a name?’ Kale jonker.

We passeren een houten fietsbrug over het Peizerdiep en maken dan een lus in het Leekstermeergebied. Eerst het dorp Roderwolde met de bijzondere graan & oliemolen Woldzigt. Bijzonder, met de molen in het midden, bovenop een rijtje woningen en schuren. Vóór de molen ligt de voormalige Schippershaoven, nu zwembad in de sloot die aansluit op het Peizerdiep.

Bij het dorp Sandebuur een weide met pony’s in alle kleine maten, van S tot XXS: ‘My little pony’ loopt er zeker tussen.

Bij het Stobbenven staat Monument Het Oerwold, enkele lange staken met een eikenblad in top, ter nagedachtenis aan het oerbos dat hier ooit heeft gestaan. De oeroude stobben, zevenduizend tot tienduizend jaar oud, kwamen bij de herinrichting tevoorschijn. Terwijl we hier ons lunchpakket verorberen op de Mijmerbank, horen we enkele malen de doffe ‘hoemp’ van de roerdomp. De eerste keer voor Marita, en hier is ze enthousiaster over dan haar eerste zeearend gister in ’t Roegwold.

We volgen het Peizerdiep langs het Langmameer – een groepje bergeenden luiert in het gras – en steken over naar het Eelderdiep, het natste gedeelte van de Onlanden, omdat hier het water van de bovenloop wordt tegengehouden door een overloop. Er zwermen en zwemmen ontelbare meeuwen, ganzen en eenden. Kleine eilandjes worden gevormd door honderden identieke planten, waarschijnlijk moeraswederik. Een enkel exemplaar van moerasandijvie heeft zich gevestigd.

In de buurt ligt het Bezoekerscentrum de Onlanderij. We volgen het Eelderdiep terug naar onze startplaats. De beek zit vol met krabbenscheer. In bloei!

 

Gepost: 7 Juli 2020

 

Natuurmonumenten: Fietsroute De Onlanden (30 km)