WANDELEN: Bourtange

Woensdag, 25 september 2019. Ik maak van een verblijf in het noorden gebruik om Vesting Bourtange te bezoeken in het oosten van de provincie Groningen, op de grens met Duitsland. Het ligt gek genoeg in de streek en gemeente Westerwolde, terwijl je toch niet veel oostelijker kan gaan in Nederland. De naam stamt dan ook waarschijnlijk uit de vroege Middeleeuwen toen er nog geen sprake was van een Duitse grens.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) bleef de stad Groningen – langer dan de rest van het noorden – trouw aan Spanje. De stad werd bevoorraad vanuit Duitsland over een zandrug (tange) door het Bourtangermoeras. Willem van Oranje blokkeerde deze weg door de aanleg van een schans. Nadat de stad Groningen in 1594 door de Staatsen was ingenomen, werd Bourtange onderdeel van een linie van verdedigingswerken langs de veenmoerassen in het noorden van Overijssel en het oosten van Drenthe en Groningen (Lichtmis – Ommerschans – Coevorden – Bourtange – Bellingwolde).

De schans Bourtange werd meerdere malen verbeterd, en werd een vesting door de vestiging van burgers. Het bereikte in 1742 zijn maximale omvang. Door de verdroging van de veenmoerassen en een grotere reikwijdte van het geschut, verloor de vesting zijn betekenis en werd officieel in 1851 opgeheven. Het raakte in verval, maar werd tijdens de vorige eeuw herbouwd naar de staat van 1742. De ingang van het Bezoekerscentrum meldt dan ook: ‘Welkom in het jaar 1742’.

Ik maak een ruime wandeling om de vesting heen om te eindigen bij de horeca op het centrale marktplein. In de buitenste vestinggracht groeien gele plomp en krabbenscheer. Op de oevers staan plukken invasieve Japanse duizendknoop, vol in bloei, en het onschuldiger gewoon wilgenroosje. Het struikgewas kleurt rood door de bessen van hulst, lijsterbes, meidoorn en onrijpe bramen. De muskusrat lust blijkbaar ook vestingwallen. Rattenvallen zijn uitgezet in de vestinggracht.

In de berm valt een klein plantje op met roze-rode bloempjes met binnenin een donkere krans aan de kroonbasis. Het blijkt de zeldzame steenanjer te zijn. Het is een troef van het Vechtdal in Overijssel, maar komt blijkbaar ook voor langs de Eems in Duitsland, en is uitgewaaierd naar Westerwolde.    

Via een graspad bereik ik een inundatiesluis. Redoute Bakoven – nu niet veel meer dan een kuil met wallen eromheen – moest deze belangrijke sluis bewaken. Vanaf hier loopt de Soldatendijk in de richting van de Duitse grens. Wachtlopende soldaten konden in oorlogstijd de vijand en in vredestijd de boeren in de gaten houden; beiden hadden er belang bij om het water te laten wegstromen. De dijk is nu het territorium van vlasbekjes en parasolzwammen.

De Soldatendijk gaat over in de 637 meter lange Liniedijk, die in 1796 door de Fransen is toegevoegd aan het voorterrein van de vesting, pal op de Duitse grens. Ik zie een betonnen grenspaal met de letters RE, waarschijnlijk van Redan. Enkele Redan’s (twee aarden wallen onder een hoek van negentig graden) en Bastions vormden extra versterkingen van deze Liniedijk.

De Liniedijk is deels bebost. In de ondergroei een overmaat aan een plant die me nooit eerder is opgevallen, hoewel hij niet zeldzaam is. Stengels die uit de grond schieten met twee rijen bladeren in één vlak. De trosjes met blauwe bessen in de bladoksels hangen onder de gebogen stengel en vallen van boven nauwelijks op. Het is de gewone Salomonszegel.

Ik bereik de grensovergang tussen Bourtange en het Duitse Neurhede met een slagboom langs de kant van de weg: ‘von 22.00–6.30 Uhr geschlossen’. Tot 1 januari 1993.

Na een klein stukje Duitsland, weer terug in Nederland zonder grensovergang. De weg wordt geflankeerd door een houtwal van hazelaar met hazelnoten in overvloed.

‘De Natte Horizon’ is een waterplas met een strandje op loopafstand van de vesting, onder tegen de verdedigingshelling (glacis). Het geeft een indruk van de vesting in inundatie-modus. In het water bloeit de veenwortel (watervorm). Het lijkt alsof op de begrenzing van het strandje een bloemenmengsel is uitgestrooid: kaasjeskruid, knoopkruid, vlasbekje, steenanjer, grasklokje, duizendblad. 

Ik kom weer bij de vestinggracht maar de route heeft nog een lus aan de westkant in petto. Het is het seizoen van de rijpe sneeuwbes. En pompoenen. Een boerderij trekt middels twee reusachtige poppen van strobalen de aandacht om de collectie pompoenen aan de man te brengen.

Het is weer zo’n dag dat de naaktslakken er massaal opuit trekken. Velen liggen gehavend op het asfalt, waarschijnlijk opgepikt door vogels en niet smakelijk bevonden. En verkeersslachtoffers uiteraard.

Langs de Oude jodenkerkhoflaan ligt een oude omheinde joodse begraafplaats met slechts negen zerken; er zijn nog een heleboel graszoden beschikbaar. De sloten langs de weg zijn dichtgegroeid met lisdodde.

Ineens een rijtje hennepplanten langs een akker. Ik heb niet de indruk dat er iets mee gedaan wordt. Misschien wil de boer het uitproberen op zijn koeien, want hennep is ook vanouds een veevoedergewas.

Ik loop het laatste stuk door de inundatievlakte aan de oostzijde van de vesting, die aardig kaal wordt gehouden door grote grazers en een kudde geiten. Opvallend zijn de uitgebreide haarden van vlasbekje en uitgebloeid Sint-Janskruid.

Via bruggetjes over de grachten, met een kroonwerk en ravelijnen als extra versterkingen, betreed ik het centrale deel met vijf bastions. Hoewel het moderne dorp Bourtange buiten de vesting ligt, wordt er ook gewoond in de vesting. Op een brug over de binnengracht en op twee plaatsen tussen de bastions liggen ‘secreten’, schijthuisjes met een zitbalk boven het water (nu voor de veiligheid voorzien van een metalen rooster). De uitvalswegen, bestraat met kinderkopjes en klinkers, lopen van de vijf bastions naar het centrale plein met een kerkje, synagoge, kleine musea in de verschillende officierswoningen, winkeltjes en horeca. En een houten paard dat diende als martelwerktuig: de boef werd op het paard gezet met zware gewichten aan zijn voeten.

Ik loop een rondje over de aarden wallen die bovenop bijna uitsluitend bekleed zijn met varkensgras. Op de punten van de vijf bastions een wachthuisje, soms ondersteund door een kanon. Een houten standerdmolen staat op één van de bastions. Die draait niet alleen zijn kap met wieken in de wind zoals een bovenkruier, maar zijn hele lichaam.

Je kunt overnachten in de logementen binnen de vesting, maar dan word je wel geacht in de nacht wacht te lopen op de Soldatendijk in achttiende-eeuwse kledij.

 

Gepost: 5 Oktober 2019

 

Trage Tocht Bourtange (12 km)