WANDELEN: Market Garden

Zondag, 17 september 1944. ‘Vanmorgen tijdens de Hoogmis begon het bombarderen van Wolfheze’. Zo begint het dagboek van slager Ko van der Vooren uit Renkum, opa van Marita aan moeder’s kant. Het dagboek is recentelijk gepubliceerd onder de titel ‘Vlucht uit Renkum’.

Vijfenzeventig jaar geleden begon op 17 september Operatie Market Garden, die voor de bevrijders rampzalig verliep, maar ook voor de burgerbevolking van Arnhem en omstreken. Dinsdag, 17 september 2019, is dus een uitgelezen dag voor een wandeling over het strijdtoneel tussen Wolfheze en Oosterbeek.

Ik start om kwart voor negen bij de Naald in Oosterbeek, het Airborne Monument pal voor Hartenstein dat het Airborne Museum huisvest. Een kranslegging staat op het punt van beginnen, het startsein voor alle Airborne herdenkingen.

Hotel Hartenstein en Hotel De Tafelberg waren het hoofdkwartier van de Duitse Veldmaarschalk Model en zijn staf. Toen de Britse parachutisten uit de hemel vielen verplaatste hij hals-over-kop zijn hoofdkwartier naar Doetinchem om van daaruit de tegenaanval te leiden. Met succes! Binnen een mum van tijd werden de westelijke toegangswegen en de spoorlijn naar Arnhem hermetisch afgesloten.

Een paar dagen later werd Hartenstein noodgedwongen het hoofdkwartier van de Britse Generaal Urquhart, in het centrum van een steeds kleiner wordende perimeter in Oosterbeek, van waaruit hij de hopeloze strijd voerde en uiteindelijk na negen dagen zijn resterende manschappen moest evacueren over de Rijn naar de Betuwe.

Kruidachtige planten hebben geen historisch besef, ze hebben de oorlog niet meegemaakt. Een bloemrijke akkerrand bloeit zorgeloos in grote verscheidenheid met boekweit, bladrammenas, wikke, kaasjeskruid, bijenbrood, korenbloem, komkommerkruid en klavers. En ook de onkruiden als klein springzaad, reuzenbalsemien en de hennepnetel in de bosrand zijn zich van geen kwaad bewust. Maar de meerstammige tamme kastanje langs mijn wandelpad weet meer van de strijd. Misschien is de oorlog wel de oorzaak van zijn meerstammigheid.

Een kleine gedenknaald langs de Valkenburglaan verwijst naar een grote depressie van vijftig bij honderd meter in de bosrand. Een honderdtal para’s, die zich op 20 september in de Bilderbergbossen hadden gehergroepeerd, veroverden deze kuil op de Duitsers om vervolgens uit te breken naar de perimeter rond hoofdkwartier Hartenstein.

De Sonnenbergbossen en Bilderbergbossen staan vol Amerikaanse eik. Zijn succes is mede te danken aan het ontbreken van natuurlijke vijanden. Maar daar komt verandering in. Het blad is flink aangetast door een schimmelziekte en ook vraat komt steeds meer voor. Onze inheemse parasieten beginnen oog te krijgen voor de exotische keuken!            

De Graaf van Rechteren Weg met Hotel Dreyeroord, bijgenaamd ‘The White House’, vormde de noordelijke grens van de zwaar onder vuur liggende perimeter. Nu ligt er vlakbij het ‘Vegetarische Woonpark Ommershof’, symbool van onze luxueuze keuzevrijheid in doen, eten en laten, vijfenzeventig jaar na de bevrijding.

Ik bereik de spoorbaan bij Station Oosterbeek. Drie jonge exotische mammoetbomen – ik denk de bladverliezende watercipres – sieren een plantsoentje. De spoorbaan ligt diep verzonken tussen het hoge talud; geen prettige route richting Rijnbrug, een makkelijk doelwit voor Duitse scherpschutters vanuit de hoogte tussen de begroeiing.

Aan bijna alle Oosterbeekse huizen hangt de Airborne vlag, paars met erop de blauwe Pegasus, het gevleugelde paard. Ik bereik de Airborne begraafplaats. Hier liggen ongeveer achttienhonderd para’s begraven, waarvan zo’n tweehonderdveertig niet geïdentificeerd (‘Known unto God’). Er worden nog regelmatig bij werkzaamheden in de omgeving van Oosterbeek vermisten gevonden. Je moet er toch niet aan denken dat één of andere idioot de graven van deze helden besmeurt zoals vorige week in Mierlo bij Eindhoven.

Van de ongeveer tienduizend manschappen die aan de operatie bij Arnhem deelnamen, zijn ongeveer zesduizend krijgsgevangen gemaakt, tweeëntwintighonderd uiteindelijk geëvacueerd en zo’n achttienhonderd gesneuveld. Respect!  

Achter de begraafplaats staat een monument opgedragen aan de bevoorradingstroepen. Het beoogde afwerpgebied op Landgoed Lichtenbeek hebben de Engelsen nooit in handen kunnen krijgen. De meeste gedropte goederen vielen dan ook in Duitse handen.

In de bossen van Lichtenbeek een verdroogde kikkerpoel zonder kikkers en de Kleine Pol, een kunstmatig heuveltje, tweehonderd jaar oud, dat diende als uitkijkpost over het Landgoed.

Ik kruis de Dreyenseweg in oostelijke richting. Deze weg maakte deel uit van de onneembare verdedigingslinie van de Duitsers tegen de opmars van de para’s.

Ik bereik de terreinen van de Johannahoeve, een modelboerderij uit het begin van de twintigste eeuw. Ten tijde van de Slag om Arnhem was het in bezit van de Missionarissen van Mill Hill. De gebouwen werden grotendeels vernield, maar na de oorlog herbouwd. Het is een groot complex, nu Koningsoord geheten, waar de Trappistinnen van Berkel-Enschot verblijven. Bier zal er niet gebrouwen worden, maar de Natuurbegraafplaats Koningsakker is ook een mooie bijverdienste. De klok van de abdij slaat elf uur. De nonnen hebben uitzicht op de Edese Golfbaan.

De para’s die vastliepen op de Duitse linies langs de Dreyenseweg kregen op 19 september de opdracht zich terug te trekken op Wolfheze, achtervolgd door de Duitsers. Ik volg grotendeels de vluchtroute, tussen de spoorbaan en de achterkant van Papendal. Enkele hardlopers van Team NL komen me tegemoet op het Gerard Nijboerpad, buiten de omheining. Binnen de omheining is een hoekje bomen met lint afgezet. Er liggen enkele Airborne kransen en twee bezoekers maken foto’s. Waarschijnlijk een plek waar zich een persoonlijk drama heeft afgespeeld.

Ik ga onder de A50 door, die op zijn beurt onder de spoorbaan doorloopt en bereik een grote duiker voor waterafvoer dwars door het talud van de spoorbaan. Deze duiker werd bij toeval door de vluchtende para’s ontdekt en was net groot genoeg om met hun jeeps en klein materieel de bossen ten zuiden van de spoorbaan te bereiken.

Een Nederlandse militair staat hier ‘op wacht’. Hij vertelt dat vandaag groepjes militairen uit meerdere Navo-landen een wandeling maken – net als ik – langs de markante punten van de strijd. Hij wacht hier op de volgende groep om uitleg te geven. Op 17 september liep de eerste verkenningsgroep van acht jeeps hier in een hinderlaag van de Duitsers, en twee dagen later was dit tunneltje een belangrijke vluchtroute voor de para’s. De inslagen van granaten zijn nog zichtbaar als donkere kringen van buntgras in de heide. Een groep Franse militairen komt door het tunneltje gekropen. Ik geef ze gaarne voorrang en duik dan zelf bukkend door de duiker in tegenovergestelde richting.        

De route loopt verder kriskras door de Bilderbergbossen, waar de vluchtende para’s zich konden hergroeperen. Maar ook hier kregen ze te maken met zware tegenstand. Velen sneuvelden, slechts een klein gedeelte wist de perimeter rond Hartenstein te bereiken, de meesten werden krijgsgevangen gemaakt, anderen doken onder op de Veluwe.

Ik ben terug bij de Naald, waar de kransen zijn gelegd en de enorme tent op het grasveld geopend is. Hier kan een ‘Horsa Glider’ worden bewonderd, het zweefvliegtuig waarmee manschappen en materieel op de landingszones bij Ede en Wolfheze werden afgezet.

Ik vervolg de route vanaf Hartenstein naar de Rijn. Vele villa’s binnen de perimeter dienden als noodhospitaal of EHBO-post. Het strategische hoge punt langs de Rijn – Westerbouwing – moest op 21 september door de Engelsen worden opgegeven. De eigenaar van het Drielse Veer maakte vervolgens zijn boot onklaar zodat die niet door de Duitsers gebruikt kon worden. Daardoor werd echter ook de overtocht van de Poolse para’s, die bij Driel waren geland, bemoeilijkt.

Helemaal onderlangs loopt de Benedendorpseweg en het lukte John Frost en zijn mannen om op de eerste dag via deze route vlak langs de Rijn de Rijnbrug te bereiken, maar versterkingen bleven uit.

Ik bereik het Kerkpad door de uiterwaarden, deels vlonderpad over enkele klaterende beken. Over de begroeiing van reuzebalsemien en groot springzaad heen uitzicht op de Rijn, waar in de nacht van 25 op 26 september de evacuatie van meer dan tweeduizend manschappen plaatsvond naar de Betuwe. In het kleine oude kerkje uit het jaar 900 wordt een filmpje vertoond over de ‘White Ribbon Mile’. De vluchtroute is in de uiterwaarden – net als destijds – met parachutelint aangegeven tot de oever van de Rijn, waar een eenvoudig monument herinnert aan de hachelijke overtocht in de pikdonkere nacht in wankele bootjes onder Duits vuur vanuit Westerbouwing. Vlakbij het kerkje ligt de oude pastorie, het beroemde noodhospitaal van Kate ter Horst-Arriëns, de ‘Angel of Arnhem’.

Ik moet even bijkomen van alle emoties in Kleyn-Hartensteyn. Op het terras zit ook een groep Duitse militairen na hun wandeltocht. Mooi toch! Ze spreken geen Duits met mekaar, maar communiceren in het Engels.

 

Gepost: 23 September 2019

 

Tweevoeter: Wandeling Oosterbeek A+B+C+D (20 km)