FIETSEN: Oudegaasterbrekken

Oudegaasterbrekken, dat is nogal een tongbreker. In het Fries is het niet veel beter: Aldegeaster Brekken. De naam Brekken komt veel voor in het lage midden van Friesland: ‘gebroken’ land, door erosie of vervening in meertjes veranderd. Deze Brekken zijn vernoemd naar het dorp Oudega.

Ik heb een mooie fietsroute gevonden die me leidt van Nijland naar Oudega (met zijn Brekken) en terug in een grote lus via Workum en Bolsward.

Het is vrijdag, 15 mei 2020. Nijland (‘Nieuw land’) ligt tussen Sneek en Bolsward, en dankt zijn naam aan de dichtslibbing van de Middelzee in de dertiende eeuw. De Middelzee was een zeearm die liep van de Waddenzee langs Leeuwarden en Sneek met een bocht naar Bolsward, en verdeelde Friesland in Westergo en Oostergo. Zoals in de meeste Friese dorpen staat de kerk op het hoogste en droogste punt, omgeven door het kerkhof en in dit geval een kleine gracht. De kerk is gewijd aan Nicolaas van Myra, beschermheilige van zeevaarders, maar ook van deurwaarders, bankiers, wijnhandelaars, parfumeurs, vrijers, kinderen en nog vele andere beroepsgroepen. Ooit is hij van Turkije naar Spanje verhuisd en komt nu ieder jaar naar Nederland, vermomd als Sinterklaas.

Ik moet even melden dat Hottinga een belangrijk Fries geslacht was met een State in Nijland. Johan Hottinga(†), mijn populaire meester in de derde klas Lagere School en pianoleraar, is ongetwijfeld een verre nazaat. 

Ten zuiden en oosten van de dichtgeslibte Middelzee werden de Friese Hempolders aangelegd. Ik kom eerst door het dorp Remswerd, dan Wolsum met buurtschap Wolsumerketting. De toevoeging ‘ketting’ verwijst naar een kettinghuis van waaruit een kabel over watergang de Wijmerts kon worden gespannen, waarschijnlijk voor een pontje of voor een overhaal.

Ik heb de indruk dat de natuur in het noorden een beetje achterloopt bij het zuiden. Dat kan natuurlijk best, want hoe klein Nederland ook is, het is in het noorden gemiddeld enkele graden kouder dan in het zuiden. Het is hier nog één en al bloeiend raapzaad dat de bermen beheerst, terwijl in het zuiden de plant al aan het afrijpen is.

In Wolsum fiets ik even naar het kaatsveld, maar daar is niks te zien, want voor kaatsen heb je geen doelpalen nodig. Ik vermoed dat Kaatsvereniging ‘De Seare Hân’ niet in de eredivisie speelt, want met zere handen kom je niet zo ver.

Het dorp Blauwhuis ontwikkelde zich in de zeventiende eeuw rond een katholieke schuilkerk met blauwe dakpannen. Nu staat er de Sint-Vitus Kerk (1871), de eerste opdracht van bouwmeester Pierre Cuypers in het noorden van het land. Als je ooit de Blauhúster Dakkapel in actie hebt gezien tijdens schaatswedstrijden, dan snap je dat in deze katholieke enclave in Friesland carnaval wordt gevierd.

Verder naar Greonterp, zonder kerk, maar met een elegante kleine klokkentoren, die af en toe laat weten dat het tijd is om naar de kerk in Blauwhuis te gaan. Opvallend bedrijfspand langs de weg: ‘Jelle’s Putsjebedriuw’.

Mooie polderwegen zonder barrières. Je fietst zo de weilanden in. En het stikt er van de ‘protters’ (spreeuwen) die nestelen onder de pannen van de boerderijdaken. In mijn jeugd nestelden ze ook onder de pannen van mijn ouderlijk huis midden in Sneek, maar tegenwoordig zie je ze bijna niet meer in de steden.     

Ik duik via een bijzondere kelderconstructie onder de spoorlijn Leeuwarden–Stavoren door en zit dan op het Brekkenpaad, een schitterend fietspad met water aan de ene kant en natuurgebied De Ryp van It Fryske Gea aan de andere zijde. Ik kijk mijn ogen uit. Grote groepen ganzen en weidevogels. Heb in lange tijd niet zo veel grutto’s gezien. Terwijl de ouders krijsen zie ik de pullen door het hoge gras lopen. Maar een primeur voor mij is het grote aantal kemphanen, met kragen en kuiven in allerlei kleurvariaties. Sterk bedreigd; ik lees dat ze eigenlijk alleen nog maar vóórkomen in de natuurgebieden in Noord-Holland en Friesland. Hier dus! Bovendien krijg ik weer eens een klein vogeltje voor de lens: een rietgors met z’n zwarte koppie en wit bontkraagje wil wel even poseren in het riet.  

Ik besluit mijn route aan te passen en eerst helemaal om de Brekken heen te fietsen om maximaal van deze natuur te genieten, voor ik via Workum en Bolsward terugfiets. Bij Nijhuizum ga ik richting Gaastmeer en Oudega, maar kom al snel voor water de Grons te staan. Het is vandaag 15 mei en pas 20 mei worden de Corona maatregelen iets versoepeld en vaart het pontje weer.

Dan maar een wijdere lus via Brandeburen in It Heidenskip om Gaastmeer en Oudega te bereiken. De weilandhekken zijn onderweg versierd met grote surrogaat Delftsblauw tegels met tegeltjeswijsheden: ‘Het kan niet fout gaan, hooguit anders dan verwacht’. Dat kun je wel zeggen vandaag, want na een omweg van vijftien kilometer zie ik het dorp Gaastmeer liggen, maar wel aan de overkant van de Wijdesloot. En het pontje is volledig uit de vaart genomen. Zelfs de bel om de veerman te waarschuwen – hij staat aan de overkant triomfantelijk uit het raam te kijken – is gedemonteerd.

Ik zal en moet naar Oudega en dat betekent eerst dezelfde weg terug – ik kom opnieuw langs de twee meerkoeten die dood op het asfalt liggen, net aangereden door een haastige automobilist – en dan het Brekkenpaad in tegengestelde richting (geen straf) tot aan Oudega.

Volgens mij heb ik geen naaste familie in Oudega, maar jaren geleden werd ik gebeld door ene Bob Siemonsma die hier zijn ‘roots’ heeft. Bij het opruimen van de spullen van zijn overleden vader vindt hij een foto van zijn vader met een Indische dame aan zijn zijde. Zijn vader was uitgezonden naar Indië in de naoorlogse periode 1945–1949. Bob heeft op internet gevonden dat ik een Siemonsma ben met een arbeidsverleden in Indonesië. Ik ben toch niet toevallig in die tijd in Indië geboren, indo, en zijn halfbroer? Nee dus!

Inmiddels heb ik genoeg kilometers gemaakt en besluit om van Oudega via een alternatieve route terug te fietsen naar Nijland. Onderweg zie ik in de verte het mooie witte kerkje van Oosthem. Bij Abbega ligt ook een ‘ketting’buurtschap langs de Wijmerts: Abbegaasterketting.

Ik heb deze tocht weer eens beseft hoe weinig ik weet van  de streek op korte afstand van mijn geboorteplaats Sneek. En ik was me dus niet bewust van het feit dat hele stukken van Friesland moeilijk bereikbaar zijn nu de kleine pontjes niet varen vanwege Corona. Alle wegen leiden naar Rome, maar niet naar Oudega.

 

Gepost: 5 Juni 2020

 

Fietsknooppunten: 24, 13, 12, 14, 15, 16, 33 (pontje vaart niet), 16, 06, 04, 17, 18, 23, 34 (pontje vaart niet), 23, 18, 17, 04, 06, 16, 15, 31, 32, 31, 30, 29, 28, 13, 24 (60 km)