SELFIES: Toe-iet, toe-iet

Het is nu al zes weken dat-ie onze buurt terroriseert. Zes à zeven uur per dag meent hij zich luidkeels te moeten manifesteren in zijn territorium waaruit wij niet kunnen ontsnappen. Zelfs tijdens de Dodenherdenking op 4 mei kon-ie zich niet twee minuten inhouden. Maar het is niet alleen zijn geluid dat mij benauwt; zes à zeven uur per dag houdt hij alles in de gaten vanuit het hoogste punt dat er in de buurt te vinden is: de watercipres (Metasequoia) in de tuin bij de buren.

Normaal word je in het voorjaar blij wakker wanneer je de vogeltjes hoort fluiten. Merels zijn er altijd vroeg bij, maar de ene keer zal het wel Pietje zijn, de andere keer Klaasje, denk je dan. Je moet toch een specialist zijn om aan de zang de ene  van de andere merel te kunnen onderscheiden.

Nou, deze dus niet! Deze herken ik uit duizenden. Om de andere regel normaal merelgezang laat hij een zeer merelvreemd “toe-iet, toe-iet” horen. Ik weet dus zeker dat die merel die nu al zes weken daar in het topje van die watercipres zes à zeven uur per dag indruk op de vrouwtjes probeert te maken één en dezelfde merelman is.

Misschien versta ik hem wel verkeerd – dacht ik op een bepaald moment – en is-ie gewoon aan het twitteren (“tweet, tweet”) om zijn gedachtengoed aan de wereld te verkondigen.

Af en toe maakt hij een duikvlucht om een andere merelman te verjagen, die het waagt in zijn buurt te komen. Maar merelvrouwtjes heb ik nauwelijks gezien. Die zullen – net als ik – wel denken: ‘Uitslover, kun je niet gewoon zingen!’

Mijn fascinatie voor deze merelman vertaalde zich zelfs in een droom. Ik sta achter op het terras naar de terrorist in het topje van de watercipres te kijken. Plots een duikvlucht. Merelman landt op mijn schouder. Maar ik ben niet zijn doelwit. Als ik me omdraai zie ik dat-ie het gemunt heeft op een angstig, bang merelvrouwtje, dat bibberend in een hoekje zit weggedoken, zich afvragend wat haar te wachten staat. (We gaan overigens Freud niet vragen wat deze droom zegt over mijn eigen seksleven).

Het is natuurlijk mogelijk dat merelman ondertussen alle vrouwtjes in de buurt heeft bezwangerd. Dat merken we dan volgend jaar wel, want dan ontstaat er een hele generatie merels die “toe-iet, toe-iet” zingt.

Bij nader inzien zou het me niet verbazen als er een verband bestaat met het nest merels dat vorig jaar in onze tuin is uitgebroed. In het najaar hoorde ik regelmatig in de buurt een jonge merelman die zes à zeven uur per dag het merelgezang onder de knie probeerde te krijgen. Met weinig succes, een amuzikale merel, die maar niet de baard in de keel kon krijgen. In het lange proces van zangoefeningen heeft-ie waarschijnlijk niet alleen de melodietjes van zijn vader opgeslagen, maar ook naar andere leermeesters geluisterd. Wie weet ben ik zelf schuldig door te veel te pingelen op mijn valse piano.

Ik heb een geluidsopname (van de merel, niet van mijn piano!) opgestuurd naar het Radio/TV programma ‘Vroege Vogels’. Ben benieuwd naar wat zij hierover te zeggen hebben. Het zou me niet verbazen als het “toe-iet, toe-iet” van mijn merelman is afgekeken van de roep van de alom aanwezige koolmees!

Een bijzondere merel, en dat is-ie!     

   

Gepost: 8 Mei 2019