WANDELEN: Strabrechtse Heide

De Strabrechtse Heide is een groot natuurgebied tussen Mierlo, Lierop, Someren, Maarheeze en Heeze, oftewel ten zuidoosten van Eindhoven. Het bestaat uit heide, bos en vele vennen. Ik start op woensdag, 2 oktober 2019, bij de Hoijse Hoeve in Someren en wandel in het zuidoostelijke deel van het natuurgebied, tussen Heeze en Someren.

Het wordt een minder geslaagde wandeling in tweeërlei opzicht. Op de eerste plaats omdat ik me heb laten verleiden – na een lange periode van onthouding – een Route*You beschrijving te vertrouwen, een beschrijving die puur gebaseerd is op afstanden in meters. Na zoveel meter rechtdoor, linksaf, schuin links, rechtsaf of schuin rechts. Nergens wordt gebruik gemaakt van wandelknooppunten of andere kenmerken langs de route, die je houvast geven dat je op de goede weg zit. Misschien dat het met GPS wel goed gaat, maar ik heb geen zin om tijdens een wandeling continu op mijn smartphone te turen. De eerste helft met meervoudige bospaden is dan ook tijdrovend, de tweede helft is meer rechttoe rechtaan via fietspaden en levert geen probleem op.

De tweede deceptie is dat de Strabrechtse Heide is verdroogd. De bossen zijn sowieso armoedig. De meest voorkomende bomen op deze arme dekzanden zijn eik, berk, grove den, zwarte den en Amerikaanse eik. Pas als er een flinke strooisellaag op en in de bodem aanwezig is, krijgen beuk en Douglasspar een kans. Om dode bomen te vervangen wordt er driftig tussenbeplanting toegepast, herkenbaar aan de grijze vierkante kokers. Vele kokers liggen al horizontaal op de grond; de boompjes die ze moesten beschermen hebben het niet gehaald en zijn verdroogd.

Niet alleen de jonge boompjes zijn verdroogd. Ook het eerste kleine ven dat ik tegenkom, het Bontven, ligt volledig droog en is helemaal gekoloniseerd door veerdelig tandzaad. Ik kruis waterloop de Peelrijt, met zijsloten, ooit gegraven voor de ontwatering, nu deels gedempt om water vast te houden.

Samen met een aantal Schotse hooglanders met nageslacht – tjonge, wat kijken die kalveren snugger uit hun ogen – bereik ik de heide. Nou ja, heide. De struikheide, met af en toe wat dopheide ertussen, wordt overwoekerd door pijpenstro. Stukken heide zijn geplagd ten behoeve van de zandhagedis. Bij de Provincialeweg ligt het grote Witven. Helemaal droog.

De hazelaar strooit hazelnoten en begint al blad te verliezen. Maar de katjes en propjes zijn alweer zichtbaar in de bladoksels, ter voorbereiding op de vroege bloei in januari. Er wordt gewaarschuwd voor zwaar materieel in de bossen, dat aan het ‘opruimen’ is: dode bomen door de extreme droogte worden verwijderd. Ik passeer een nesthoop van de rode bosmier, maar er is geen bovengrondse activiteit.

Op het verste punt van mijn route liggen een zestal kunstmatige vennen, waarvan het Keelven de grootste is. Er zit warempel water in, voldoende voor een kleine populatie wilde eenden en een aantal Canadese ganzen.

Op de oevers is een horizontale zonnewijzer uitgezet. Centraal een paal met een touw. Een metalen plaat ernaast stelt de zon voor. In een halve cirkel staan paaltjes met de uren van de dag. Trek het touw strak recht boven de zonneplaat, en de schaduw van het touw vertelt je hoe laat het is. Vandaag zinloos, want de Strabrechtse Heide is gehuld in duisternis.

Eindelijk wat kleur langs het fietspad: gewoon wilgenroosje dat pluist in de wind, rode vruchtjes en enkele late gele bloemen van Sint-Janskruid, en nog meer geel van bezemkruiskruid met zijn lijnvormige blad. De kleine vuurvlinders hebben hier wat te kiezen.

Een mooie demonstratie van de enorme droogte is een klein ven (zonder naam) met een eilandje, tenminste onder normale omstandigheden. Nu is het eilandje een vis op het droge.

Het wandel & fietspad op de terugweg heet het Allemanspad, waarmee bedoeld wordt dat ik ruim baan moet maken voor rolstoelen en kinderwagens. Sommige stukken berm zijn rijk aan vliegenzwam, elders steken talloze ‘champignonnetjes’ hun kopje boven de grond.

Op de heide kom ik langs de Hoenderboom. Een grensboom, waar eertijds vijf Heerlijkheden aan elkaar raakten. Ik neem aan dat het gaat om de vliegden die hier pontificaal op het kruispunt staat. Ernaast is een betonnen Hoenderboom Paal geslagen, waarschijnlijk voor het geval de vliegden het loodje legt. Naar welke hoenders verwijst de Hoenderboom? Poelepetaten? Korhoenders?

Het begint harder te waaien en op enige afstand regent het pijpenstelen op de Pijpenstroheide. Bij de eerste druppels kan ik schuilen in vogelkijkhut ‘Laot-ut-zo’ langs het grote Beuven. Maar de watervogels zijn het helemaal beu en willen het helemaal niet zo laten, want de watermassa heeft zich ook hier honderden meters teruggetrokken. Jammer voor het Beuven, maar gelukkig voor mij, stelt het buitje niet veel voor. Bij het Starven liggen veenpollen op het droge. Ik denk dat ze irreversibel zijn ingedroogd en dat de begroeiing met pijpenstro niet meer zal verdwijnen.

Tijdens de laatste kilometers door het bos voel ik me uit solidariteit helemaal ingedroogd. Mijn hoop om moeraswolfsklauw, veenmos en snavelzegge te kunnen aanschouwen is in het water gevallen, ik bedoel verdampt.              

 

Gepost: 17 Oktober 2019

 

Route*You: Strabrechtse Heide, Beuven en Keelven (15 km)