SELFIES: Brevdueforening

Een korte vakantie van een week (2–8 augustus 2019) met beide dochters in Denemarken. Het paste precies, tussen hun eigen vakanties en hun Lowlands. En je kunt met de auto naar Denemarken, want ik begin last van vliegschaamte te krijgen. Ik ben tijden geleden een paar keer op dienstreis in Kopenhagen geweest, maar daar is niets van blijven hangen, behalve de Zeemeermin en de onwillige ambtenaar van Danida (Danish International Development Agency).

Raar landje, dat Denemarken. Iets groter dan Nederland, maar het heeft minder dan zes miljoen inwoners. Denemarken zou dus best een wat minder streng immigratiebeleid kunnen voeren. Het Koninkrijk Denemarken is vele malen groter dan Denemarken, dankzij de overzeese gebiedsdelen Groenland (en de Faeröer Eilanden). Voor hoe lang nog, nu Trump zijn zinnen op Groenland heeft gezet? Maar ook Denemarken s.s. is in het verleden veel groter geweest, met delen van Noorwegen en Noord-Duitsland.  

Denemarken is lid van de EU, maar niet van de Eurozone. Het heeft zijn eigen Deense Kroon (DKK), maar die is nauw gekoppeld aan de Euro. Sinds de invoering zijn de schommelingen in de wisselkoers beperkt gebleven tot ongeveer een half procent. Waarom is Denemarken dan zo duur? De overtocht van drie kwartier per veerboot van het Duitse Puttgarden naar het Deense Rødby – vergelijkbaar met de overtocht naar Terschelling – kost tweehonderddertig euro enkele reis. Bij Doeksen heb je een retour Terschelling voor ongeveer honderdvijftig euro. Voor de tolbrug tussen de eilanden Seeland en Funen vragen de Denen vijfendertig euro. Maar het ergste is zeven euro voor een vaasje Carlsberg of Tuborg bier.  

De levensstandaard is blijkbaar erg hoog. Het is dus zeer goedkoop voor Denen om in het buitenland op vakantie te gaan, maar Denen zijn niet zo reislustig. Dat zijn ze wel ooit geweest. De Vikingen plunderden tijdens de laatste eeuwen van het eerste Millennium van onze jaartelling de kusten van de Noordzee. De Nederlandse kust heeft zelfs een tijdje tijdens de negende eeuw onder volledige controle van de Deense Vikinghoofdman Godfried de Noorman gestaan. Vikinghoofdman Blauwtand – het draadloze signaal Bluetooth is naar hem vernoemd – was de stichter van het Koninkrijk Denemarken rond 980 A.D.

Tijdens onze Gouden Eeuw was de handel op de Oostzee zeer levendig en lucratief. Daarvoor moest je helemaal om Denemarken heen, van de Noordzee door het Skagerrak, dan door het Kattegat – dat betekent vast in het Deens heel iets anders dan in het Nederlands – en vervolgens door de Sont (Øresund) tussen Kopenhagen en Malmö naar de Oostzee. De Deense koningen zijn rijk geworden door de Sonttol. Nu hebben we het NOK, het Noord-Oostzeekanaal, dat overigens helemaal op Duits grondgebied ligt, van de monding van de Elbe naar Kiel. De winst vanuit Nederland is ongeveer driehonderd kilometer, dus de vergelijking met het Suezkanaal of het Panamakanaal, waarmee je de omweg rond een heel continent kunt vermijden, gaat een beetje mank.

De hoofdstad Kopenhagen ligt op een eiland, Seeland, vlak bij het Zweedse Malmö. De hoofdstad had natuurlijk veel beter op Jutland kunnen liggen voor een snellere verbinding met het Europese vasteland. Maar goed, Amsterdam had ook beter boven de zeespiegel kunnen liggen in het oosten van Nederland.     

Drie dagen Kopenhagen is aangenaam. De stad met minder dan zeshonderdduizend inwoners is overzichtelijk, met mooie monumenten, niet druk, voor elk wat wils. De stad draagt de uitdrukkelijke sporen van een monarchie met zijn vele paleizen. In de porseleinkast van de koninklijke ontvangstzalen van Slot Christiansborg – zetel van het Deense parlement – staat een servies met afbeeldingen van alle planten van de Deense flora. In de Palmenkas van de Botanische tuin staat een exemplaar van de slangenden Wollemia, de dood gewaande oerplant die in 1994 werd teruggevonden op een afgelegen plek in Australië. De exacte vindplaats van de kleine wilde populatie wordt geheim gehouden, maar de conifeer wordt tegenwoordig al in de handel aangeboden. Een kanaaltocht per rondvaartboot brengt je vanuit de kleurrijke Nyhavn naar de echte haven, naar de Zeemeermin en door vaarten in de buitenwijken. De binnenstad heeft geen kanalen. We varen langs een voormalige koninklijke brouwerij, waar de soldaten gratis tot tien liter bier per dag mochten drinken. Volgens de gids de reden dat Denemarken de helft van zijn grondgebied is kwijtgeraakt. Pretpark Tivoli (1843) – veel ouder dan de Efteling en Disneyland – is een genot, vooral in de verlichte avond. We snacken bij de kiosks van Smørrebrød (roggebrood) en Flødeboller (negerzoenen).

De belangrijkste Deen is ongetwijfeld Hans Christian Andersen (1805–1875). Iedere plek waar hij een voetafdruk heeft achtergelaten – Kopenhagen, Odense, Amsterdam! – probeert een graantje mee te pikken van zijn populariteit. Maar goed, een groot aantal creaties in het sprookjesbos van de Efteling zijn dan ook op zijn vertellingen gebaseerd.

De drie dagen platteland – op het eiland Funen en schiereiland Jutland – zijn aangenaam door het gezelschap, maar heb ik landschappelijk ervaren als een saaie vorm van Nederland. Wilde planten heb ik nauwelijks gezien in de bermen en de akkerranden, er lijkt weinig aandacht voor het aanzwengelen van de biodiversiteit.

Bij Hobro in Jutland, aan het uiteinde van de Mariagerfjord – met vijfendertig kilometer de langste fjord van Denemarken – brengen we een bezoekje aan het Vikingdorp Fyrkat, waarschijnlijk opgericht onder koning Harald Blauwtand. Zeer strategisch gelegen met toegang vanuit het fjord tot het Kattegat.    

De Deense taal is een mengelmoes van Engels, Duits en Nederlands. Echter, een Deen verstaan is een groot probleem. Ze slikken vele letters in. Odense, de grootste stad op het eiland Funen, klinkt als ‘Onse’.

Wat betreft geschreven Deens kom je met een beetje fantasie een heel eind. ‘Sygehus’ is geen ‘zegehuis’ maar ziekenhuis. De ‘Hovedindgang’ is de hoofdingang van het ziekenhuis. ‘Borgmesterkontor’ is ook wel duidelijk.

De mooiste woordpuzzel komen we tegen in Bogense op het eiland Funen bij een barak van een lokale sportvereniging, de ‘Brevdueforening’. In ‘Forening’ is natuurlijk ‘Vereniging’ te herkennen. ‘Brev’ zou wel eens ‘Brief’ kunnen zijn? En ‘Due’ blijkt een ‘duif’ te zijn. Wij hebben het verenigingsgebouw van de Bogense Postduivenvereniging mogen aanschouwen.

 

Gepost: 22 Augustus 2019