WANDELEN: Swifterbant

Op een eerdere fietstocht door Oostelijk Flevoland kwam ik routebordjes tegen van enkele Rivierduinwandelingen in de buurt van Swifterbant. ‘Rivierduinen in de polder?’, dacht ik toen. Wij denken dan wel dat wij de polders aan de zee hebben ontworsteld, maar delen van die polders bestaan uit land met een rijke historie dat door omstandigheden een tijdje onder water heeft gestaan. In de prehistorie liep hier een rivier – voorloper van de IJssel of de Overijsselse Vecht – en vormde verhogingen aan de oevers, een goede plek voor onze voorouders om zich al dan niet tijdelijk te vestigen. Hier zijn sporen gevonden van nederzettingen van jagers-verzamelaars, die stammen uit de periode 5000–3000 v. Chr. (Swifterbantcultuur), dus nog vóór de vroege landbouwers van de Trechterbekercultuur (Hunebedbouwers). 

Marita vergezelt me vandaag, woensdag 8 april 2020, op wat de warmste 8 april ooit zal worden. De korte broek is dan ook van stal gehaald. We starten bij natuurgebiedje Kamperhoek, gelegen langs het Ketelmeer, vlakbij de Ketelbrug in de A6. Het natuurgebiedje is momenteel verboden terrein omdat men met groot materieel onderhoud pleegt aan de elektriciteitsmasten, die hun hoogspanning krijgen van Maxima, de centrale bij Lelystad.

We zoeken zo snel mogelijk langs rechte polderwegen het fiets & wandelpad op langs de Noordertocht, een zijarm van de Lage Vaart. De stikstofrijke bermen zijn onderweg arm aan wilde planten, ook al omdat veel plekken recentelijk zijn gemaaid. We schakelen over op het determineren van bierblikjes en flesjes wodka die hier duidelijk zichtbaar langs de kant van de weg liggen. Ik hekel Marita omdat ze meteen een verband legt met het mooie gastarbeider dorp van Uitzendbureau Level One, maar ik kan niet ontkennen dat het er wel alle schijn van heeft. De bedrijfswagens van Level One lijken snel te worden ontdaan van alle sporen Swifterbant drankcultuur vóór het terrein wordt opgereden.

De vele windmolens hebben vandaag een vrije dag, er is geen zuchtje wind. We bereiken de Noordertocht. Je moet goed kijken om er niet overheen te lezen, maar er staat niet ‘Fietspad’ op het bordje, maar ‘Piets’ pad’. Die Piet zal dan ook wel verantwoordelijk zijn voor twee vreemde kunstwerken langs de sloot. Oude dode bomen, behangen met kleine kabouterschommeltjes. Overigens zonder Swifterbant kabouters, maar die komen we verderop nog wel tegen.   

Ook langs de sloot lijkt de vegetatie uiterst beperkt, maar uiteindelijk is het toch wel een flinke lijst van vroegbloeiers: kleine veldkers, herderstasje, paarse dovenetel, hondsdraf, fluitenkruid, vogelmuur, paardenbloem, madelief, klein kruiskruid, ereprijs, speenkruid, gewone melkdistel, klein hoefblad, schijfkamille, een vroege zuring, boterbloem. Een plantje dat op het alom aanwezige vogelmuur lijkt, maar veel sterker behaard, is de verwante kluwenhoornbloem.

En dan natuurlijk de achterliggende bollenvelden, waar tulpen in alle kleuren van de regenboog ons vrolijk stemmen. Af en toe een verdwaalde gele tulp tussen de rooie of een witte tussen de oranje. Maar die worden door de gastarbeiders van Level One één dezer dagen nog wel verwijderd.

We doen ook ons best om niet-bloeiende planten te herkennen: rozetten van de speerdistel, zwarte mosterd, gewone bereklauw, reuzenbereklauw, grote klis, heemst en harig wilgenroosje.

Op één plek zijn verse sporen van de bever aanwezig. Kunstig doorgeknaagde boompjes. Zo vers dat het wel lijkt of we hem gestoord hebben, want het boompje is nog niet weggesleept.

De Noordertocht wordt verlaten en nu struinen we door weilanden – zelfs de koeien houden anderhalve meter afstand – richting een bosje met rivierduinen. Archeologisch mag het rivierduinbosje uitermate interessant zijn, voor de argeloze wandelaar is er weinig te zien.

Een gefiguurzaagde kievit op een paal siert meerdere weilanden en boerderijen. Misschien een seintje voor de vrijwilligers van het weidevogelbeheer dat ze welkom zijn?

Het tweede bos met rivierduinen lijkt veelbelovender omdat de wandelroute niet erlangs, maar erdoorheen loopt. We krijgen al snel een Swifterbantcultuurshock. De boerin die in niet-Corona tijden koffie en thee schenkt in de Blokhut, heeft jammer genoeg een deel van het bos omgevormd tot een kabouterdorp. Het terrein bestaat uit stroken bos en grasland, die blijkbaar de contouren van de rivierduinen volgen, maar de Zuiderzee heeft in de loop der tijden toch wel veel rimpels gladgestreken.

Indrukwekkender zijn de landbouwactiviteiten op de omringende akkers. De ene trekker trekt in één beweging een zevental lage ruggen, gevolgd door een tweede trekker die een pootaardappel in de rug duwt en netjes toedekt. Tussen de twee trekkers een grote zwerm kokmeeuwen voor een gratis banket van larven, slakken en wormen.

Educatiecentrum De Kalverschuur is dicht. Jammer, ik had wel wat meer over de kabouters van de Swifterbantcultuur willen weten.

Er rest ons een lange rechte terugtocht naar de auto. Een pluk komkommerkruid in de berm heeft de milde winter overleefd. De vuistdikke stengels vertonen alweer bloei.

Dat de beloofde wandeling van veertien kilometer is uitgelopen tot achttien leidt bij Marita tot enig gepruttel, maar ze heeft geen schadevergoeding geëist.   

 

Gepost: 26 April 2020  

 

Variatie op Groene Bus Wissel Nr. 686 (18 km)