WANDELEN: Herperduin

Herperduin ligt in het Land van Ravenstein en vormt het noordelijke deel van Natuurpark de Maashorst. Ik start de wandeling bij de Natuurpoort tussen Oss en Herpen. 

Het is donderdag, 12 maart 2020, en de weergoden geven me een wandel’window’ van een uur of zes. Het heeft vanochtend tot een uur of acht flink geregend en rond een uur of vier vanmiddag is er opnieuw een flinke plensbui voorspeld voor Oss en omgeving. Maar nu is het gehemelte strakblauw, wel met de vreemde gewaarwording dat er veel lucht wordt verplaatst in rukwinden. Niets menselijks is Onze-Lieve-Heer vreemd.

Ik loop meteen in een brede laan beplant met forse ‘levensbomen’ (Thuja of Chamaecyparis). Mooie vezelige, roodbruine stammen en de toppen van de bladeren zitten vol met mannelijke kegeltjes, rood met donkere vlekken.

Herperduin is een mengeling van bos, heide, vennen, duinen en stuifzand. De bossen bestaan voornamelijk uit grove den, vertonen weinig kleur, behalve lichtgroene tapijten van mos op bodem en boomresten. Slechts in de bosranden laten enkele vroege bloeiers zich zien, zoals paarsbloeiende Judaspenning, een gele hulst of mahoniestruik en speenkruid. Een pluk scheuten van de hemelsleutel valt op, nog met de verdorde bloeistengels van afgelopen jaar, maar ik vraag me af of de pluk wild is of verwilderd.

Het Ganzenven is een mooi groot, ‘natuurlijk’ ven. Hoe natuurlijk kun je zijn als je al eens bent drooggelegd voor landbouwdoeleinden, zwaar bent bemest maar onrendabel gebleken, vervolgens weer bent ontdaan van de rijke bovenlaag en volgelopen met regenwater en kwel? Maar goed, de kleine zonnedauw en de moeraswolfsklauw schijnen weer in grote hoeveelheden op de natte oevers voor te komen. 

Ik betreed en verlaat enkele malen het begrazingsgebied, maar zie vandaag geen enkele tauros of Exmoor pony. Een klaphekje staat pal op de wind en wordt af en toe door een rukwind open geblazen. Maar er is geen slimme grote grazer die het doorheeft: “Effe wachten… vrijheid!

Zeer grote kegels onder en aan de bomen en afgerukte scheuten met zeer lange gepaarde naalden verraden regelmatig de aanwezigheid van de zeeden,

Het eerste deel van de wandeling moet ik delen met enkele wandelclubjes en vele hondenbezitters. In het centrale en zuidelijke deel is geen kip.

Ik passeer langs de zuidwestelijke rand een groot circuit voor karten, maar er is geen geraas. Het geluid zou trouwens smoren in het verkeersgeluid van het nabijgelegen verkeersplein Paalgraven. In de bosrand ligt wel allerlei afval dat door de rukwinden van het circuit het bos in is geblazen.

De Rijsvennen bestaan uit een aantal ondiepe plassen, ontstaan door een stuk open grasland af te graven. Afgezien van enkele ganzen is er nog niet veel leven in de brouwerij. Ook geen padvinders bij het kleine kapelletje: ‘Maria, moeder van de verkenners, bid voor ons’.

De Rijsvennen grenzen aan de N329 oftewel Graafsebaan, een provinciale weg van Oss naar knooppunt Paalgraven. Ik zie in de verte een functioneel kunstwerk staan, een zonneboom, een metalen boom met zonnepanelen. Er staan een achttal langs deze weg. Dit deel van de Graafsebaan blijkt te zijn omgedoopt tot ‘Weg van de Toekomst’. Bij de modernisering zijn allerlei innovatieve technieken toegepast. De weg is energieneutraal, CO2-neutraal, geluidsarm, fietsvriendelijk en diervriendelijk. Dit door het gebruik van duurzame materialen, zonnepanelen, LED-verlichting, CO2 compensatie, slimme automatische verkeersregelaars (Flowman en Tovergroen), veilige fietstunnels (PleasantPass) en biologisch(!) gekweekte bermbeplanting. 

Een koppeltje boomklevers verblijft liever in het bos. Op de bosbodem een mat van bloeiende kleine maagdenpalm. Aan een dooie berk hangen vruchtlichamen van de gele trilzwam. Het is net snoepgoed, dus houd je kleuter goed in de gaten. Langs de bosrand liggen allemaal gedrongen rode katjes op de grond. Het blijken mannelijke katjes te zijn die door de harde wind uit enkele Italiaanse populieren zijn gewaaid.  

Twee Schotse hooglanders bevolken een vrij kleine omheinde weide vlakbij de dorpsrand van Berghem; het lijkt op quarantaine. Overal aanplakbiljetten van de Bergse (of Berghemse) Crossloop tegen Kanker op 22 maart, maar die zal wel niet doorgaan, ook niet wanneer ze hem omdopen tot Crossloop tegen Corona. Enkele struiken gaspeldoorn in volle bloei.

Ik bereik de andere oever van het Ganzenven met een flink stuk heide. Ik denk midden op de heide in de top van een dooie berk een torenvalk te ontwaren, maar het is gezichtsbedrog, zoals blijkt vanuit een iets andere hoek verderop.

Men probeert de naaldbossen om te vormen tot een gevarieerder geheel van naald- en loofbomen. Maar de Amerikaanse eik en de Amerikaanse vogelkers worden met man en macht bestreden. Ik betreed nu een stuk bos waar dat niet meer gaat lukken: de Amerikaanse eik heeft er zich gevestigd en is vastbesloten te blijven.

Langs de zuidelijke rand hoor ik een Big Ben één uur slaan. Het wordt gevolgd door een couplet van het fatalistische ‘Que sera, sera’. Het carillon staat bij een gewoon woonhuis langs de bosrand.

Op twee plekken liggen slechts hoopjes veren, daar waar een duif vakkundig is geplukt door een rover. Ik kom weer een mat van speenkruid tegen, nu gemengd met voorjaarshelmbloem. Een citroenvlinder dartelt in het voorjaarszonnetje.

Ik bereik het Klompven, een kunstmatig ven ontstaan door zandwinning voor de aanleg van de A50. Vlakbij ligt een stuifzandgebied met een flinke Uitkijktoren. Na een klim van hondertwaalf treden een prachtig uitzicht over het Herperduin. In het speelbos is voor de jeugd een gigantisch houten klimtoestel gebouwd in de vorm van een das: Das leuk!

       

Gepost: 23 Maart 2020  

 

Wandelknooppunten: 51, 52, 89, 88, 87, 05, 83, 84, 86, 85, 47, 21, 22, 45, 46, 53, 52, 86, 85, 18, 35, 31, 32, 02, 33, 36, 15, 53, 13, 51 (18 km)