FIETSEN: Land van Vollenhove

Vollenhove is net als Blokzijl en Kuinre een voormalig stadje aan de Zuiderzee in de Kop van Overijssel met een visserij verleden. Ik heb zo’n vermoeden dat er aardig geprotesteerd is toen de Noordoostpolder werd drooggemalen.

Rond Vollenhove ligt het Land van Vollenhove met kleine dorpjes als Sint-Jansklooster en Heetveld, aan de oostzijde begrensd door de Wieden.

Een fietstocht in het grensgebied van de Kop van Overijssel en de Noordoostpolder lijkt me wel interessant. Ik laat me verleiden om op dinsdag, 11 februari 2020, tijdens de storm Ciara, de tocht te ondernemen. Ik ben niet bang voor wind, maar de noordelijke helft van het land kreeg ook te maken met continue motregen, die door de harde wind zwiepend pijnigde. Na een kilometer of tien was ik het zat en keerde kletsnat huiswaarts.

Op vrijdag, 14 februari, ga ik op herhaling. Een lichtbewolkte dag met prima fietsweer. De start is in het kleine dorp Kraggenburg in de Noordoostpolder, waar de Zotte Leeuwkes zich opmaken voor het Carnaval. Dit feest is waarschijnlijk meegekomen met de pioniers uit het zuiden van het land die in de jaren vijftig in de polder zijn neergestreken.

Anderhalve kilometer van Kraggenburg word ik langs de terp Oud-Kraggenburg geleid, een met basaltblokken versterkte heuvel met een stuk pier en een Lichtwachterswoning, plompverloren tussen de geploegde akkers met zware zeeklei. Een bijzonder verhaal. In de eerste helft van de negentiende eeuw is het Zwarte Water de enige verbinding van Zwolle met de Zuiderzee; er was toen nog geen verbinding met de IJssel. Men had ambitieuze plannen voor de scheepvaart op Zwolle en om de boten veilig richting de stad te geleiden werd de monding van het Zwarte Water voorzien van twee zes-kilometer lange leidammen de Zuiderzee in, met op het eind een haventje en een woning voor de havenmeester. Die woning ligt nu als een eilandje in de polder, net als Schokland en Urk. Op Google Earth zijn nog enkele restanten zichtbaar van de leidammen, die in het Zwarte Meer liggen bij de monding van het Zwarte Water. Kraggenburg heeft zijn naam te danken aan de kraggen of drijftillen uit de veenplassen in de Kop van Overijssel, die werden gebruikt bij de aanleg van de dammen.

Ter herinnering is aan de kant van de Noordoostpolder op en langs de dijk ook nog een Land Art kunstwerk aangelegd: een houten pier in het verlengde van de vroegere leidammen, omgeven door een aantal drijvende kraggen die als windwijzers de windrichting en stroming aangeven. ‘Pier+Horizon’ heet het kunstwerk.

Vanaf de Kadoelersluis fiets ik aan de polderkant van het Kadoelermeer noordwaarts door het Kadoelerbos. Ik klim in het bos even de polderdijk op voor het uitzicht. Honderd meter verderop staat een ree hetzelfde te doen. Ik moet oppassen dat ik niet in een mollenklem trap. Vreemd, ik zie geen molshopen. Later zie ik nog veel meer van die klemmen op de dijken, zelfs vlak langs het fietspad, nu gemarkeerd met het bekende oranje vlaggetje, dat wordt uitgestoken voor de muskusrat. Geen klemmen voor mollen dus, maar voor muskusratten. Af en toe sneuvelt er een eend, maar dat mag de pret niet drukken. Het is wachten op de eerste lekke band!

Bij de Voorstersluis in de Zwolse Vaart – één van de belangrijkste afwateringskanalen van de polder – is goed het hoogteverschil van een meter of vijf te zien tussen het buiten- en het binnenwater van de polder.

Bij Vollenhove verlaat ik de polder voor Overijssel. In de twaalfde eeuw liet de Bisschop van Utrecht een burcht bouwen in ‘Silva Fulnaho’. Dit ‘Olde Huys’ werd in de veertiende eeuw regelmatig aangevallen door opstandige Stellingwervers. Het was de periode dat de Stellingwerven zich losmaakten van Drenthe (Oversticht) en aansluiting zochten bij het rijkere Friesland. Van het ‘Olde Huys’ resteert alleen een eilandje omgeven door een gracht, die dienst doet als een jachthaventje.

Een standbeeld herinnert aan het visserij verleden, maar ook aan een bizar avontuur van drie vissers uit Durgerdam, een dorp in Waterland bij Amsterdam. Zij gingen in 1849 het ijs op om te vissen, maar dreven af op een ijsschots in de Zuiderzee, en werden pas twee weken later bij Vollenhove gered. Twee van de drie overleden alsnog aan de gevolgen van de ontberingen.          

In de zestiende eeuw bouwde ene Joris Schenck, leenheer van keizer Karel V, Kasteel Toutenburg net buiten de stad. Ook hiervan resteren slechts enkele brokstukken in het Stadspark. De naam Toutenburg wekte mijn interesse voor Vollenhove omdat in Blesdijke in de Stellingwerven recentelijk de folly Olt Stoutenburght is gebouwd door ene Gregorius Halman, als een soort persiflage op Kasteel Toutenburg, misschien nog vanwege de oude rivaliteit tussen Vollenhove en de Stellingwerven.

Ik fiets langs de Overijsselse kant van het Kadoelermeer terug naar de Kadoelersluis. Honderden meerkoeten hebben zich verzameld op de ijsbaan van Vollenhove, wetende dat die toch niet gaat bevriezen. Ik hoor een kievit. Zij heeft nog twee weken de tijd om het record van vorig jaar te verbreken. In 2019 werd voor het eerst het eerste kievitsei gevonden op de laatste dag van februari. Trouwens, een schrikkelei dit jaar op 29 februari is dan wel geen record, maar zou wel heel bijzonder zijn. Dat doet geen andere kievit haar de komende vier jaar na. De oevers van het Kadoelermeer hebben een ‘helofytenfilter’, zo meldt het Waterschap, een moeilijk woord voor ‘zuiverende rietkragen’.

Vanaf de Kadoelersluis volg ik een eindje het Zwarte Meer richting Zwartsluis. Hier heb ik goed zicht op het Vogeleiland, een beschermd natuurgebied een eindje uit de oever. Afgelopen jaar heeft een koppel zeearenden hier weer eens succesvol gebroed.

Ik fiets door de dorpjes van het (Achter)Land van Vollenhove, langs de ‘helofytenfilters’ van de Wieden, een paradijs voor helofytofielen zoals rietsnijders en ganzen. Kolganzen zijn hier in de meerderheid. Rookwolkjes stijgen her en der op waar de rietsnijders het sluik op het veld verbranden. Het bord ‘Roken en Open Vuur Verboden’ geldt alleen voor helofytofoben, maar is niet van toepassing op de rietsnijders.

Ik bereik Blokzijl en sta even stil bij het beeldje van Kaatje bij de Sluis (1672–1732), de legendarische herbergierster van Blokzijl, notabene geboren in Rampjaar 1672. Ze deed zaken met kooplieden van de VOC en bemachtigde zo de specerijen en uitheemse kruiden en vruchten (en twee Michelin sterren) voor haar verrukkelijke spijzen, zoals ‘Alweerribben-met-doerebout’ en ‘Weerribbenreerugroast’.

Bij het Vollenhovermeer daal ik weer af in de polder. In het water een populatie van de grote zaagbek en enkele ‘woerden van het nonnetje’ (rare woord combinatie, maar ik kan het ook niet helpen).

Tussen Vollenhove en Kraggenburg ligt het Voorsterbos, één van de oudste en grootste bossen van Flevoland. In het Voorsterbos is het Waterloopbos gelegen, een voormalige proeflocatie van het Waterloopkundig Laboratorium te Delft. Hier liggen schaalmodellen van havens en waterwerken (zoals de Deltawerken) om de invloed op stromingen te bestuderen. Er kon mooi gebruik worden gemaakt van het verval van vijf meter tussen het Vollenhoverkanaal en de Zwolse Vaart. In 2018 maakte ik hier al eens een wandeling.       

De twee stenen leeuwen bij de ingang van Kraggenburg zijn inmiddels zot geworden en zijn voorzien van een afgedankte steek van de Raad van Elf.    

 

Gepost: 23 Februari 2020

 

Fietsknooppunten: 03, 14, 34, 16, 23, 73, 80, ri.83, Heetveld, 82, 81, 75, 51, 44, 43, 31, 23, 16, 03 (50 km)