WANDELEN: Lemelerberg

Twee dagen geleden fietste ik langs de Lemelerberg, een bijzondere solitaire heuvel in het Overijsselse landschap, behorend bij de Sallandse Heuvelrug.

Vrijdag, 17 april 2020, maak ik een wandeling op deze heuvel vanuit het dorp Lemele, startend bij Vakantiepark Lemeler Esch, waar ze in arren moede tijdens de ‘lockdown’ bezig zijn met groot onderhoud.

Bij de achteruitgang van het park wijst een bordje me naar het ‘Hoogste Punt’ van de heuvel. In de bosrand een nest van de bosmier. De mieren zijn uit hun winterrust ontwaakt en krioelen weer in en rond de berg dennennaalden.

Het bos gaat spoedig over in heide met jeneverbes en jonge berkjes. Een bankje is aangeboden door Siny en Kor, en is vervaardigd door de firma Ebola b.v. (voor natuurlijk hout). Geen gelukkige bedrijfsnaam, zou je zeggen, maar reclame-technisch zeer adequaat; anders was de naam me niet bijgebleven. De Toyota Corona verkoopt momenteel trouwens ook erg goed, maar Corona Bier juist niet, want je consumeert Corona niet moedwillig.

Veldleeuweriken zorgen op de heide voor de muzikale omlijsting. Bloeiende stekelbrem voor de gele kleur tussen de verdroogde struikheide. Stukjes heide zijn geplagd en vergraven ten bate van de zandhagedis en de mierenleeuw. Ik zoek naar de larve van de mierenleeuw onderin de valkuiltjes die hij heeft gegraven (blijkbaar ook voor mij, want ik kan hem niet vinden). De blauwe bosbes bloeit al en wordt druk bezocht door met name hommels. De schaapskudde rust uit achter een afrastering.

Het ‘Hoogste Punt’ bereik ik nog niet, maar wel een mooi uitzichtpunt. Op de hellingen van de Lemelerberg is het één en al jeneverbes. Het gaat in het algemeen niet zo goed met de jeneverbes. Maar hier heeft hij blijkbaar een prima  refugium gevonden. Bij iedere windvlaag zie je wolken stuifmeel de mannelijke bomen verlaten. De vrouwelijke bomen hebben vruchtjes in alle stadia van ontwikkeling, een proces dat van bestuiving tot rijpheid zo’n drie jaar vergt.

De route leidt een eindje door de Lemeler Es, een akkerbouwgebied aan de voet van de heuvel. In de bermen wat meer voorjaarsbloeiers dan in het bos: herderstasje, gewone reigersbek, paardenbloem, kleine veldkers, witte dovenetel, kluwenhoornbloem, en een ereprijs.

Midden in een zwarte akker staat een zitje, een tafel met een zestal stoelen, zonder enige beschutting. Ik vermoed dat hier enkele kleine volkstuintjes zullen worden ingezegend.

In een bosrand staat veel salomonszegel. Uit de bodem opduikende speren zijn nog bezig zich te ontplooien. Enkele planten staan al in bloei.

Ik word weer de heuvel op geleid. Jeneverbes wint het hier glansrijk van de grove den. In de ondergroei van het naaldbos veel rankende helmbloem.

Op een hoog punt (44 meter boven NAP) staat een trektellerpost, blijkbaar een mooie plek om in het voorjaar en najaar de vogeltrek te bekijken en de aantallen te schatten. Ik geniet van het uitzicht en mijn boterhammen op een bankje met een bemoedigende spreuk van Inge: ‘Leef vandaag, maak plannen voor morgen, vier feest vanavond’. Ik weet niet of Inge er vanavond nog bij zal zijn. Meestal is zo’n bankje een Post Mortem.

Vervolgens een stukje stuifzand en een mooi pad door een jeneverbesbos met volop jeneverbosbessen. Bij een steile afdaling staat gewone brem in bloei en is de grond bedekt met een mat van kamperfoelie.

Na deze wijde lus in het zuidelijke gedeelte, even een stukje overlap met de heenweg, maar dan loop ik al snel op de Koningin Wilhelminalaan met imposante douglassparren en levensbomen, een teken dat ik Park 1813 heb bereikt.

Dit gedeelte heeft toebehoord aan de Oranjebond van Orde (1893–1923) en is aangelegd in 1913 ter herdenking van honderd jaar Nederlandse onafhankelijkheid (van de Fransen). De Bond had trekjes van de Maatschappij van Weldadigheid van Johannes van den Bosch – arme  arbeiders werk verschaffen in ontginningsgebieden –, met de bedoeling om sociale onrust te voorkomen (zoals destijds in de veenkoloniën) en een tegenwicht te bieden tegen de sociaaldemocratie. Ik lees dat ik ongemerkt in een aantal van die ontginningsgebieden heb rondgezworven (Rovertsche Heide, Ugchelerbos, Drouwenerzand), maar had nog nooit van de Oranjebond van Orde gehoord. De reden zal zijn dat bij de opheffing van de Bond in 1923 de bezittingen zijn overgegaan naar de Nederlandse Heidemaatschappij.

In het park ligt een horecagelegenheid met het speelbos ‘In ’t hol van de leeuw’. En de leeuw is niet ver weg. Een knaap van een Nederlandse ‘Lion King’, zittend op een zuil, kijkt uit over het Sallandse landschap. Een blijvende herinnering aan Park 1813. De leeuw herinnert mij aan de nog kolossalere Belgische leeuw op de Gileppestuwdam in de Ardennen, waar dochter Ilse twintig jaar geleden in haar buggy reuze bang voor was en niet langs durfde.

Ik bereik de top van de Lemelerberg, 60 meter boven NAP, bekend van de Dikke Steen. Wel bijzonder dat de schuivende ijsmassa in de voorlaatste ijstijd deze enorme kei op het hoogste punt heeft gedeponeerd.

Bijna hoogste punt, want iets noordelijker bereik ik de top van de Archemerberg op 78 meter boven NAP. De heide is hier erg verdroogd, maar het pijpenstrootje vindt het hier blijkbaar ook niet aantrekkelijk. Of de schaapskudde heeft gedaan waarvoor ze is opgericht: op pijpenstrootjes kauwen. Op zo’n hoog open punt mag een mast voor mobiele telefonie niet ontbreken. Hij is nog niet in brand gestoken door 5G complot-denkers.

Truus, de ontwerpster van deze mooie wandeling, had er hier blijkbaar genoeg van en gaat in de beschrijving van de terugweg een beetje kort door de bocht. Toch volg ik intuïtief de goede route. In de bosrand begint de lijsterbes te bloeien.

Truus onderhoudt de website ‘Over wandelen gesproken’. Over Truus gesproken. Volgens mij houdt Truus van Dikke Stenen. Ik heb één keer eerder een wandeling van Truus gedaan bij Markelo. Daar kwam ook een Dikke Steen in voor, op de Kattenberg.

 

Gepost: 7 Mei 2020  

 

Over Wandelen Gesproken: Lemeler- en Archemerberg (14 km)