WANDELEN: Skylge te voet

Friesland heeft de Waddeneilanden Vlieland en Terschelling te danken aan de Duitse bezetter. Tot 1942 hoorden beide eilanden bij de provincie Noord-Holland. De post kwam uit Den Helder via Texel en Vlieland naar Terschelling toe. Na de oorlog is deze Duitse herindeling niet teruggedraaid. Nu komt al het nieuws uit Harlingen. Overigens zie je geen Friese vlaggen of mondkapjes met Friese pompeblêden bij de trotse eilandbewoners; ze hebben hun eigen streepjescode in de kleuren rood, blauw, geel, groen en wit, oftewel de code voor een pakket wolken, lucht, halmen, gras en zand.

Op donderdag 17 en vrijdag 18 september 2020 maken wij (dochter Ilse heeft zich bij ons gevoegd) enkele wandelingen aan de westzijde van Terschelling. Ik was me niet bewust van het feit dat de Noordsvaarder een grote zandbank was die zich rond 1850 aan het oude land hechtte. De verbindingszone is een relatieve laagte gebleven, die nog steeds onderhevig is aan het getij en de naam Groene Strand heeft gekregen.

Het Groene Strand heeft vele interessante planten in de etalage: parnassia, stijve ogentroost, zandblauwtje, tormentil, strandduizendguldenkruid, een enkele veenpluis, en lidsteng in de afvoersloot.

We gaan over op heide en bos van het oude land. Het duinroosje zit vol glanzende zwarte bottels en de Amerikaanse vogelkers vol zwarte bessen. De bossen zijn vooral aangeplant met Corsicaanse en Oostenrijkse dennen, variëteiten van de zwarte den. De Sparrenlaan dankt zijn naam aan de majestueuze douglasspar. Men probeert overigens meer variatie aan te brengen in de oorspronkelijke monotone naaldbossen. Bomen worden gekapt om ruimte te scheppen voor loofbomen, en bomen worden geringd om staand dood hout te verkrijgen, dat weer andere bosbewoners aantrekt dan liggend dood hout. Onder de bomen is de eikvaren dominant.

De routebeschrijving maakt ons attent op twee orchideeën die veelvuldig vóórkomen in de strooisellaag van dennennaalden en mossen in uniforme dennenbossen: dennenorchis en kleine keverorchis. Het is niet het bloeiseizoen, maar we vinden al snel hele matten van de kleine rozetjes van de dennenorchis, deels effen groen, deels gemarmerd met lichte vlekken. Na flink zoeken komen we ook nog een aantal bloeistengels met zaaddozen tegen, en zelfs enkele met open bloemen.

De keverorchis bloeit nog vroeger in het voorjaar en we hebben de moed al bijna opgegeven als de haviksogen (ik bedoel de scherpziende ogen) van Marita een bijna vergaan dun stengeltje ontwaren met de twee karakteristieke tegenover elkaar liggende bladeren, met daarboven een bloeistengel met doosvruchten.      

In de overgang van bos naar duin springt het rendiermos in het oog, in combinatie met zandblauwtje. Terug in het bos komen we langs het pad nog grote orchideeën tegen uit de groep van de wespenorchis.

Bij het ven Doodemanskisten – men weet niet waar de naam vandaan komt – staat een prachtige houtsculptuur van een levensgrote krokodil met een slang in de bek, kunstig uitgesneden uit een omgevallen boom. Vanaf hier is het klimmen naar de top van het Seinpaalduin, waar de stekelige gaspeldoorn overheerst. Het uitzicht over West-Terschelling en de Noordsvaarder is indrukwekkend.

 

We moeten uiteraard ook een veld ‘cranberries’ (grote veenbes) bezoeken nu het oogsttijd is. Een wandeling op de Landumerhei & Waterplak heeft een kleine aanplant in de aanbieding (waarschijnlijk om ons weg te houden van de grote commerciële velden). De bessen zijn nog niet geoogst en worden waarschijnlijk ook niet commercieel geoogst. Het veld wordt wel begraasd door landgeiten, maar of die ‘cranberries’ lusten?

De Waterplak en Sterneplak worden behoorlijk overhoop gehaald om de watercrassula te bestrijden. De Waterplak heeft wel een mooie gordel van gagelstruiken. De mannelijke planten van de tweehuizige gagel dragen alweer kleine kegeltjes in de bladoksels, een voorbereiding op de bloei van het voorjaar 2021. De vooralsnog maagdelijke planten zijn vrouwelijk.

 

De wandeling over de Noordsvaarder loopt eerst weer een stukje over het Groene Strand en vervolgens over een eeuwenoud pad dwars over de zandbank naar zee, grotendeels in de beschutting van struikgewas. Enkele bremplanten hebben een ernstige misvorming van jonge peulen (het aantal plaaginsecten op brem is groot, dus dat wordt even zoeken). Een kruipwilg draagt enkele ‘rode bessen’, maar dit blijken bij nadere beschouwing bladgallen te zijn. Langs de route ligt een groot duinmeer met op de oever een dichte begroeiing van lidsteng.

We bereiken de zeereep en moeten een ‘killing’ klimduin over. Twee stappen omhoog, één omlaag. Even twijfel ik of ik de top zal halen, maar ik kan echtgenote en dochter, die al boven zijn, moeilijk alleen ‘achterlaten’.

De strandzijde van de zeereep toont regelmatig plukken bloeiende zeeraket tussen het helmgras. Het is helder en Vlieland lijkt binnen zwembereik.

Aan de wad-zijde van de Noordsvaarder ligt een grote vlakte met zeekraal die door verhouting al rood aan het verkleuren is. Ertussen groeit onopvallend maar overvloedig het kleine zeepostelein, en grotere plukken lamsoor en zeeaster. De kleine heuveltjes op het strand zijn te danken aan het zoutminnende biestarwegras, dat de allereerste fase van duinvorming voor zijn rekening neemt.

We sluiten deze wandeling en ons verblijf af met een prachtige zonsondergang. Vanuit horeca De Walvis zien we de zon in het zand zakken.     

 

[Beeldverslag: https://www.jansiemonsma.nl/440507344]

 

Gepost: 6 Oktober 2020  

 

Stichting ‘Sporen in het Zand` (2019): Wandelen op Terschelling. Doodemanskisten & Seinpaalduin (6 km); Sparrenlaan & Groene Pollen (7 km); Landerumerhei & Waterplak (6 km); Route over de Noordsvaarder (10 km).