FIETSEN: Maas en Swalm

De Swalm is een kleine zijrivier van de Maas met bron in Duitsland. De beek stroomt door het grensoverschrijdende natuurgebied Maas-Swalm-Nette, waartoe ook het Nederlandse Nationale Park De Meinweg behoort. De Swalm verenigt zich met de Maas bij het dorp Swalmen, iets boven Roermond.

Dinsdag, 29 oktober 2019, start ik mijn fietstocht in Reuver, waar ze net de ‘Oktoberfeste’ achter de rug hebben. Via een bosje Amerikaanse eik, bereik ik de Maas. Aan de overkant de kerktorens van Kessel. Maar ik moet de smalle zone van vier kilometer tussen de Maas en de Duitse grens oversteken.

Rotondes worden tegenwoordig kunstzinnig ingericht. Ik lees net in de krant dat de mooiste rotonde in Drachten staat, met een compleet ‘skûtsje’. Hier in Reuver staat ook een imposant beeld op de rotonde in de Rijksweg, ik denk een kiemende suikerbiet.

‘Welkom in Ronckenstein’, een beschermd dorpsgezicht aan de rand van Reuver. Een oude watermolen en enkele boerderijen langs de Schellekensbeek. Bij Ronckenstein ligt het Burgerbos, waar iedere boom een eigen verhaal heeft, vaak vermeld op een gedenkbordje. Volgende boomplantdag zit er aan te komen: 10 november. Je kunt kiezen uit een tiental bomen: van de kieskeurige ratelpopulier tot de dromerige linde, van de sensuele zwarte els tot de materialistische beuk.

Langs de A73 ligt een klein dierenpark, met herten, struisvogels, pony’s, een Appaloosa paard, en ganzen die spartelen in een badkuip. In mensenpark Reuver is ook driftig gesparteld: Aimy, Bo en Max zijn bij elkaar in de buurt door de ooievaar afgeleverd en spelen binnenkort samen op de crèche.

Ik bereik de grens bij Park De Witte Stein, maar blijf op het Nederlandse grenspad, dat voorzien is van een hek om wilde zwijnen (zwartwild) tegen te houden. Af en toe een poortje. U wordt verzocht het poortje achter u te sluiten, want ‘Elk varken dat niet de grens overkomt, hoeft niet bejaagd te worden, brengt geen ziekten mee, brengt geen schade toe, geen administratieve lasten en geeft geen aanleiding tot maatschappelijke discussie’. Zo kijkt een deel van Europa ook tegen asielzoekers aan. Iets verderop is de afrastering een ‘electric fence’ geworden, een soort dodendraad. Op de grens liggen ook restanten van machinegeweerbunkers, niet om stoute varkens te bejagen, maar onderdeel van de ‘Maas-Rur Stellung’ uit de Tweede Wereldoorlog. En dan werd dit oorlogspad, de Prinsendijk, ook nog eens ooit bewandeld door Romeinse legioenen tussen Heerlen en Xanten.

Ik kom langs het waterrijke Natuurgebied Meerlebroek, eind jaren negentig aangelegd als natuurcompensatie voor de A73. Dat was nog vóór de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Onder de PAS was de natuurcompensatie waarschijnlijk naar de toekomst verschoven.   

Vlak langs de grens een drietal grafheuvels, eentje met de galg van de gemeente Beesel erbovenop. Het lijk van de geëxecuteerde bleef ‘tot exempel’ zo lang hangen tot het door raven en kraaien was opgeruimd. De ziel werd vervolgens geacht te dolen tussen de nare geesten uit de Trechterbekercultuur. Even verderop ligt nog een bos door burgers aangeplant, het ‘Bos van de Eeuw’, ter gelegenheid van de Millennium wisseling. Vreemd! Dan zou ik het toch ‘Millennium Bos’ hebben genoemd.

Ik bereik riviertje de Swalm bij Herberg De Bos. Ik herken de herberg van een eerdere knettergekke wandeling met Monsieur Gérard in het stroomgebied (‘Swalm’, In: Dreamgirls, 2018), een wandeling gekenmerkt door groene kikkers, een witte raaf, de zeggekorfslak, Hereford runderen en asperges. Ook toen kruisten we de Romeinse weg van Heerlen naar Xanten bij een doorwaadbare plek in de Swalm. Maar nu kruis ik een van de weinige goed herkenbare overblijfselen van deze ietwat bolle weg, zo’n acht meter breed, met een bovenlaag bestaande uit een grindpakket van een halve meter. 

Kerkdorp Boukoul is gezegend met Waterkasteel Hillenraad, oorspronkelijk uit de veertiende eeuw, uitgebouwd in de achttiende eeuw, recentelijk gerestaureerd en in particuliere handen. Van Hoeve Graetherhoff werd ook al in de veertiende eeuw melding gemaakt. Het huidige jachtverblijf met een zuilenpartij werd in 1857 door architect Pierre Cuypers gebouwd. De spruitjeslucht komt van grote velden oogstklare spruitkool.

In Roermond raak ik het spoor bijster, maar buiten de stad pik ik de route weer op bij de Stadsweide. Hier bij Roermond gaat de Maas vergezeld van een gekanaliseerd gedeelte, terwijl de rivier zelf mag meanderen en overstromen, met vele Maasplassen tot gevolg.

Ik zie de Maas dan ook maar af en toe, omdat bijvoorbeeld de Asseltse Plassen ervoor liggen. Langs de landweggetjes walnotenbomen, paardenkastanjes en essen, doodzieke essen. Ik word gemaand op te passen voor ‘Overstekende Dassen’. Langs de spoorbaan een houtwal van sleedoorn en in de bermen veel bezemkruiskruid in bloei.

Het dorp Asselt heeft een prachtig kerkje op een ommuurde buitendijkse verhoging, waaronder een heftig Middeleeuws verleden schuilgaat. Informatieborden vertellen over het Viking verleden van Asselt in de negende eeuw, de tijd dat de Deense Viking hoofdman Godfried de Noorman de scepter zwaaide over Frisia, de gehele Nederlandse kuststrook. De Noormannen voeren ook de rivieren op en streken in 881 neer in Asselt, waar ze de Koningshof van de Frankische Keizer Karel de Dikke innamen en er het Noormannenkamp Ascloha stichtten. De Noormannen ondernamen van hieruit twee jaar lang plundertochten in de wijde omgeving. Karel de Dikke belegerde uiteindelijk Ascloha en het ‘Pact van Asselt’ werd gesloten in 882. Maar vrienden werden het nooit, en in 885 wordt Godfried onder valse voorwendsels naar Spijk gelokt (daar waar de Rijn ons land binnenkomt), en daar vermoord. Eerder zag ik dat Spijk maar wat trots is op deze historische gebeurtenis.     

Bij de Ascloha jachthaven ligt een enorme aanplant van Japanse duizendknoop, wel honderd meter lang en acht meter breed. Bewust aangeplant of onbewust uit de hand gelopen?

De suikerbieten campagne is nog niet voorbij. Vele velden zijn nog niet geoogst. Vele hopen geoogste bieten nog niet opgehaald voor verwerking.

In het dorp Beesel wordt in de uiterwaarden om de zeven jaar ‘de draak gestoken’, ja, met wat eigenlijk? Het draaksteken is gebaseerd op de legende van Sint Joris. Oersaai lijkt me, tenzij zoals in 1911 de twee mannen in het drakenpak onderweg slaande ruzie krijgen, de draak door zijn poten zakt en Sint Joris geen draak meer hoeft te steken. Sindsdien is de tweepersoonsdraak vervangen door een eenpersoonsdraak.

Via Ouddorp, met Middeleeuws kerkhof en kerkje, langs de veerstoep van de pont Beesel–Kessel. Een metaalkunstenaar maakt mooie grote beelden, die vanwege de afmetingen noodgedwongen in zijn achtertuin in de uiterwaarden staan te pronken.

 

Gepost: 16  November 2019

 

Knooppunten: 02, 99, 98, 53, 23, 97, 62, 90, 88, 89, 86, 17, 64, 83, 87, 61, 91, 04, 03, 06, 02 (52 km)